Maker Education & Onderzoek: Paulo Blikstein

paulo_blikstein-010-croppedPaulo Blikstein is onderzoeker aan Stanford. Hij doet onder andere onderzoek naar het gebruik van maker spaces en fablabs in het onderwijs. Daarbij doet hij bijvoorbeeld samen met collega’s onderzoek naar manieren voor formatieve toetsing die effectief zijn en passen bij maakonderwijs, in hoeverre en wat leerlingen leren bij maak onderwijs & hoe bepaalde indelingen van activiteiten bij maakonderwijs zorgen voor dieper inzicht bij leerlingen. Ook doet hij interessante uitspraken over hoe maker education een plek kan krijgen en wat daarin belangrijk is om keuzes over te maken.

Op een recente FabLearn conferentie – een conferentie die gaat over maker education, recent ook in Europa geweest – deelde Blikstein een aantal van zijn inzichten en onderzoeksresultaten. Ik vond zijn inzichten bijzonder waardevol en denk ik in de praktijk goed te gebruiken (een overzicht van zijn onderzoek kan je vinden op de website van Stanford). Nuttig onderzoek dus dat naar mijn idee helpt om maker education een stap verder te brengen.
(meer…)

Maker Education. Tien jaar geleden.

Van Jan Lepeltak kregen we een link naar een artikel uit de Trouw van 26 juni 2003. Het Computerclubhuis. Eigenlijk gewoon Maker Education voordat het zo genoemd werd. Citaat: “Laat jongeren de computer gebruiken om er iets mee te maken, te scheppen want dat is een veel hoogwaardiger vorm van leren.” Bedankt Jan!

Schrijf zelf maar een rap

Esther Hageman − 26/06/03, 00:00

Neem een ouwe fietsenstalling en een stel probleempubers. Koop een stuk of twintig computers. Sluit hooguit drie daarvan aan op internet. Laat een binnenhuisarchitect de stalling verbouwen, maar zeg erbij dat het er niet uit mag zien als een leslokaal. Weer ‘computerdocenten’ uit de ruimte, want wat heb je daar nou aan. Resultaat: een computerclub waar nooit iets gemold of gejat wordt. En vooral, waar jongeren zin krijgen om iets te leren, te maken, te scheppen.

Jan Lepeltak wijst omhoog, naar de neonreclame boven de ingang van Het Computerclubhuis. ,,De eerste keer dat ik met de deelgemeente ging praten, een gesprek van laten we zeggen een uur, ging het minstens drie kwartier over beveiliging. Ja maar, die pc’s worden toch meteen gestolen? Neonreclame? Die gaat toch onmiddellijk aan diggelen? Dat type tegenwerpingen hadden ze. En begrijpelijk, want dit is Amsterdam-west. Dat gesprek is nu drie jaar geleden. En wat denk je: dit is nog altijd die eerste neonreclame.”

Het Computerclubhuis zit aan de achterkant van het vmbo-gebouw van de Calvijn scholengemeenschap in Amsterdam. Maar verder heeft het clubhuis erg weinig met de school te maken. Nou ja, behalve dat de school het clubhuis een warm hart toedraagt en er z’n fietsenstalling wel voor wilde opofferen. Want, zegt locatiedirecteur Dick Eijgenraam, ,,wij zijn wel zo’n school die zich realiseert dat een school niet de enige plaats is waar je iets kunt leren.”

Dat is in een notendop de filosofie van Het Computerclubhuis – die op zijn beurt gedachtengoed is van Mitchel Resnick, hoogleraar aan het Media Lab van het prestigieuze Massachusetts institute of technology (MIT). Maar dat er ook in Nederland zo’n clubhuis is, is de verdienste van Lepeltak, hoofdredacteur van Computer op school. Hij zag de eerste computerclubhuizen in Boston, en dacht onmiddellijk: waarom hebben we dat in Nederland niet? Dat was juist in de tijd dat minister Roger van Boxtel (grotestedenbeleid) propageerde dat er ‘digitale trapveldjes’ moesten komen. Het Computerclubhuis in Amsterdam werd één van de 200 trapveldjes die Nederland inmiddels telt.

