De basis van leren en maken is mens-zijn

Over de auteur:
Astrid Poot is hoofd jeugd/familie projecten en creatief/strateeg bij
Fonk blogger, spreker (over play, gaming en creativiteit) maar
vooral eeuwig lerend :)

allboekenEen boekbespreking van Creating innovators (Tony Wagner), Mindset (Carol Dweck) en Empathie (Roman Krznaric).

Soms komen dingen prachtig bij elkaar.

De grote vraag waar ik al lang mee bezig ben is of je maak- en creatieve processen kunt formaliseren en in (skills)lijstjes en stappen kunt vangen. En dan van daaruit kunt aanleren. Meestal geloof ik van niet. Ik hecht aan de gedachte dat creativiteit en maken rommelig zijn, en alleen tot bloei kunnen komen door aan de slag te gaan.

In de kerstvakantie las ik drie boeken die samen een wonderlijk mooi verhaal vertelden. Deze drie boeken hebben me tegelijk uitgedaagd en bevestigd in mijn opvatting. Dat verhaal wil ik graag met jullie delen. Geen echte boekbespreking, maar misschien wel inspiratie de boeken ook te gaan lezen.

creatinginnovatorsCreating innovators, Tony Wagner

Wagner schrijft in zijn boek Creating Innovators over de voorwaarden voor creativiteit en innovatie. In zijn boek vind je veel mooie verhalen van succesvolle ondernemers (opvallend vaak drop-outs) en scholen en universiteiten die gericht zijn op de maximale ontwikkeling van creativiteit. Waarbij zowel leerlingen als docenten met veel vertrouwen van alles proberen en actief leren.

In een eerder boek beschreef Wagner de Seven Survival Skills for the future:

  1. Critical thinking and problem solving
  2. Collaboration across networks and leading by influence
  3. Agility and adaptability
  4. Initiative and entrepreneurship
  5. Accessing and analyzing information
  6. Effective oral en written communication
  7. Curiosity and imagination

Inhoudelijk goed, maar wel een beetje een koel lijstje. Het zijn karakteristieken waar succesvolle ondernemers terugblikkend waarschijnlijk aan voldoen, maar of je succesvol wordt door het aanleren van deze skills weet ik niet. Zulke vaardigheden voelen als werk, iets wat je leert om een goede professional (brr) te worden.

Dat vond Wagner ook. In het verder denken over innovatie kwam hij scholen en ondernemers tegen die hebben ervaren dat succesvol plannen realiseren weliswaar bovengenoemde eigenschappen vraagt, maar vooral een zacht proces is dat op gevoel en op vertrouwen gestoeld is. En dat vraagt het veranderen of wegnemen van bestaande structuren.

Zo heeft het MIT Media Lab geen verplicht curriculum, studenten worden aangemoedigd cursussen te volgen die ze interessant en relevant vinden. Studenten hebben veel vrijheid. Die vrijheid bestaat niet uit de afwezigheid van structuur, maar juist door het aanbod van een een ander soort structuur.

We see a strong emphasis on collaboration (versus individual achievement); multidisciplinary learning (versus specialization); an emphasis on creating things and student empowerment (versus passively consuming knowledge); encouragement of intellectual risk-taking and trial and error (versus risk avoidance); and, finally, a strong emphasis on intrinsic (versus extrinsic) motivation, with the absence of grades and the faculty’s focus on encouraging students to pursue their passions.

Patroon in de succesvolle voorbeelden is dat de hoofdpersonen vanuit hun gevoel hebben gehandeld. En dat hun bedrijf of school een verlengde is van wie ze zijn: wat ze belangrijk en interessant vinden. Het is allemaal erg persoonlijk.

Boodschap is dat wat je kunt en doet altijd al in je heeft gezeten en onderdeel is van jouw eigen logische verhaal.

De Five characteristics of design thinkers van Tim Brown vind ik een fijner lijstje. Dat voelt minder business en meer intuitief:

  • Empathy: people first
  • Integrative thinking: all aspects of a problem
  • Optimism: not matter how challenging a problem, it can be solved
  • Experimentalism: trial and error
  • Collaboration: interdisciplinary

Vooral empathie, optimisme, uitproberen en samenwerking spreken me aan.

Die hoef je niet aan te leren, maar alleen te (her)activeren. Het zit dicht bij de kern van wat het is om mens te zijn. Breed denken moet je waarschijnlijk meer ontwikkelen en oefenen, maar dat is in context met de andere skills niet moeilijk. (Leiden empathie, optimisme en samenwerking niet vanzelf tot breed denken?)

