#FABreis 2014. De lessen

makeredhovZoals de meesten van jullie waarschijnlijk hebben meegekregen zijn ondertekende, Marten Hazelaar en Per-Ivar Kloen in de laatste week van oktober op een studiereis naar Californië geweest. We bezochten de FabLearn conferentie op Stanford, bezochten een geweldige electronicaleverancier, het gaafste Sciencemuseum ter wereld (waar ze veel aan “tinkering” doen), de best geëquipeerde Makerspace ter wereld en een sinds het jaar 2000 pionierende Makered school. We hebben hier uitbundig over geblogd (dat hoort en is goed om je eigen gedachten op een rijtje te zetten) en we hebben hier ontstellend veel geleerd. Geleerd wat zij  beter doen dan wij, wat wij beter den dan zij, welke valkuilen er zijn welke uitdagingen, hoe spannend het momenteel is om #makered vorm te geven, wat wij vaak vergeten, zelf “makers” zijnde, welke valkuilen om de hoek liggen, dat je soms moet loslaten maar soms de touwtjes moet aantrekken en bovenal, dat het ontwerpen van Maker Education, of Makersonderwijs, heel belangrijk is en veel tijd en moeite zal vergen. De didactiek en de pedagogiek verdienen al onze aandacht.

We zullen hier binnenkort een samenvatting geven van wat wij hebben geleerd en welke vragen er open staan. In mijn optiek moet dit leiden tot een echt manifest. Waar staan we voor, wat willen we bereiken, wat zijn onze grenzen? Het lijkt me dat de “hoe” vraag daarna komt en dat daar geen eenduidig antwoord op gegeven zal (en hoeft te ) worden.

Paulo Blikstein zei al tijdens de FabLearn conferentie dat we de opwindende en verantwoordelijke taak hebben om

het DNA van Maker Education te ontwerpen

Een grote verantwoordelijkheid. Binnenkort dus meer.

Arjan van der Meij

Petitie Makersonderwijs

Op dinsdag 4 november vindt in de Tweede Kamer de bespreking van de begroting van OCW plaats. Rondom deze bespreking wordt een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer waarin ruimte wordt gevraagd voor Makersonderwijs, voor Maker Education. Dit ter ondersteuning van het werk van Anne-Wil Lucas (VVD) en Tanja Jadnanansing (PvdA) om Maker Education op de kaart te zetten in de Tweede Kamer. Zie ook de spreektekst van Anne-Wil die ze uitsprak bij het AO van 1 oktober 2014.

Ondertekenen? Graag! Dat kan hier: https://docs.google.com/forms/d/1iPGJrBNZlzCie9ByPXxBkkIoqK62Y0zl60YuAXPMES0/viewform

De petitie is tot stand gekomen door samenwerking van velen op het gebied van Maker Education. Een mooie eerste stap!

Tekst:

Manifest voor het Makersonderwijs

Leren door te maken: maken moet weer terug in het onderwijs

Wij,

Leraren, schoolleiders, FabLabs, bedrijven, openbare bibliotheken en andere cultuurmakers; constateren enerzijds:

  • dat creativiteit, samenwerken en probleemoplossend vermogen belangrijke vaardigheden zijn in een veranderende arbeidsmarkt;
  • dat digitale fabricagetechnieken als 3D-printen een steeds dominantere rol krijgen in het bedrijfsleven en dat men hiermee jong kennis dient te maken;
  • dat creatie ten tijde van internet vraagt om nieuwe vaardigheden, waaronder digitale fabricage, robotica en programmeren;
  • dat een sterke creatieve (maak)industrie van groot belang is voor de toekomst van Nederland;
  • dat het begrijpen van digitale ontwikkelingen steeds belangrijker wordt om de wereld waarin we leven te begrijpen. Mensen moeten technologie niet alleen kunnen ‘lezen’, maar er ook mee kunnen ‘schrijven’.

en anderzijds:

  • dat als je iets leert omdat je het graag wilt kunnen maken, je het nooit meer vergeet;
  • dat makersonderwijs leerlingen voorbereidt op hún wereld, in plaats van op de onze;
  • dat makersonderwijs leerlingen helpt zich te ontwikkelen tot competente, zelfstandige, creatieve en kritische burgers met de vaardigheden om in de wereld van morgen succesvol te kunnen functioneren;
  • dat, door de verbinding te leggen tussen creativiteit, verbeelding en technologie,
  • makersonderwijs verschillende talenten aanspreekt en een beroep doet op het
  • probleemoplossend vermogen van kinderen.
  • dat het makersonderwijs nu geen duidelijke plek heeft in het huidige onderwijs;

verzoeken de vaste kamercommissie OC&W om:

  • expliciet ruimte te geven aan initiatieven die het makersonderwijs ontwikkelen en uitbreiden;
  • en onderzoek te doen naar het opzetten van een samenwerkingsverband dat, in het pionierskarakter dat hoort bij deze makersbeweging, de sterke lokale initiatieven onderling verbindt en makersonderwijs op de kaart zet in Nederland.