Wereldwijd zijn er, met financiële steun van chips-gigant Intel, inmiddels 77 Resnickiaanse computerclubhuizen, van Sao Paolo tot New Delhi. Zodat aartsvader Resnick tegenwoordig een groot deel van zijn tijd doorbrengt in vliegtuigen, onderweg van het ene naar het andere clubhuis, van symposium naar symposium. Vorige week was hij even in Nederland.

Mitchel Resnicks onderwijs-evangelie klinkt eenvoudig en aantrekkelijk. Op veel scholen staan wel een heleboel computers, maar in de praktijk worden die ingezet op een manier die veel te beperkt en in de kern ouderwets is, vindt Resnick. Sommen maken, plaatsnamen repeteren – allemaal tot je dienst, maar zo gebruik je de mogelijkheden niet die de computer biedt om creatief te zijn. Terwijl de huidige generatie onderwijsbobo’s zich vooral zorgen maakt dat mensen met weinig geld niet vaak genoeg in contact komen met een computer (de ‘digitale tweedeling’ van de samenleving), ziet Resnick die beschikbaarheid niet als het grootste probleem. Hij maakt zich over iets heel anders zorgen: of jongeren aan die pc wel de juiste dingen leren. Zolang je blijft denken dat ‘computers’ vooral iets te maken hebben met ‘informatie’ – kijk, zo verzend je een email; kijk, zo werkt het tekstverwerkingsprogramma – zie je over het hoofd dat je de pc ook kunt gebruiken zoals je een verfdoos gebruikt: de kleuren zijn er al, het is aan de artiest om er iets moois mee te maken.

Laat jongeren de computer gebruiken om er iets mee te maken, te scheppen, vindt Resnick – want dat is een veel hoogwaardiger vorm van leren. Resnick vergelijkt het met een taal leren. Je spreekt een taal pas werkelijk wanneer je er je ideeën in kunt uitdrukken; niet wanneer je een heleboel woorden kent en de grammatica snapt. Zo ook met computers. Veel ernstiger nog dan een kloof tussen wie wel en wie geen computer bezit, vindt Resnick de kloof tussen de mensen die de computer wel of niet creatief weten te gebruiken.

Hou je van computerspelletjes? Prima, maar in een computerclubhuis kun je zo’n spel niet gaan zitten spelen. Ga er maar zelf een maken. Chatten is er evenmin de bedoeling. Ben je dol op rap? Uitstekend – maar in het computerclubhuis zit je die muziek niet van internet te downloaden; schrijf zelf maar een rap en zet de tekst boven een ritme dat je aan de PC zelf hebt gecomponeerd. Kan je dat niet alleen? Geeft niets, daar zijn de mentoren voor. Dat zijn jongeren zoals jij, maar dan met wat meer ervaring.

Of, wanneer een kind geen overduidelijke passie heeft, stel het kind dan de vraag: welk probleem zou je graag eens opgelost zien? In de Computerclubhuizen van de VS noemen kinderen dan andere problemen dan in India, blijkt uit een filmpje dat Resnick heeft meegebracht. Ik zou weleens willen weten hoe hard ik eigenlijk ga wanneer ik op mijn skates rijd, zegt een elfjarig Amerikaans meisje – en ze ontwerpt een snelheidsmeter. Ik zou weleens willen weten hoe schoon ons drinkwater eigenlijk is want er zijn bij mij in de buurt zoveel mensen ziek, zegt een 13-jarige Indiase jongen uit een sloppenwijk. In het Computerclubhuis, waar een microscoop op een computer is aangesloten, onderzoekt hij de waterkwaliteit.

,,Die ervaring van zo’n jongen lost het probleem van de waterkwaliteit in India niet op, maar het verandert wel zijn zelfbeeld”, zegt Resnick. ,,Hij ontwikkelt er zelfvertrouwen door: ik heb iets uitgezocht. Net als dat meisje. Dat ontwikkelt ook een notie van wat er allemaal mogelijk is: er gaat een wereld open.” Dat deed ze met een ander idee van Resnick: programmeerbaar Lego, op de markt onder de naam MindStorms. Dat is Lego met een chip erin, waardoor je constructies kunt bedenken met een tijdklok erin, of een slot erop.