Het zijn allemaal meer gewoontes dan skills. Iets heel normaals dat je als gereedschap moet leren gebruiken. En alleen als je (intrinsiek) gemotiveerd bent, want anders lukt het niet.

Wat kunnen we hiermee? Ik heb geprobeerd de relevantie voor verschillende rollen te omschrijven:

  • De maker (of leerling) moet vooral lekker gaan maken. Met veel plezier! Leren door bezig te zijn, en zonder angst hulp vragen als het nodig is.
  • De collega doet hetzelfde. Maar let er misschien extra op om op tijd advies en expertise in te brengen. Hij geeft advies, maar vraagt het natuurlijk ook.
  • De leraar laat het gebeuren en kijkt goed. Hij steunt het proces en de energie waar nodig, en brengt kennis in als het proces rijker en beter kan. (Enis ondertussen als maker zelf ook aan het leren!)

Het is dus allemaal heel persoonlijk en er wordt gehandeld vanuit gevoel. Dat brengt me bij boek 2.

 

empatieEmpathie, Roman Krznaric 

Vrijwel alle mensen kunnen zich inleven in anderen. Toch handelen we daar niet altijd naar. In zijn boek vertelt Krznaric over wat ons tegenhoudt, en hoe we die barrières kunnen wegnemen om empathischer te leven.

Dat komt niet alleen onze relaties en creativiteit ten goede, maar leidt ook tot fundamentele maatschappelijke en politieke verbeteringen.

Empathie is belangrijk voor ons welzijn. Je kunnen inleven in een ander en daarnaar handelen en zelf open zijn naar anderen maakt dat we als groep kunnen functioneren. Het is een middel om samen te kunnen leven, leren en werken en het vormt een voorwaarde voor geluk en groei.

Maar waarom lukt het ons niet altijd een empathische houding te hebben?

  • Vooringenomenheid: we maken snel beslissingen over wie we voor ons hebben op basis van eenvoudige modellen (schoonmaker = laagopgeleid), wat ons helpt in ons dagelijks functioneren, maar het zorgt er tegelijkertijd voor dat we vaak in stereotypes denken, in plaats van over echte mensen.
  • Gezag: veel mensen houden ervan als iemand met gezag vertelt hoe het zit of wat er moet gebeuren. In die gehoorzaamheid verliezen we soms het vermogen empathisch te handelen. Het beroemde experiment van Stanley Milgram waarin deelnemers elkaar elektrische schokken moesten geven (‘U hebt geen keuze, u moet doorgaan.) toonde dat schokkend aan.
  • Afstand: voor mensen die we niet kennen, die ver weg wonen en een leven leiden dat anders is dan het onze is het moeilijker empathische gevoelens te ontwikkelen dan voor mensen die meer op ons lijken. Afstand maakt ons minder moreel begaan met anderen.
  • Ontkenning: we zijn geneigd onze ogen te sluiten voor wreedheden en lijden van anderen. Het is te abnormaal, te verontrustend, te bedreigend. Te moeilijk om over na te denken.

Toch zijn we gelukkiger als we ons empathischer kunnen opstellen. Krnzaric reikt ons 6 nieuwe gewoontes aan waarmee dat kan:

  1. Begrijp dat empathie waardevol en prachtig is. Zet je brein bewust op empathisch.
  2. Verplaats je bewust in andere mensen. De mensen om je heen, maar ook je vijanden. Probeer te zien waarom ze zijn wat ze zijn en doen wat ze doen.
  3. Dompel je onder in levens van mensen die anders zijn dan jij. Begeef je in een andere subcultuur, ga bewust op zoek naar andere ervaringen.
  4. Voer goede gesprekken: leer radicaal te luisteren. (Marshall Rosenberg)
  5. Verplaats je in anderen door verhalen te lezen, films te kijken, tentoonstellingen te bezoeken en online verhalen van anderen te lezen.
  6. Wat kun jij doen om mee empathie te genereren? Inspireer anderen!

Mooiste in het boek vond ik de ideeën van emotieonderzoeker Brené Brown. Zij stelt dat kwetsbaar zijn een voorwaarde is voor empathie en geluk. Als we iets riskants doen, als we iets voor het eerst proberen, om hulp vragen, een mening verkondigen, verliefd worden, bekennen dat we iets niet kunnen, voelen we ons kwetsbaar. En dat is eng. Gelukkig kan die kwetsbaarheid goed resulteren in diepere relaties, grotere empathische verbondenheid, creatieve doorbraken, meer plezier en minder angst.