In de komende jaren werkt het samenwerkingsverband aan een programma waarbinnen:

  • Events plaatsvinden die de aandacht vestigen op dit onderwerp.
  • Docenten worden opgeleid in het makersonderwijs, via samenwerkingen met o.a. Pabo’s, hogescholen en scholennetwerken.
  • Kennis en tools in het makersonderwijs en formats voor projecten worden gedeeld met geïnteresseerden.
  • Er een makerscurriculum wordt ontwikkeld dat breed inzetbaar is in het onderwijs.

Zodat:

  • makersonderwijs een zichtbare en permanente plek krijgt in het onderwijs van alle niveaus;
  • bevlogen docenten en kinderen die willen werken met creativiteit, technologie en innovatie, toegang hebben tot kwaliteitsaanbod;
  • leerlingen, ongeacht hun onderwijsniveau, hun talenten kunnen ontplooien en ontwikkelen.

#FABreis 2014 De vragen

qmark

Op vrijdag 24 oktober vliegen wij, Per-Ivar Kloen, Marten Hazelaar en ondergetekende, Maker Educators van De Populier in Den Haag, naar San Francisco om op zaterdag en zondag de FABlearn-conferentie bij te wonen en bij te dragen aan een rondetafelgesprek. In de week erna bezoeken we Pier 9 (Maker Space) het Exploratorium (Sciencemuseum met veel tinkering) en High Tech High (school die al jaren bezig is met Maker Education).

Vanzelfsprekend hebben wij vele vragen die we beantwoord zouden willen zien:

  • Moet elke leerling van elke leeftijd in elk schooltype leren Maken?
  • Moet Maken een vak worden of moet het geïntegreerd worden in elk vak, of…?
  • Is het nodig dat elke school een eigen Maker Space krijgt?
  • Wat is een minimum pakket dat je moet hebben in een school om goede Maker Education te geven?
  • Hoe kun je docenten verleiden en daarna opleiden om Maker Educator te worden?
  • ….

We hebben nog veel meer vragen maar willen jullie, enthousiaste en uiterst kritische volgers van Maker Education vragen of jullie nog vragen voor ons hebben. Welke vragen zou jij beantwoord willen zien? Wat is de vraag? Wij zullen proberen deze vragen mee te nemen en beantwoord te krijgen. We beloven niks behalve dat we het zullen proberen uit te zoeken.

Dus: stel hieronder, in het commentaar een vraag, of doe dit via twitter, via een @reply aan @arjanvandermeij, @___pi en/of @mhazelaar liefst met de hashtag #FABreis2014. We zijn benieuwd!

We zullen bloggen op ons eigen blog: plakkenenknippen.nl. Later zal op makered.nl (alhier dus) een uitgebreid verslag komen.

Dit blog verscheen eerder op plakkenenknippen.nl

Film- en maakavond @rotslab

Schermafbeelding 2014-10-17 om 21.34.09In het rotslab in in Utrecht vond gisteravond de film- en maakavond plaats, georganiseerd door Kennisnet. Hoogtepunt was de de Nederlandse premiere van de documentaire “Maker, the movie”. Een prachtige film, binnenkort volgt alhier een recensie (een zin uit de film: “Innovatie gaat zo hard dat kopiëren geen zin heeft.“). Na de film was er een goede “hands-on” discussie over de plek van maken in het onderwijs, o.l.v. Wietse van Bruggen. Vervolgens konden we de fantastische bus van Frysklab bekijken.

Een verslag van de avond (met links) geschreven door Patricia van der Linden van Kennisnet, vind je hier: http://innovatie.kennisnet.nl/maker-movement-in-het-onderwijs-verslag-van-de-film-en-maakavond/.

Hoe maken we van iedereen een maker?

Dit stuk is geschreven door Astrid Poot en verscheen eerder op http://innovatie.kennisnet.nl/hoe-maken-we-van-iedereen-een-maker/

Volgens Roman Krznaric gaat het slecht met onze creativiteit: onze opvattingen over ons eigen kunnen hebben ons teruggeduwd in de positie van passieve ontvangers. We zijn massaal de art of living verleerd en voelen ons onmachtig in inrichten van ons leven. Gelukkig krijgt maker steeds meer voeten aan de grond. Op welke manier helpt dat, en hoe moet maker zich verder ontwikkelen om ons tot proactieve burgers te maken?

Van mensen makers maken
Naast mijn werkwerk doe ik altijd veel andere dingen. Ik zit te klooien met mijn Arduino, leer hoe popupboeken werken, schrijf blogjes, zit te illustreren, te solderen, maak maquettes, jam, borduurwerken en stopmotion animaties. Waar ik in mijn werkwerk een af eindproduct nastreef, hebben mijn hobbies doen als enig doel.

En daar word ik heel gelukkig van. Werkwerk en hobbies houden elkaar precies in balans; beide voeden elkaar en zijn onlosmakelijk verbonden.

Mijn dochter (9) vindt creatief zijn zonder reden en doel heel moeilijk. Zomaar wat klooien kan ze niet erg goed (vindt ze vooral zelf). Het boezemt haar grote angst in. Ik snap ook wel waar dat vandaan komt: ze hoort vaak van veel kanten hoe dingen moeten. Vrijheid zit daar vaak niet in.

overennumetpotlood
Feedback van haar leerkracht: ‘Opnieuw en nu met potlood’

Wel kan ze prima overweg met een doehetzelf pakket met heldere instructie. Fluitend werkt ze stap voor stap naar het resultaat, dat vaak ook als 2 druppels water lijkt op het voorbeeld. En als het af is, is de interesse voorbij.