,,Het bijzondere van het Computerclubhuis is dat er geen docenten zijn”, zegt Lepeltak. Al die andere digitale trapveldjes zijn, in een of andere vorm, een brave cursus. Hier vraag je aan een mentor: hee, help me even, leg me eens uit. Je bent onder gelijken. Het belangrijkste deel van de naam is dus niet ‘computer’, maar ‘clubhuis’. De leden hebben dat gevoel zelf ook. Daarom blijft de boel heel, en is er in drie jaar ook nog nauwelijks iets gestolen.”

De Amsterdamse vestiging van het Computerclubhuis heeft inmiddels 166 leden, onder wie een flinke groep die er vóór het lidmaatschap niet meer voor te porren viel om nog naar school te gaan. Lepeltak: ,,De leerplichtambtenaar weet ons inmiddels ook te vinden en stuurt ons spijbelaars. Het vermakelijke is dat je in een dergelijk geval allerlei waarschuwingen van de oude school mee krijgt: ‘pas op hoor, die jongen heeft een korte lont’, enzo. Maar hier? Ze zitten uren onafgebroken te computeren. Geen centje pijn.”

De Onderwijsraad, het adviesorgaan van de regering in onderwijszaken, dat zich van oudsher vooral druk maakte of artikel 23 van de Grondwet (de vrijheid van onderwijs) niet in gevaar komt, toont enthousiasme voor het abstracte idee dat achter het Computerclubhuis schuilgaat. Leren gebeurt niet alleen op school; ook (wat de raad noemt) ‘informeel leren’ is leren, schreef de raad onlangs in een tweetal rapporten. Ans Grotendorst, lid van de Onderwijsraad: ,,Het onderwijsbestel weet over initiatieven als deze vaak niet zoveel meer te zeggen dan ‘jullie zijn leuk bezig’. Enerzijds is de school er vaak zelf oorzaak van dat jongeren dropouts worden, door maar één manier van leren aan te bieden. Anderzijds ontbreekt het aan elke erkenning voor wat jongeren ‘buiten’ opsteken. Dat is verkeerd. Je zou op school examen moeten kunnen doen in dingen die je buiten school hebt opgestoken. Doe recht aan elke kennis, hoe die ook en waar die ook is verworven. Of om concreet te zijn: als een leerling een werkstuk moet maken, dan kun je je voorstellen dat-ie op school de informatie bijeen gaart, en dat-ie in een Computerclubhuis de vormgeving doet. Daar moet je dan wel een cijfer voor krijgen.”

Origineel artikel hier te vinden.

Robot- en rakettenspeech

asscherbussemakerDisclaimer: dit stuk wemelt van de meningen. Die zijn van mij.

Vice-premier Lodewijk Asscher hield tijdens het SZW congres op 29 september 2014 een speech over de robotisering van arbeid. Daar is veel discussie over geweest. In DWDD sprak Matthijs van Nieuwkerk met minister Bussemaker over dit onderwerp. Ook adviesbureau Deloitte deed een duit in het zakje. Uit onderzoek van dit consultancybureau bleek dat 2 à 3 miljoen banen zouden verdwijnen door robotisering.

De toespraak van Asscher, die hier in zijn geheel te lezen is, lijkt op sommige punten een mooi pleidooi te houden voor Maker Education.

Na eerst het punt te hebben gemaakt dat we ons zorgen moeten maken en dat we vooral uit moeten kijken voor een scheve inkomensverdeling, komt Asscher bij de oplossingen. Hij begint dan zo:

Een 20-jarige student van onze eigen Universiteit Delft heeft bijvoorbeeld een systeem bedacht, dat in vijf jaar tijd zeven ton plastic afval uit de oceanen kan vissen. En wie weet wat de toekomst nog meer brengt…
We moeten er voor zorgen dat Nederland een broeikas is voor dergelijke nieuwe ideeën.

Mooi! Maar dan maakt hij de klassieke denkfout dat moderne technologie in de klas het onderwijs ook moderniseert.

De toepassing van nieuwe technologie in het onderwijs biedt nieuwe kansen. Het onderwijs is vaak nog traditioneel ingericht. De leraar of meester staat voor de klas en geeft les, waarbij slechts beperkt ruimte is voor maatwerk. Digitale technologie biedt de ruimte voor meer maatwerk, waardoor elke leerling zijn eigen tempo kan volgen. De docent krijgt dan meer de rol van een begeleider en bewaker van dit individuele leerproces. Flipping te classroom: het leerproces kan zelfs in zijn geheel worden gekanteld, door leerlingen thuis op de computer lessen te laten volgen en ze op school te begeleiden bij het maken van opdrachten.