We leren dat kwetsbaarheid een zwakte is, maar in feite getuigt kwetsbaar zijn van grote moed vindt Brown. Kwetsbaar durven zijn getuigt van een op groei gerichte mindset. (zie derde boek)

De grote lijn is dus een oprecht open houding te hebben, zowel naar anderen als naar jezelf. Vanuit die openheid kun je beter nadenken over behoeftes van anderen en jezelf en menselijker beslissingen nemen. Als je samen aan het leren of maken bent is het fijn je bewust te zijn van je eigen empathische houding. Naar jezelf, naar de ander, en naar dat wat je leert of maakt. Vanuit liefde.

Oprechtheid is daarin belangrijk.

Ook in marketing is empathie als aanpak doorgedrongen. Door in te spelen op diepe behoeftes van mensen kun je immers veel meer verkopen! Daar word ik persoonlijk helemaal niet goed van. En mensen die dingen hebben gekocht omdat hun behoeftes zo goed zijn doorzien ook niet. Empathie is daar ontdaan van de morele betekenis. Het moet gaan over liefde en wederkerigheid. Om echt empathisch te handelen moet je kwetsbaar durven zijn, en zelf ook durven veranderen.

Wat kunnen we hiermee?

  • De maker weet voor wie hij iets maakt. Vol liefde en aandacht begrijpt hij de diepe behoefte en de kans daaraan zelf een waardevolle bijdrage te leveren.
  • De collega voelt het als er iets nodig is. Hij kijkt en communiceert. Uit oprechte interesse en vanuit de behoefte zelf ook te groeien denkt hij mee met de maker.
  • De leraar ziet vol interesse wie zijn leerling is en helpt hem te groeien vanuit dat wat hij in de leerling ziet. Een steeds veranderend beeld. Dat van de leerling, maar ook dat van de leraar.

Voorwaarde voor dit alles is dat je je kunt openstellen. En zo komen we bij het laatste boek.

 

mindset2Mindset van Carol Dweck 

Dweck is al jaren bezig met onderzoek naar prestatie en succes. Zij heeft ontdekt dat het niet alleen onze vaardigheden en talenten zijn die voor succes zorgen, maar dat de mindset die men heeft ook mede bepalend is.

Ze onderscheidt twee mindsets:

  • Mensen met een statische mindset geloven dat hun talent en intelligentie een gegeven zijn en dus onveranderlijk.
  • Mensen met een op groei gerichte mindset geloven dat je je talent en intelligentie kunt ontwikkelen door onderwijs, inzet en volhouden.

Je functioneren hangt dus samen met je mindset.

Mensen met een fixed mindset verbinden falen meteen aan hun identiteit. Zelfverklaarde slimme mensen die een toets slecht maken, zullen altijd de toets de schuld geven: aan henzelf kan het immers niet liggen! Dat doet teveel pijn.

Mensen met een op groei gerichte mindset zullen een slecht gemaakte toets zien als een kans om te leren. Hoe kan ik het nog beter doen? Ze zijn blij met de kans zich te verbeteren.

mindset

Gelukkig zijn mindsets niet statisch: je mindset kan per onderwerp of moment anders zijn. Als je je mindset herkent, kun je hem zelfs op het moment zelf veranderen.

Wat kunnen we hiermee?

  • De maker zegt als iets helemaal niet lukt hardop: ‘Dat is interessant!’ Zo kan de maker vrolijk verder werken. (Dat werkt. Eigen ervaring.) ‘Natuurlijk is het pijnlijk als je tekort schiet. Maar probeer het niet te zien als iets allesbepalends. Het is een probleem dat je onder ogen moet zien, dat moet verwerken en waar je van kunt leren.’

 Een statische mindset maakt van andere mensen rechters in plaats van bondgenoten.’