Waar de werkjes voortkomend uit mijn hobbies meestal doorontwikkelen en nooit 100% klaar zijn, hebben haar werkjes een duidelijk eind: af is af. Toch wil ze wel graag wat meer aan kunnen rommelen, ze weet alleen niet hoe.

En dat geldt misschien wel voor meer mensen: maken is voor een bepaalde groep mensen natuurlijk en vanzelfsprekend, maar lang niet voor iedereen.

Datzelfde geldt voor de maker movement: in de maker movement lijken vooralsnog vooral de bovengemiddeld geïnteresseerden en gefortuneerden te profiteren‘…one of the most common findings from the last 30 years of education technology research is that new learning technologies disproportionately benefit the affluent. Even technologies that are free can be more easily and more effectively taken-up by those with the social, financial, and technical capital to take advantage of new free innovations.’

Hoe zorgen we ervoor dat we meer mensen inspireren een maker te worden? Hoe bevorderen we al vanaf jong de maakhouding in kinderen? En welke rol speelt onze opvatting over creativiteit daarin?

Creativiteit
Volgens Roman Krznaric (boek: The Wonderbox) zijn we collectief the art of living verleerd: het makkelijk en zonder hoger doel je eigen wereld vormgeven en daar gelukkig mee zijn.

In de renaissance is het idee ontstaan dat creativiteit iets is dat aan bepaalde mensen is gegeven: the cult of creative genius. Michelangelo is het beste voorbeeld van dit denken. Talent is er vanaf het begin en openbaart zich al jong; heb je het niet, dan komt het er ook niet.

Onze bewondering voor Michelangelo zorgt ervoor dat we al 500 jaar niet meer goed zijn in the art of living. We hebben een nauwe opvatting over creativiteit; Michelangelo kijkt over onze schouder mee en ontmoedigt ons verder te ploeteren: het zit er gewoon niet in.

Creatief zijn is gewoon puzzelen
Eind jaren ‘60 vonden we dat creativiteit gaat om educatie en training:

  • De 10.000 uur regel werd bedacht: genoeg deliberate practice en je kunt ergens heel goed in worden
  • Edward de Bono introduceert het concept lateral thinking: als je problemen vanuit een heel andere kant bekijkt, kom je tot creatievere oplossingen

Creativiteit ging om het beheersen van analytische skills. Iets bedenken is het zelfde als puzzels oplossen en antwoorden vinden.

In de jaren ‘80 was er weer aandacht voor de intuïtie. De logica en ratio moest worden aangevuld met de intuïtie en artistiek kunnen. Een holistische benadering waarin beide hersenhelften worden gebruikt. Julia Cameron ontwikkelde een methode waarbinnen je bijvoorbeeld gedachtenloos een aantal pagina’s volschrijft om je onderbewustzijn te laten spreken: de morning pages.

Met een expert buiten de box
Maar al snel werd creativiteit weer werk. De commerciële wereld omarmde mensen die goed zijn in creativiteit en veranderde ze in duurbetaalde consultants. In creativiteit kun je goed zijn. Experts komen bedrijven uitleggen over buiten de box, en helpen te zoeken naar de creatieve kern. Of zoals in de reclame: heb je niet de titel creatief, dan ben je niet creatief. En bedrijfsmatige creativiteit is voorbehouden aan de creatieve industrie.

visionair

Krznarc ziet dit als een alarmerende ontwikkeling: ‘It’s spirit and democratic potential drained away‘.

De DIY- en maker movement dagen dit uit. Mensen gaan zelf aan de slag, ervaren macht en kracht en hervinden zelfvertrouwen. Maar hoe wordt de maker-movement breder en voor meer mensen toegankelijk?

Homo faber
Al duizenden jaren maken we zelf potten, weven we kleding, bouwen we huizen en koken we eten. Van oudsher zijn we homo-faber: man the creator. Dat is in feite van ons afgenomen: het gemak in ons leven neemt toe, maar onze eigen invloed lijkt af te nemen.

Dat zou je misschien zo kunnen visualiseren:

waarde

Een voorbeeld van dat laatste stadium is de de iPad. Hij helpt ons met heel veel, maar dwingt ons tegelijk in een bepaald type gebruik. 

Blij lijken we niet helemaal met deze ontwikkeling. Meermaals is aangetoond dat we meer tevreden zijn, als we ergens zelf een groter aandeel in hebben: het IKEA effect. Een zelfgeschroefde Billy vinden we waardevoller dan een kant-en-klare. Toegepaste creatviteit is dus wel iets wat we willen. En ook kunnen: iedereen verft zijn eigen huis en kiest zelf de kleur. En een appeltaart kunnen we ook nog wel.

Als we creatief zien als artistiek, is het voor enkelen. Is het toegepast en gekoppeld aan een concrete vraag, dan kunnen we het wel.