Minstens zo belangrijk is dat het onderwijs de vaardigheden aanleert waaraan behoefte is in het tweede machinetijdperk. Het basisonderwijs is bijvoorbeeld nog sterk gericht op lezen, schrijven en rekenen. Deze vaardigheden blijven van belang, maar in de digitale economie komt het steeds meer aan op conceptueel denken, brede patroonherkenning en complexe communicatie.
We kunnen niet exact voorspellen welke methoden zullen worden uitgevonden en aan zullen slaan, maar er is veel ruimte voor vooruitgang. Het feit dat steeds meer Nederlandse scholen experimenteren met technische mogelijkheden zoals Tablets, is een positieve ontwikkeling

“Tablets” Met een hoofdletter nog wel. Als ik een ding weet, is dat die Tablets het robotprobleem niet gaan oplossen. Die maken van leerlingen maar consumenten. Terwijl we juist producenten nodig hebben, makers. Maar, we vergeven het hem (hoewel ik persoonlijk echt pas voor de rol van “begeleider en bewaker van dit individuele leerproces”) want daarna zegt hij veel zinnigere dingen:

rocket_robotAls robots laaggeschoold en routinematig werk gaan overnemen moeten we onze jeugd opleiden voor het andere werk. Niet trainen op routine, maar op het onverwachte. Niet op feiten, maar op creatief analyseren en nieuwe wegen zoeken. En uiteraard op een goede omgang met een geautomatiseerde wereld.

En de weg daarnaar toe? Ach, die loopt wellicht via Maker Education. De beroemde rakettenspeech van zijn collega van Onderwijs, minister Bussemaker geeft de richting aan:

Want om bij de maan, en verder, te komen, moeten we steeds betere raketten ontwikkelen. Niet zozeer letterlijk, maar vooral figuurlijk. En moeten we jonge astronauten opleiden, die hightech oplossingen combineren met moed. En met een stukje plakband.

 

 

MakerEd op het ECL in Haarlem

15 leerlingen zijn ruim drie uur ingespannen aan het ontwerpen, bouwen en programmeren, zonder instructie vooraf. En om half vijf moet ik iedereen met zachte drang naar buiten duwen, anders zitten we er om zes uur nog. Zo zag onze eerste Maker+Klas op 1 oktober eruit.

imageMet financiële ondersteuning van de Stichting Iris, ons schoolbestuur, Jet-Net en Onderwijspioniers kon ik dit jaar een makerklas opzetten. Die is onderdeel van het project Verbreding in de Bovenbouw, waaraan nog drie collega’s deelnemen.

Verbreding in de Bovenbouw betekent dat leerlingen, die wat extra uitdaging kunnen gebruiken en het zich kunnen permitteren een of meer lesuren te missen, mee mogen doen met een van de verbredingsklassen op woensdagmiddag. Tegelijk met mijn Maker+Klas gaf mijn collega Gerardo Soto y Koelemeijer (wiskundige en literatuurwetenschapper) een Taalwetenschapklas. Daar gingen de leerlingen al even enthousiast aan de slag met tellen in het Eskimoos en teksten vertalen uit het Baskisch. Ze kwamen tussendoor even bij ons op de zolder langs om te vertellen waar ze mee bezig waren. Sommigen van mijn makergroep zouden dat er nog wel bij willen doen. In het tweede semester starten de klassen Relativiteitstheorie door Maarten van Hoven (astronoom en wiskundige) en Strandbeesten Bouwen door Bram Winkelman (bioloog en kunstenaar).

Wouter bekijkt een printplaat onder de microscoop.
Wouter bekijkt een printplaat onder de microscoop.

Voordat de leerlingen om kwart over een binnenkomen zet ik het materiaal klaar waarmee ze aan de slag kunnen. Een Cobra modelrace-auto hebben we van Jet-Net gekregen. Daarmee gaan we komend voorjaar tegen andere scholen racen. Ik heb van het geld dat ik van Onderwijspioniers heb gekregen alvast twee Starterkits van Arduino gekocht met nog wat extra elektronica en gereedschap. Een paar Legorobots met onderdelen die ik ook voor mijn nl&t-lessen gebruik, kunnen we aansluiten op de Arduino-microprocessors.