Je doet dus ook anderen een plezier met je op groei gerichte mindset. 😉

  • De collega probeert het werk van zijn jonge collega open te benaderen. Wat is interessant aan zijn aanpak? Voel ik weerstand, en hoe komt dat? Wat kunnen we samen leren? Hoe kan ik (vanuit een op groei gerichte mindset) mijn jonge collega ondersteunen en doen groeien? Hoe kan ik zelf groeien?
  • De leraar begrijpt zijn eigen mindset. Hij probeert steeds weer open naar zijn klas te kijken. Wie zijn de kinderen en hoe kunnen ze groeien? Hij geeft open feedback en probeert kinderen niet te leren dat oefenen en doorzetten belangrijk is. Hij legt uit dat hersenen plastisch zijn en beter functioneren als je ze meer gebruikt. En dat iedereen dat kan.

Ter illustratie:

Stel, je dochter verliest een turnwedstrijd. Wat voor feedback geef je haar en wat zeg je daar eigenlijk mee?

  • Maar ik vond jou de beste!

Gelogen: ze was niet de beste, dat weet jij, dat weet zij

  • De prijs is je afgepakt, hij kwam jou eigenlijk toe.

Geef anderen de schuld van jouw tekortkomingen

  • Ach joh, zo belangrijk is dat turnen niet.

Iets wat niet lukt moet je meteen devalueren, weg ermee

  • Je hebt talent, de volgende keer zal je zeker winnen.

Gaat het met talent vanzelf? Hoe win je dan volgende keer?

  • Je verdiende het niet om te winnen.

De anderen waren beter. Als je ook zo goed wilt worden, moet je (nog) harder werken.

Vanuit de visie van Dweck is alleen de laatste optie juist.

Mens-zijn

Zijn zoals je als mens het liefst zou zijn. (En van nature ook bent.) Gedreven door gevoel en handelend op basis van samenwerking en vertrouwen in een intuïtief proces. Alle andere regels en processen zijn ondergeschikt daaraan. Dat is de grote conclusie wat mij betreft.

Is dat dan zo nieuw? Deze boeken zijn zeker een feest der herkenning. Alle anekdotes komen bekend voor, en kennen we ook uit ons eigen werk en leven. De uitleg en duiding echter maken alles logisch en helder. En dat is heel fijn.

En mijn vraag of je creatieve en maak processen in stappen kunt vangen en formaliseren? Het lijkt meer te gaan het scheppen van voorwaarden dan methodiek. Maar het echte antwoord weet ik nog niet. Wat deze boeken hebben gedaan is me voorzien van instrumenten om verder naar antwoorden te zoeken. Heel fijn!

Alle drie de boeken pak ik er regelmatig bij. Dus ja, ik raad ze van harte aan 🙂

De boeken:

Creating innovators / Tony Wagner

Empathie / Roman Krznaric

Mindset, de weg naar een succesvol leven / Carol Dweck

 

Astrid Poot

12 januari 2015

Recensie xmaslectures 3 2014

De tweede Christmas Lectures, Hack Your Home, over communicatie, vond ik niet veel aan. Te “gadgety”, te weinig verhaal zoals Per-Ivar zei. De derde daarentegen was fantastisch. Vandaar weer dit verhaal. Ik weet het, een recensie schrijf je ook als het niet goed is. Beschouw bovenstaande regel dan maar als een recensie.

Ondertussen is Danielle George, denk ik, bevallen van een dochter, Elizabeth George. Deze tweet lijkt me daar van te getuigen:

Het thema van deze derde aflevering: robots. De grote uitdaging van de aflevering:

Tonight we are going to construct worlds largest robotic orchestra. Playing the Doctor Who Theme.

Een mooi Engels en toch modern thema. Beluister het maar hieronder.

Zoals in beide voorgaande afleveringen en zoals het hoort wanneer een ingenieur een probleem aanpakt, verdeelt Danielle het probleem in een aantal deelproblemen:

  1. drums
  2. synthesizers
  3. gitaren
  4. melodie
  5. keyboard
  6. vliegend bekken (?)

clmotorDan volgt direct het mooiste moment, althans in mijn optiek: er wordt een eerbetoon gegeven aan Michael Faraday, de man die als eerste de Christmas Lectures organiseerde en er een heleboel presenteerde. En hij was natuurlijk de uitvinder van de elektromotor. De eerste (demonstratie) elektromotor die in het bezit is van The Royal Institution wordt binnengedragen door Charlotte, conservator; met handschoenen aan natuurlijk. Het experiment van Faraday wordt herhaald, niet met het origineel maar met een replica. Terecht zegt Danielle dat we in deze aflevering zeer schatplichtig zijn aan Faraday. De moderne versie van dit experiment met batterij en magneet wordt met een toeschouwer herhaald. Klik hier voor een uitleg hoe je dat zelf kunt doen.