Zo ook voor mijn dochter: uit frustratie over de vrije speeltijd in de vakantie, maakte ze deze management-tool: een manier voor haar om om te gaan met de onduidelijkheid. Wat mij betreft een fantastisch creatief product! Zij ziet dat echter niet zo: het is nodig, maar niet mooi of creatief.

planbord

Herwaardering en toegankelijkheid van creativiteit
De DIY en Maker Movement helpen wat mij betreft de artistieke definitie van creativiteit weer los te maken. Niet iedereen is een kunstenaar, maar iedereen kan wel zelf creatieve oplossingen bedenken. Door te doen. Waarin we niet alleen problemen kunnen oplossen (Hoe maak ik deze sensor-alarminstallatie), maar ook met veel plezier onze eigen problemen kunnen vinden (Hoe houd ik mijn zusje uit mijn kamer?).

Maker leert ons dat creativiteit niks bijzonders is; dat het voor iedereen vlakbij is. En niet alleen in workshopruimtes van musea, mooie Maker Spaces met tot in detail uitontwikkelde workshops of met dure LittleBits. Maar gewoon thuis, voor iedereen.

ordinary
(beeld Hester IJsseling / Twitter)
Modelling
Mijn liefde voor maken en rommelen is waarschijnlijk ingegeven door mijn vader die zelf zijn electronische apparaten bouwde, en de spullen van de buren for fun repareerde. Ik herinner me levendig mijn eerste zelfgeprogrammeerde code (die zorgde voor een explosie-animatie op mijn scherm), en heb in diezelfde tijd ook leren breien van mijn moeder. Ik was zo ongeveer 9.

Knutselige ouders leiden tot knutselige kinderen. En niet alleen ouders: ook andere mensen en omstandigheden kunnen kinderen tot bepaald gedrag te inspireren.

Unicef noemt modelling in haar 3e communicatie principe:
Communication for children should be positive and strengths-based.

  • Children and adults learn best from repeatedly seeing and hearing actions or ways of thinking that we would like them to emulate or “model,”…
  • …it is more effective to portray positive models for what we want children to do (such as being generous, fair, honest, caring and responsible) to reinforce positive action and thought.

Ik denk dat we dit zonder twijfel kunnen toepassen op de homo faber gedachte.

Leren in natuurlijke omgeving
Als maker gaat over een natuurlijke houding, zou je dat moeten aanleren in een natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld met ouders en kinderen samen zoals het MIT nu doet. Maar ook in de ouder-kind workshops van Tinkertank.

anneke_jelle
(Tinkertank ouder- kind workshop)

Deze aanpak is niet alleen logisch en natuurlijk, maar voorziet ook in een grote behoefte aan contact en connectie.

Blijvend effect van samen spelen
Ander voordeel is de duurzaamheid: door ouders en kinderen samen te laten leren, heeft het leren een langer effect. Dat hebben we gemerkt tijdens het maken van de Zoek het uit app van het Klokhuis: een app waarmee families samen thuis spelen met wetenschappelijke principes.

Maker vanuit de daarvoor bestemde workshopruimtes (ook) naar huis brengen is wat mij betreft een belangrijke volgende stap.

Maker: leren borduren van de buren
Natuurlijk juich ik de technische programma’s voor plus-kinderen toe. Natuurlijk is het goed in iedere stad en dorp een mooie Maker Space met 3d printers te hebben, en uiteraard moeten alle extracurriculaire initiatieven op scholen gesteund worden. Maar uiteindelijk zijn dat alleen maar beginpunten.

De kern van maker is wat mij betreft veel alledaagser.

  • Vanuit de visie dat iedereen iets kan: creativiteit is niets bijzonders.
  • Zonder dat je er het aller beste in hoeft te zijn of worden: zonder druk
  • Vanuit je eigen kracht en nieuwsgierigheid: die je alleen maar aan hoeft te zetten.

En vooral:

  • samen met de mensen die het meest om je heen zijn: want dan is het niet iets dat je af en toe doet, maar onderdeel van je gezamenlijk functioneren.
  • op je eigen gewone plek: zodat je begrijpt dat het altijd overal kan.
  • met gewone spullen die jij kiest: zodat je meteen kunt beginnen.
  • vanuit je eigen vraag of behoefte: zodat het relevant wordt
  • in een proces dat jij zelf kiest: en misschien wel zonder dwingende methode

Zou het niet geweldig zijn als we daar nog bewuster naartoe werken? Want als dat lukt, kunnen we van iedereen een maker maken. Gewoon omdat we dat eigenlijk altijd al zijn.

Astrid Poot is hoofd jeugd/familie projecten en creatief/strateeg bij Fonk, blogger, spreker (over play, gaming en creativiteit) maar vooral eeuwig lerend 🙂

e-mail: astridpoot@gmail.com

Maker Education: hype or here to stay?