 

Ik vertel kort wat de bedoeling is en wat je met het materiaal kunt doen. Op de blog die ik vantevoren heb gemaakt staan wat voorbeelden van projecten met de Arduino en een link naar de Jet-Net Enterprise RC Cup. Ze zijn ongeduldig en ik ben nauwelijks uitgepraat of ze storten zich op de spullen.

Rosa, Jolijn en Matthijs doen hun eerste experimentjes om uit te vinden wat je met een Arduino kunt maken en hoe je code schrijft.

2014-10-01 14.33.37

Bram en Wouter zijn de andere Arduino aan het programmeren. Hun eerste plan is een intelligente rijdende coolbox te bouwen die je koude biertjes brengt als je fluit.

2014-10-01 15.29.07

Natalia en Jip ontwerpen een intelligente lichtgevende bodysuit.

2014-10-01 15.28.34

Saul en Jelle slopen de oude laptop van Bram om er een vingerafdrukscanner uit te halen, waarmee ze weer een Arduino willen aansturen.

2014-10-01 15.11.06

Andere onderdelen uit de laptop gaan naar het project van Samuel en Sven, een arduinocopter bouwen.

2014-10-01 14.47.28

Joris en Thomas hebben de aandrijfas en ophanging van de Cobra raceauto bijna in elkaar.

2014-10-01 14.35.14De energie spat ervan af. Door zelf uitproberen, trial and error, leren de Makers spelenderwijs code schrijven voor de microprocessors, leren ze hoe je een led aansluit zonder dat hij doorbrandt als je er spanning op zet, verschillende gereedschappen gebruiken en nog veel meer waar ze in de reguliere lessen niet aan toe komen. Toch zou je dit soort activiteiten goed kunnen inbouwen in de andere lessen. Het boek bij de Arduino Starter Kit (in het Engels) kun je prima in de natuurkunde- of sciencelessen gebruiken. Het legt op eenvoudige wijze de wet van Ohm uit, serie- en parallelschakelingen en de werking van halfgeleiders. En met de Arduino en een breadboard erbij heb je die schakelingen zo uitgeprobeerd. 100 euro kost zo’n setje, dus wat houdt je tegen?

Een paar van de leden van de Maker+Klas hebben een project waarin kunst en technologie samenkomen. Het ECL is een cultuurprofielschool en ik hoop dat we met onze groep een bijdrage kunnen leveren aan een van de muziektheaterproducties. Bijvoorbeeld met lichtgevende danskostuums die reageren op de muziek of andere signalen. Of met zelfgebouwde muziekinstrumenten.

Voor mij is dit project ook een eye opener en een enorme stimulans om op dit pad verder te gaan. Dit jaar heb ik bij de profielwerkstukken die ik begeleid opvallend veel makerprojecten. Die zullen zich ook wel bij onze klas melden. Dingen zelf ontwerpen en maken, uitzoeken waar je onderdelen kunt kopen, een begroting maken, kijken of er goedkopere oplossingen zijn, maakt een nog weinig aangeboorde energie los bij leerlingen. Het is ook mooi om te zien hoe ze elkaar helpen en steunen. Toen iemand zei dat wat hij wilde te  moeilijk was en hij het wilde opgeven, riepen de anderen: “Nee, niet opgeven! Volhouden!”.

Arjan, Per-Ivar en Marten, bedankt voor jullie inspiratie!

Maker Education in de Tweede Kamer

Op woensdag 1 oktober was er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg met o.a. staatssecretaris Sander Dekker over het Techniekpact. Anne-Wil Lucas en Tanja Jadnanansing hebben daar beiden een pleidooi gehouden voor Maker Education. De staatssecretaris heeft een aantal toezeggingen gedaan. Wanneer de handelingen worden gepubliceerd, zullen die hier ook verschijnen. Van Anne-Wil kreeg ik haar spreektekst toegestuurd. De stukken relevant voor Maker Education lees u hieronder. De gehele tekst kunt hier lezen.