Een goede natuurkundeleraar doet dat natuurlijk ook: laten zien dat je dan met beweging ook elektriciteit kan maken. Hier werd dat wel fraai gedaan met een bladblazer, een windmolen vastgemaakt aan de motor van een wasmachine en daarmee werd de elektriciteit opgewekt om een paar LEDs te laten branden.

Het maken van een robotorkest begint met de drums. Deze hebben slechts het ritme te volgen, hoeven geen toon te maken. Het gaat daarbij om op het juiste moment een commando te geven om te slaan. Om de kracht van een robot die precies doet wat hij moet doen te laten zien, toont Danielle een waanzinnige robot: de Cube Stormer 3. Een LEGO-robot die met een smartphone een Rubik’s Cube oplost in een paar seconde.

De drumcomputer die gebruikt wordt om het stuk te spelen is de drumcomputer van Queeen Mary’s University uit Londen. Je kunt hieronder zien hoe deze werkt:

De taal die gebruikt gaat worden om alle instrumenten aan te sturen is MIDI, een taal die zeer gebruikelijk is in computermuziek. Het eerste instrument dat tonen moet maken, de synthesizer, is een bijzonde muziekinstrument: de dot matrix printer. Vanzelfsprekend legt Danielle aan het zeer jonge (10-18) publiek uit dat dat de printer is van vroeger met puntjes. Deze is gehackt en kan door de motoren op verschillende manier aan te zetten allerlei tonen voortbrengen en met MIDI worden aangestuurd. Je gelooft het pas als je het ziet en hoort. Zie hieronder:

Van een dot matrix printer naar een 3D printer is dan een kleine stap. Een basgitaar die automatisch pneumatisch wordt bespeeld, gebruikt ge-3D-printe vingers. Van tevoren is het hoofd van een toeschouwertje gescand en geprint en er wordt gezegd dat haar buste naast die van Faraday komt te staan in The Royal Institution. Dat zou een hele eer zijn. Een videoverbinding met een meisje in Inverness die een handprothese heeft die ge-3D-print is maakt dit item mooi af.

clrobotthereminOok weer mooi om te zien is dat belangrijke concepten spelenderwijs worden geïntroduceerd. Zo moet een humanoïde robot (H5W) de theremin bespelen. Daartoe maakt de robot natuurlijk gebruik van feedback-loops. De demonstratie met twee schuiffluitjes waarbij Danielle een toon blaast en een toeschouwer dezelfde toon moet blazen mislukt enigszins maar is wel goed bruikbaar ook in de les. Daarna wordt een LEGO-robot laten zien die een witte lijn over de zwarte studiovloer volgt. Allemaal feedbackloops. De begeleider van H5W zegt het daarna ook nog mooi: je hersenen doen niets anders dan feedbackloops doorlopen; eigenlijk zijn het grote voorspel-machines.

Het samenspelen komt daarna aan bod en dat wordt gedemonstreerd met een zwerm robots: de Pixelbots. Ontwikkeld door Disney. Dit zijn kleine ronde robots die van kleur kunnen veranderen en bewegen op een plat vlak. Ze botsen niet op elkaar doordat ze continue met elkaar communiceren. Ze vertellen de geschiedenis van de wereld via de Big Bang, via het draaien van de aarde om de zon (en de maan om de aarde), de vis uit het water en de dino’s naar de mens. Mooie demo: wanneer een toeschouwer een paar robots verplaatst, herstelt de zwerm dit door andere “pixels” een ander kleur te geven en te verplaatsen. Zie hieronder. Kijk tot het einde dan zie je mooi de verplaatsing van de pixels en de oplossing van de zwerm!

clvoetbalbotsVoetbalrobots spelen op het keyboard allemaal verkleed als de verschillende doctors uit Doctor Who. Behoorlijk cool maar vanzelfsprekend kan de grote ster van het nieuwe DIY niet ontbreken: de drone. Een hele mooie die zelfdenkend is maar in dit orkest de bekkens bespeelt door omhoog te vliegen waardoor er door een constructie een stok tegen het bekken wordt geslagen.

Uiteindelijk is het orkest compleet met een extra drum, een elektrische gitaar, een klokkenspel en vier menselijk spelers van het London Contemporary Orchestra. Nadat er nog verteld is dat het heel moeilijk was om alle instrumenten precies gelijk te laten spelen, wordt het thema ingezet. Het is helemaal niet slecht en goed herkenbaar.