Dit blog is geschreven door Paul Koning en verscheen eerder hier: https://mijnmasterlereneninnoveren.wordpress.com/2014/10/11/maker-education-hype-or-here-to-stay/

paulDe afgelopen maanden kom ik het steeds vaker tegen: Maker Education. In mijn tijdlijn van Twitter lees ik er berichten over, er zijn Maker Festivals en Fablabs, er is een speciale Donald Duck over programmeren (De DigiDuck), Kennisnet publiceert artikelen en organiseert bijeenkomsten en ga zo maar door. De indruk die het bij mij in eerste instantie wekt is dat kinderen vooral aan de slag gaan met de nieuwste technische snufjes en met computers. Het is leuk en uitdagend, kinderen zijn enorm gemotiveerd en ze zijn inderdaad van alles aan het maken. Ze zijn niet langer consument maar producent en de boodschap die erbij wordt uitgedragen is dat Maker Education heel belangrijk is: maken is de toekomst!

De indruk die ik er ook van krijg is dat het een hype is. Het is overduidelijk ‘hot’, er is veel aandacht in de media en iedereen wil er op dit moment wel ‘iets’ mee doen. Maar het gevaar bij een hype is dat na een tijdje de aandacht wegebt en dat er een nieuw onderwerp voor in de plaats komt dat dan weer heel interessant is. Ook Sylvia Martinez, co-auteur van het boek Invent To Learn, is zich daarvan bewust en stelt zichzelf deze vragen:

Should we worry that making in the classroom is just the new-new thing, soon to be replaced by some other newer new-new thing? Should we worry that lots of schools will run out and buy 3D printers without thinking about what they will do with them?

Staat dat de Maker Education te wachten of is het zo waardevol dat het een blijvende plaats krijgt in het onderwijs? En zijn kinderen ook echt aan het leren als ze wat maken? Het roept bij mij de vragen op wat nu precies de meerwaarde van Maker Education is en wat er voor nodig is om het een succes te laten worden in het onderwijs.

Back to the future!
Om Maker Education te kunnen duiden is het belangrijk om te kijken naar de leertheoretische basis die eraan ten grondslag ligt. Daarvoor moeten we terug naar 1980, het jaar waarin het boek ‘Mindstorms’ van Seymour Papert uitkwam. Een boek over ‘Children, Computers and Powerfull Ideas’. Papert is een wetenschapper die werkte bij MIT in Massachussets in Amerika. Hij is wiskundige, computerwetenschapper en onderwijskundige. Papert werkte tussen 1958 en 1963 met Jean Piaget en bouwde het constructivisme van Piaget verder uit tot het constructionisme. Waar Piaget al aangaf dat kennis wordt opgebouwd door interactie met de omgeving stelde Papert dat het leren het meest effectief was als er daadwerkelijk tastbare objecten werden gemaakt.

Learning can happen most effectively when people are also active in making tangible objects in the real world.

Bij de MIT ontwikkelde Papert de programmeertaal Logo. Een schildpad wordt door middel van opdrachten bestuurd en tekent figuren op het scherm of op papier. Door te werken met Logo, door een computerprogramma te maken, leren kinderen wiskundige principes.

Through learning to code, children connect with mathematical concepts by experiencing math through everyday movements.

Een belangrijk onderdeel van het programmeren in Logo is volgens Papert het opsporen en verbeteren van fouten. Dit analyseren en oplossen van problemen is cruciaal voor het leren en kan in het echte leven gebruikt worden waar het leidt tot kritisch denken. Het gaat er dus niet om of het werkt of niet werkt maar wat er gedaan wordt om het te laten werken.

The question to ask about a program is not whether it is right or wrong, but whether it is fixable.

Bij programmeren komen dus ook duidelijk de hogere orde denkvaardigheden van de taxonomie van Bloom aan bod zoals analyseren en evalueren. Maar opvallend hierbij is dat de hoogste vaardigheid bij Bloom, het creëren, de basis is van het constructionisme. Het creëren is het leren!

Het constructionisme werkt probleem-gestuurd en een aantal principes die daarbij horen zijn:

  • De taak die de leerling gaat uitvoeren moet deel uitmaken van een groter geheel.
  • Eigenaarschap is belangrijk.
  • Er moet geleerd worden om te reflecteren op het leerproces.
  • Leerlingen moeten aangemoedigd worden om ideeën uit te proberen in verschillende contexten en vanuit verschillende invalshoeken.

Het proces is bij het constructionisme erg belangrijk: er moet sprake zijn van uitproberen, testen, analyseren, reflecteren, etcetera om uiteindelijk tot een oplossing van een probleem te komen. Papert geeft ook zelf aan dat het erg verleidelijk is om simpel te stellen dat maken al leren is. Maar zo eenvoudig ligt het dus niet.

It is easy enough to formulate simple catchy versions of the idea of constructionism; for example, thinking of it as ‘learning-by-making’.

Valkuilen
En daar ligt dus ook direct de grootste valkuil voor Maker Education. Door simpel te stellen dat leren gelijk staat aan maken wordt er voorbij gegaan aan de theorie van het constructionisme. Er wordt dan oneerbiedig gezegd ‘leuk geknutseld’ maar er hoeft geen sprake te zijn van leren. Gelukkig zie ik daar nu nog weinig van terug bij de Maker Movement. De enthousiastelingen, de voorlopers die Maker Education promoten laten kinderen nu experimenteren om zelf tot oplossingen te komen. Waar ik af en toe wel mijn vraagtekens bij stel is de relevantie van het probleem dat opgelost moet worden. Er wordt vaak vanuit het beschikbare (technische) materiaal gewerkt: “We hebben iets nieuws waarmee we aan de slag kunnen, dus… wat zullen we eens gaan maken?” Het zijn daardoor losstaande taken die geen onderdeel uitmaken van een groter geheel en die geen verband hebben met andere taken. Is het leren dan betekenisvol?