Het eerste stuk gaat over het geweldige Frysklab:

Afgelopen zondag was ik in Drachten bij de opening van het culturele seizoen. Met mijn zonen bezocht ik de bus van het FryskLab. De oude bibliotheekbus is omgetoverd tot een rijdend FabLab met 3D-printers, lasercutters en laptops aan boord waar kinderen kunnen kennismaken met 3D-design en the internet of things. Ik begreep niet alles, maar de kinderen wel…. En het mooie was dat i.p.v. de computer alleen te zien als iets waar je minecraft op kunt spelen, ontdekten ze daar dat je diezelfde computer ook kunt gebruiken om je eigen zonnebril te ontwerpen en te ‘maken’. Dat is het nieuwe maken. Een combinatie van ontwerpen, computerdesign en de nieuwste technieken.

Dat is hetgeen alle kinderen zouden moeten leren om straks uitgerust te zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Niet alleen op een zondagmiddag op een plein in Drachten, maar bij voorkeur op school.

En voorzitter, zo kijk ik ook naar het Techniekpact. Het is niet alleen een pact om de huidige tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen. Het is het begin van een nieuw curriculum om onze kinderen voor te bereiden op een toekomst waar technologie een steeds belangrijkere rol in speelt. Niet alleen als je van techniek je vak wilt maken. Maar ook als je in de zorg wilt werken, of in de landbouw.

Later in haar betoog pleit Anne-Wil voor een betere ondersteuning binnen het Techniekpact van nieuwe initiatieven als Maker Education. Een Maker Faire Binnenhof zou daarbij geweldig zijn. Een uitdaging voor de ministers van OCW en EZ!

Voorzitter, daarnaast zijn er initiatieven die precies doen wat het Techniekpact beoogt, maar die aangeven nauwelijks aansluiting te kunnen vinden bij het Techniekpact: the maker movement en maker education en het FryskLab bijvoorbeeld. Zij worden gedragen door de pioniers in het onderwijs en krijgen internationaal erkenning. Maar het lukt hun niet bij het platform B&T aan tafel te komen.

Arjan van der Meij van de Populier hier in Den Haag doet geweldige dingen. Laten we hem steunen om the maker movement ook in NL echt van de grond te krijgen. Via startupNL en de Startup wereld weet ik hoe belangrijk de verbinding tussen ICT, data en het ‘maken’ is. Niet voor niets zit de TechShop in het hart van San Fransisco. Daar kunnen mensen werken aan vernieuwende producten en prototypes. Niet voor niets zijn er in San Fransisco op zaterdagmiddag Maker Faires voor kinderen, waar zij robots bouwen en 3D-designs kunnen printen. Obama hield onlangs een Maker Faire in het witte huis. Wanneer volgt de Maker Faire Binnenhof, vraag ik aan de ministers van EZ en OCW?

Dank aan Wietse van Bruggen voor het mooie plaatje hierboven.

Film en Maak avond

Rotslab in Utrecht
Rotslab in Utrecht

Op donderdag 16 oktober organiseert Kennisnet samen met Rotslab een Maker Movement/ Maker Education avond met een film over The Maker Movement, een paneldiscussie en je kan ook nog lekker zelf aan de slag o.a. in het mobiele Frysklab fablab. Klik hier voor meer info en om je (gratis) aan te melden. Een mooie avond om kennis te maken met Maker Education en de mensen die daar mee bezig zijn.

Binnenkort meer!

pop
Lamp gemaakt door Joop op een van onze plakkenenknippen-avonden @depopulier

Wat mooi dat je nu al hier terecht bent gekomen! Er is echter nog niet veel te zien. Maar dat gaat veranderen.  Binnenkort zal deze site gevuld worden met allerhande zaken rondom Maker Education zoals we die in Nederland willen gaan vormgeven. Uitleg wat het is, hoe het op verschillende plekken wordt uitgevoerd, links naar leveranciers van de juiste spullen, artikelen waarmee ouders hun schol, leerlingen hun leraren, leraren hun schoolleiding en andersom kunnen overtuigen om eens te gaan snuffelen aan Maker Education en nog veel meer.

Ik houd je op de hoogte! En dit gaat wellicht het gemakkelijkst door je op deze blog te abonneren. Hoeft niet hoor, je kunt ook gewoon later nog eens kijken.

Arjan van der Meij

twitter: @arjanvandermeij
email: arjan@makered.nl
skype: ajvdmeij