Danielle George eindigt met een prachtig slotwoord waarin de woorden Maker Education niet vallen maar het is evengoed een uitbundig pleidoio hiervoor:

I call it a New Revolution. The hacking revolution starts right now. I want you to stop thinking about your phone or laptop as a blackbox but something you can tinker with. If your phone doesn’t do what you want it to do, write an app of your own. If something in your house doesn’t behave the way you want it to, think about how you can hack it, how you can take control.

We’ve set ourself three great challenges in these lectures and my final challenge is to you. What is your great engineering challenge? What problem are you going to solve? And if you haven’t worked it out yet, that’s OK too. Now is the time to get those skills – learn some code, buy that simple electronics kit. Then when the inspiration hits, you’ll be ready and sparks will fly.

Al met al prachtig om te zien. Vanzelfsprekend is er wel wat kritiek te leveren. Het kan wel wat interactiever, zei Per-Ivar en daar heeft hij gelijk in. Bovendien is het ook weer het gebruikelijk witte publiek, de upperclass. Diversiteit is belangrijk maar ver te zoeken.

Maar, over het algemeen een prachtige serie waarin goed te zien is hoe gaaf het is om de wereld naar je hand te zetten. Ook het speelse, het niet persé iets nuttigs doen, kwam hier goed naar voren. Het is een punt dat wij, op mijn school vaak maken als mensen vragen wat het verschil is tussen wat wij doen en wat ze op het Technasium doen. Wij kiezen ervoor om i.t.t. het Technasium de kinderen nog niet te veel lastig te vallen met de echte buitenwereld. Laat ze lekker maken wat ze zelf gaaf maken, opdrachtgevers komen heus later wel. Wij denken dat als je maakt wat  je graag wilt maken, dat je dan in de leermodus komt te staan. En dan het liefst individueel, niet teveel in grote groepen.  “When the inspiration hits, you’ll be ready and sparks will fly.”

Het allermooiste vond ik het als de camera het publiek in zwaaide. Zoals ik het ook aan Danielle George tweette: “And sparks did fly! I saw them in the eyes of the children! Great job!

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.
Deze recensie is een puur persoonlijke.

Hier kun je de afleveringen terugzien. Vanuit Nederland kan dat niet direct. Ga naar http://hola.org en en download de extensie voor Chrome. Bij mij werkte het feilloos.

Howtoons: Tools of Mass Construction.

 Een Recensie.

Schermafbeelding 2014-12-27 om 11.30.05Het begin van mijn carriere als maker is eigenlijk heel precies te bepalen. Op 31 december 2005, om een uur twee ’s middags. Ik kreeg van mijn grote vriend Marten Hazelaar een tijdschrift. “MAKE” heette het. Editie nummer 4. Amerikaans natuurlijk. Met een mevrouw voorop die een sigarendoos-gitaar bespeelt.

Op 1 januari 2006 begon ik in het tijdschrift te bladeren. Twee uur later had ik hem uit en een week later had ik de voorgaande drie edities gevonden en gekocht en meteen een abonnement genomen dat ik tot nu heb (nr. 42 alweer, geen recensie over MAKE: daar heb je gewoon een abonnement op!). In dit tijdschrift staat vanaf het begin een cartoon, genaamd Howtoons. Een meisje (Celine) en een jongen (Tucker) die graag dingen maken. Cool natuurlijk, wellicht bruikbaar in de lessen, dacht ik toen.

howtoonsmarshEn dat heb ik ook gedaan. De elektromotor hebben we wel eens gemaakt en ook hebben een paar leerlingen de Marshmallow shooter gemaakt.En zoals dat gaat met een tijdschrift waar je vrienden mee wordt, je zoekt je eigen volgorde door een editie heen. En een van de eerste leesstops is altijd de Howtoons comic. Je begrijpt dat toen we door San Francisco liepen en ik een dik Howtoons-verzamelalbum zag,  Howtoons: Tools of Mass Construction, ik deze direct kocht.

howtoonsvkDe ontstaansgeschiedenis van Howtoons wordt direct aan het begin van het boek uit de doeken gedaan. Zoals zoveel belangrijke zaken is dit ook begonnen op MIT (Massachusetts Institute of Technology)

where irreverence is valued over tradition (waar oneerbiedigheid belangrijker wordt geacht dan traditie)

Saul Griffith, toen aan het promoveren en Joost Bonsen, student, bedachten samen dat er een gave manier moest komen om kinderen de basisvaardigheden te leren die ze nodig hebben om hun eigen speelgoed te maken. Ondertussen zou er veel geleerd worden. Maar daar zijn verhalen en kunst voor nodig. Op dat moment kwamen ze Nick Dragotta tegen en schoof ook zijn vrouw Ingrid Dragotta aan. Joost Bonsen ging andere dingen doen en Arwen Griffith schoof aan als editor. Dit team is verantwoordelijk voor Howtoons.