Wat gebeurt er als Maker Education naar ‘het grote publiek’ moet worden gebracht? Krijgen we dan lesmethoden voor Maker Education? Dat kan al snel leiden tot kant-en-klaar lesmateriaal dat besteld kan worden en wat door stap-voor-stap instructiebladen gegarandeerd tot een mooi eindproduct leidt. Sylvia Martinez waarschuwt ervoor dat scholen vaak de makkelijke weg kiezen en dat we daar voor moeten waken.

Schools have a tendency to cherry-pick the easiest parts of implementing complex ideas.

Waar naar mijn mening juist op ingezet moet worden zijn de vaardigheden van de leerkracht: procesbegeleiding, coachen, uitdagende taken ontwerpen en ga zo maar door.

Een tweede valkuil zijn de drijfveren voor het invoeren van Maker Education. Deze week was de aftrap van de CodeWeek. Meerdere malen hoorde ik voorbij komen dat kinderen moeten leren programmeren omdat er in de toekomst een tekort is aan programmeurs. Dat lijkt me een hele slechte drijfveer. Er schijnt ook een tekort in de zorg te ontstaan. Gaan we kinderen nu ook leren om bejaarden te wassen? Afstemming van vraag en aanbod van de arbeidsmarkt is naar mijn mening een taak voor het MBO, HBO en voor universiteiten. Het primair en voortgezet onderwijs zijn geen beroepsopleiders. Ze werken aan een brede ontwikkeling waarbij het belangrijk is om kinderen hun talenten te laten ontwikkelen. Als onderdeel daarvan is het belangrijk om kinderen kennis laten maken met techniek waaronder ook programmeren valt. Net zoals het ook belangrijk is dat kinderen kennis maken met muziek zonder dat we ze willen opleiden tot musici.

De derde valkuil is dat er bij Maker Education vaak vooral wordt gedacht aan techniek en programmeren. Vanuit de visie van het constructionisme richt Maker Education zich ook op kunst, muziek, wiskunde, natuur en meer. De voorlopers van Maker Education vinden al die technische snufjes en het programmeren geweldig. Een grote groep kinderen vindt dat ook maar er zijn ook genoeg kinderen die met andere maker-uitdagingen aan de slag willen gaan. Laten we vooral niet de kinderen opleggen wat en waarmee ze mogen maken maar ook luisteren naar wat ze zelf zouden willen maken. Dat maakt Maker Education breder en waardevoller.

Kansen
Gelukkig zijn er ook genoeg kansen voor Maker Education. Zo sluit het prima aan bij het werken aan 21st century skills: creativiteit, samenwerken, kritisch denken, communiceren, samenwerken, … het zit er allemaal in. Maker Education zorgt ervoor dat je kinderen op de toekomst voorbereidt en dat komt niet alleen door het werken met computers en 3d-printers.

Maker Education inspireert en motiveert leerlingen omdat het leuk en uitdagend is. Door de nadruk te leggen op zinvolle problemen die deel uitmaken van een groter geheel kan dit enthousiasme worden vastgehouden. Er is dan sprake van actief, onderzoekend en betekenisvol leren. Maker Education kan hierdoor ook bijdragen aan een onderwijshervorming.

Om te zorgen dat Maker Education geen hype is maar een blijvende, waardevolle toevoeging moet er dus sprake zijn van een visie, van een theoretische onderbouwing en als gevolg daarvan een verandering in het onderwijs.

Tot slot
In een artikel in het NRC over het al dan niet leren programmeren op de basisschool las ik de volgende zin:

Voorlopig zit Miriam Heijster, directeur van de Amsterdamse basisschool De Kleine Reus nog in de uitprobeerfase: fouten maken, puzzelen en onderwezen worden door je eigen leerlingen.

Deze juf zit niet ‘voorlopig’ in de uitprobeerfase. Als je aan de slag gaat met Maker Education zit je constant in de uitprobeerfase. Pas als je die fase hebt verlaten is er iets mis. 😉

Bronnen

Obama over makers

Schermafbeelding 2014-10-10 om 19.59.15In de Verenigde Staten ziet men het belang van de Maker Movement heel scherp. En dan is de aandacht voor Maker Education natuurlijk logisch. Een stuk van President Obama op medium.com laat dit duidelijk zien. Een aantal citaten.

You’re part of the first generation to grow up in the digital age. Some of you grew up with cell phones tucked into your book bags, while others can remember the early days of landline, dial-up internet. You’ve gone from renting movies on VHS tapes to purchasing and downloading them in a matter of minutes.

Voor mensen van mijn generatie een prachtig begin. Want ja, ik ken het geluid van het inbellende modem nog (“Schat, hou even op met internetten. Ik wil even bellen!“) en ik heb nog wat VHS-banden in de kast.

Today, I’m heading to a place that’s helping to shape that economy. It’s called Cross Campus — a collaborative space in Los Angeles that brings together folks at the cutting edge of a technology revolution, from investors and entrepreneurs to designers and engineers. Because their drive and talent don’t just boost their businesses, they boost our entire economy — and the innovative ideas that they’re coming up with are helping to power our recovery.

Ik heb wel eens gelezen dat wij in Nederland de grootste hoeveelheid Makerspaces hebben per km2 en misschien is het goed als die ook eens zouden nadenken over het toevoegen van functionaliteit voor andersoortige makers en voor ondernemers. Wellicht zouden lokale overheen dit kunnen stimuleren.

I saw this new economy at Pittsburgh’s TechShop, one in a chain of community centers where members get access to professional tools, equipment, and software, as well as the space they need to make or design or prototype almost anything — for the same price you’d pay for a gym membership.

Ik vind dat een mooie vergelijking van Obama: voor dezelfde prijs die je betaalt voor een abonnement op een sportschool, kun jeaan de slag in een Techshop, zeg maar een Fablab, makerspace. De vergelijking is ook aantrekkelijk voor Maker Education. Naast elke gymzaal in school, ook een Makerspace.

And I saw this new economy only a few miles from that factory, at Manor New Tech High School. Students there focus on STEM subjects, and I got to see some of their work up close — from using mathematical equations to build musical instruments, to running bungee-jumping tests using rubber bands and weights, to building robots. At Manor New Tech, nearly all of the students graduate, and along with their diploma, they’ve earned real-world skills they need to fill the jobs we know are available right now.

obamaObama zag een Maker Education School en is enthousiast. Misschien moeten wij binnenkort Minister president Rutte een uitnodigen. Je zou toch zeggen dat een premier van VVD huize gevoelig moet zijn voor deze economische analyse.

Muizenvalautorace

DSC00368Al sinds 2002 organiseer ik op mijn school de muizenvalautorace. Eerst voor de eindexamenleerlingen van H5 en V6 en toen ik een jaar of vijf geleden voor het eerst ook de M4 examenklas mocht lesgeven, zijn die er ook bij gekomen. In eerste instantie om te voldoen aan een (verweesde) eis in het eindexamenprogramma Natuurkunde dat je iets moest doen aan Technisch Ontwerpen maar later, toen die eis niet meer bestond, ben ik er gewoon mee door gegaan.

Het principe is heel eenvoudig en heb ik (uiteraard) niet zelf bedacht. De veer van een opengeklapte muizenval bevat potentiële (veer-) energie en die energie moet worden aangewend om een auto zo ver mogelijk te laten rijden. De auto moet van tevoren worden ontworpen en op de “muizenvalautoracedag” worden gebouwd. Materialen: eenvoudig. Geen gelagerde wielen of extra energie d.m.v. elastieken oid.

DSC00382Het bouwen duurt van 8.30 uur tot 13.00 uur en dan ruimen we op en trekken met de auto’s naar de aula. Daar wordt geraced. Dit jaar hadden we 35 teams van 2, heel soms 3 leerlingen. Elke rit rijden er drie teams tegen elkaar. De afstanden worden gemeten en gemarkeerd. Sinds jaar en dag wordt dit verzorgd door een groep brugklas-scienceleerlingen. Er zijn drie prijzen te winnen: een prijs voor de mooiste auto; deze wordt vastgesteld door de brugklasleerlingen, een prijs voor het beste ontwerp. Deze wordt vastgesteld door mijn Collega Techniek, Esther en mijn TOA Rolf. De belangrijkste prijs is natuurlijk de prijs voor de grootste afstand. Alle winnaars krijgen een bioscoopbon en een bekertje. De winnaars van “de grootste afstand” krijgen een wisselbeker. Deze leerlingen reiken de prijs het volgend jaar zelf uit aan hun opvolgers.

DSC00412Is dit Maker Education?

Ja en nee. Nee vanwege het feit dat het een vastomlijnde opdracht is. Idealiter krijgen leerlingen meer vrijheid, ook in tijd en materialen. Ja vanwege het feit dat ze iets maken en dat ze er een boel van leren. Er zitten gave mechanische vraagstukken in (momenten, traagheid etc.) en ook wordt er een enorm beroep gedaan op hun creativiteit en oplossingsvaardigheden. Samenwerken is natuurlijk ook belangrijk.

Wat levert het op?

DSC00426Leerlingen zeggen aan het einde van hun carriere op de Populier dat ze dit een van de gaafste activiteiten vonden. Om verschillende redenen. “Geen lessen” wordt vaak genoemd. Vind ik grappig. “Lekker met je handen bezig zijn!” Sinds ik mezelf een Maker durf te noemen, weet ik hoe belangrijk dat is. Mijn collega Bonita en ik zien ook dat het heel goed is voor de sfeer en bovendien leer je je leerlingen weer op een andere manier kennen. Ook kun je in je reguliere lessen teruggrijpen op de ervaringen bij de muizenvalrace.