In de introductie van het boek staat de geloofsbelijdenis van Howtoons en die is te mooi om jullie te ontzeggen.

This way of looking at the world has been liberating; the world is the classroom. A playground is the first place you learn physics. A swing set is a pendulum to be studied while enjoyed. A see-saw represents a lever at its most basic, a ride-on lesson. A slide is a whooping experiment in friction and gravity. The world we all want to live in will not build itself. It needs us to invent it, to create it. We need every generation to be enabled to create their world. It starts with creativity and inventing one’s own toys and games. It involves knowledge of tools, materials, and process. It will be beautiful as we marry art with the science, and the design with the engineering. Come play with us.
howtoonsgloeilampIk lees een stuk of tien Graphic Novels per jaar dus ik weet niet veel maar wel iets van comics. En de tekeningen in Howtoons zijn fantastisch. Niet extreem gedetailleerd in de tekening van gezichten bijvoorbeeld maar er is heel veel aandacht voor detail. Het meest opvallende en ook wel aantrekkelijke is de enorme aandacht voor perspectief gecombineerd me de ouderwetse manieren van het beschrijven/tekenen van geluiden. CURLLLLLLL en WOOOOOOH dwars door de tekst heen. Soms zie je de maakschuur vanuit het standpunt van de gloeilamp, soms vult het halve hoofd vanceen van de hoofdpersonen een hele bladzijde (beiden in Workshop). Er wordt geëxperimenteerd met stijlen, comic noir (regenjas maken) en pure Instructables (knopen leggen) komen voorbij. Het verveelt kortom nooit.
De hoofdpersonen Celine en Tucker verschillen net genoeg van elkaar om het spannend te houden. Celine denkt wat meer na en Tucker is meer de doener. Vanzelfsprekend zijn ze ideaal in de zin dat ze altijd de juiste vragen op de juiste tijd stellen zodat het verhaal lekker loopt. Dit staat hun geloofwaardigheid wel enigszins in de weg. Het is Amerikaans, natuurlijk, maar ze schuwen gelukkig ook niet de randjes. Zo zit Tucker op een bepaald moment in bad en vangt zijn schetengas op (in het verhaal over Energy Independance).
Over het maken in het boek kan ik kort zijn. Alles is zeer maakbaar met eenvoudige hulpmiddelen en materialen. De uitleg is uitmuntend en alle tekeningen zeer helder. Zie hieronder:
 howtoonsrotor
Het boek bevat een oneindige hoeveelheid maakdingen (wel, 65 om precies te zijn maar dat is nog teveel voor vier zomervakanties). De verhalen in deze bundel zijn losjes thematisch geordend: Spelen, Gereedschappen, Energie, Kunst, Wiskunde, bètawetenschappen, Bouwen (engineering) en Ontwerpen. Alle verhalen zijn ontsproten aan het brein van de auteurs.
Kortom: een grote hoeveelheid, mooi getekende, doenbare projecten voor kinderen van zeg 8 tot 18 jaar.

 

Er is een verhaal dat me niet zo aanspreekt en dat is een van de laatste verhalen. Het is ook het enige verhaal dat gemaakt is in opdracht (van iemand van MIT) waarbij een real-life vraag wordt opgelost. Er is geen speelgelegenheid voor de kinderen in de buurt en Celine en Tucker maken er een. Te ingewikkeld, teveel volwassenen, teveel anderen. De ziel is er daar een beetje uit.

 

Maar negeer je dat verhaal dan blijft er een geweldige bundel over die elk zichzelf respecterende Maker Educator of aankomende Maker Educator moet hebben.

 

 

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.

Recensie #xmaslectures 1 2014

clpresZoals ik al eerder hier schreef heeft The Royal Institute besloten om dit jaar “Hack your home” als thema te nemen van de fameuze Christmas Lectures (zie hier). Maken en knutselen. Vanavond was de eerste van drie uitzendingen te zien op BBC four. Hieronder een kort verslag en recensie.