Mijn vriend en collega. Per-Ivar zei het vanmorgen bij binnenkomst: “Mooi man. Iedereen is lekker aan het maken! De hele dag! En de docenten zijn zo relaxed.” Dat is waar. In de eerste jaren hielp ik iedereen, rende ik van hot naar her en viel prompt in slaap als ik thuis kwam. Tegenwoordig weet ik dat ze het kunnen en zitten er leerlingen bij die al zoveel gemaakt hebben dat ze tijd over hebben om anderen te helpen.

Ik ben heel blij met de muizenvalautorace. En, ik zou elke natuurkundedocent aanraden om hetzelfde te gaan doen. Het is redelijk eenvoudig te organiseren en levert enorm veel op. Al doe je het alleen om de groepsfoto!

DSC00429

 

Jan van der Burgh, bedankt voor de foto’s!
Wil je mijn (niet al te uitgebreide) leerling materiaal: mail me dan even.

 

 

Rosie Revere, who dreamed of becoming a great engineer

Een lyrische recensie door Carla Desain (@CarlaMondig)

rosie1Twee weken geleden kwam – dankzij een retweet van @steltenpower – dit berichtje van @brainpicker voorbij op Twitter:

Dat was bij mij vijf keer raak in één tweet: kinderboek, stereotype-busting, girls in tech, value of failure, en het krachtige plaatje. De recensie achter de link overtuigde me nog verder: dit zou wel eens het ultieme maker-(kinder)boek kunnen zijn: Rosie Revere, engineer van Andrea Beaty (tekst) en David Roberts (illustraties). Ik bestelde het meteen.

En ik kreeg gelijk: dit is een geweldig boek; elk kind, elke opvoeder, elke leraar, elke maker (of maker in spé) zou Rosie Revere, engineer moeten lezen.

rosie2Rosies verhaal

‘This is the story of Rosie Revere,
who dreamed of becoming a great engineer.’

Zo begint het boek. Rosie is een maker, een uitvinder, een ingenieur in de dop. Rosie vist afval uit de prullenbak omdat ze daar vast nog wel eens iets mee kan maken. Haar uitvindingen, bouwsels en machines zijn grappig of handig

(‘a hot dog dispenser and helium pants’)

en Rosie showt ze graag aan haar familie.

Maar als ze iets maakt om haar lievelingsoom te helpen, lacht hij haar uit. Rosie schaamt zich en

‘after that day she kept her dreams to herself’.

Ze blíjft maken, maar in haar uppie:

‘Alone in her attic, the moon high above,
dear Rosie made gadgets en gizmos she loved.’

Gelukkig komt haar stoere oud-oudtante Rose op bezoek, die in haar jonge jaren vliegtuigen heeft gebouwd. Ze vertrouwt Rosie toe dat ze nog één wens heeft: zelf vliegen. Rosie bedenkt en maakt een bijzondere helikopter voor haar. Als deze op de eerste testvlucht neerstort, denkt Rosie wanhopig:

‘Oh, no! Never! Not ever again
will I try to build something to sputter or spin,
or build with a lever, a switch or a gear.
And never will I be a great engineer.’

Briljante mislukking

Maar oud-oudtante Rose reageert enthousiast op deze mislukking:

‘Your brilliant first flop was a raging success! Come on, let’s get busy and go on to the next!’

Ze stimuleert Rosie om dóór te zetten en het opnieuw te proberen:

‘Life might have its failures, but this was not it.
The only true failure can come if you quit.’

Samen werken ze uren aan een nieuwe versie, totdat het bedtijd is. Rosie gaat slapen

‘with a smile ear-to-ear,
to dream the bold dreams of a great engineer.’

Rosie heeft haar zelfvertrouwen terug en brengt de lol in maken en in falen over op haar klasgenootjes:

‘all the kids in grade two
build gizmos and gadgets and doohickeys too.
With each perfect failure, they all stand and cheer,
but non quite as proudly as Rosie Revere.’

Kortom, dit is een heerlijk boek over de lol van maken, creatief zijn, durven falen en opnieuw beginnen, niet opgeven, groots dromen en elkaar stimuleren. Inderdaad: het ultieme maker-(kinder)boek. Verhaal, moraal, rijm, platen… alles klopt, alles is precies goed.

Kinderen en volwassenen zullen Rosie Revere, engineer met veel plezier steeds opnieuw (voor)lezen – en daarna wellicht zelf aan het uitvinden slaan.

Abrams books for young readers; ISBN 9781419708459; € 15,49 BOL en £6,99 bij amazon.co.uk


Er zitten veel grapjes en associaties in tekst en platen. Een paar voorbeelden:

Mijn favoriet is een dure design-citruspers van Alessi, door Rosie gerepareerd met een vork.

rosie3citrus

 

 

rosie4wecan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oud-oudtante Rose met haar rood-wit genopte hoofddoek, die vroeger vliegtuigen bouwde, is een knipoog naar het cultuur-icoon ‘Rosie the riveter’, symbool voor de Amerikaanse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de fabrieken werkten.

 

rosie5Al lezend in het notitieboekje van haar oud-oudtante met vrouwelijke vliegtuigbouwers en piloten, beseft Rosie dat al die vrouwen vóór haar ook fouten maakten en daarvan leerden. De geschiedenis van die vrouwen in de luchtvaart zie je in Rosies denkwolkje.