De eer om The Christmas Lectures van 2014 te verzorgen ligt bij Danielle Georges, hoogleraar te Manchester en zwanger, zoals ze zelf subtiel laat merken halverwege. Bijzonder goed gekozen. Ze is natuurlijk niet opgeleid als presentator maar de korte BBC cursus die ze moet hebben gehad, heeft vruchten afgeworpen. Ze presenteert zeer losjes en natuurlijk en doet allemaal moeilijke presentator-dingen als publieksparticipatie, live verbindingen en ingewikkelde proeven die makkelijk kunnen mislukken. Ik vermoed dat we haar vaker gaan zien op TV. Graag!

De show van een uur in de prachtige zaal van The Royal Institute begint met het schrijven met licht op lichtgevoelig materiaal. Eerst op het nooduitgangbordje (ga ik meteen proberen maandag) en daarna met een aantal LEDs naast elkaar die aangestuurd worden door een tablet; beweegt Danielle dit over het lichtgevoelig materiaal, dan ontstaan er letters.

De uitdaging van de Lecture wordt geformuleerd:

Kunnen we een gebouw, het SHELL Centre in de binnenstad van London naast London EYE, hacken zodanig dat je Tetris kunt spelen op het gebouw met lichten achter de ramen?

Mij bevalt dit goed: het is niet al te nuttig maar vooral leuk. Je ziet het aan het publiek van kinderen in de leeftijd van 12 tot 17 als ik het goed inschat: de lichtjes in de ogen gaan aan. Dat is cool. Een jongen uit het publiek wordt in de taxi gezet met zijn docent naar het gebouw.

Deze uitdaging wordt de leidraad in de lezing. En wat het mooi echt maakt, is dat het gaat zoals het vaak gaat met Maken. Je leert van alles onderweg. Zo wordt heel kort maar behoorlijk effectief duidelijk gemaakt dat het lastig is om 182 ramen apart te bedienen en dat de oplossing multiplexing is: combinaties van schakelaars gebruiken en heel snel achter elkaar schakelen. Zie hier voor een Engelse uitleg. Ik heb het zelf ook gebruikt bij het maken van mijn 4x4x4 LED kubus, een tijdje geleden. Zie hier.

Danielle legt ons uit hoe gloeilampen werken, dat een gloeilamp zonder bolletje het maar kort doet door de zuurstof in de lucht. In vloeibare stikstof doet de lamp het fantastisch blijkt uit een experiment (geen scienceprogramma voor kinderen zonder vloeibare stikstof. En explosies, zo blijkt later).

Via de grotere efficiency van LEDs, het diffuus maken van licht met papier en het weerkaatsen van licht om een zo groot mogelijke opbrengst te krijgen belanden we bij de communicatie. Hoe kunnen we alle lichten aansturen? Er wordt gesproken over netwerkabels en dat is al genoeg om weer iets gaafs te gaan doen met netwerken. In de film The Matrix zijn er scenes waarbij de tijd even lijkt stil te staan en ondertussen draait de camera om de vaak springende of schietende (of tegelijk) hoofdpersoon heen. Dit wordt gedaan door het koppelen van heel veel computers in een rondje om de hoofdpersoon heen. Er worden Raspberry Pi’s gebruikt. Hier zie je de uitvinder en hoe het werkt:

Eigenlijk heeft dit niet al te veel te maken met het onderwerp: er wordt als snel verteld dat draadloos natuurlijk veel beter is, maar voor de leut is het mooi!

Om de kracht van draadloos te laten zien, dragen alle kinderen in de zaal een armbandje, de zogenaamde xylobands. Dit armbandje heeft een stuk of vijf LEDS aan boord die draadloos aangestuurd kunnen worden in de kleuren rood groen en blauw. Bij concerten zoals bij Coldplay deelden ze er 30.000 uit!

Tussenstand: gebruik maken van LED-lampen en draadloos aansturen. Nu nog het programma en we zijn klaar. Het programmeren wordt uitgelegd aan de hand van een eenvoudig programma om, in Python, volgens mij ook weer op een Raspberry Pi, vier ballonnen te laten exploderen. Dit is mijns inziens niet het sterkste gedeelte van het programma. Het enige wat we zien is dat de volgorde waarin de ballonnen exploderen gewijzigd kan worden en dat er variabele gebruikt worden. Dit kan wel iets beter. Als dan ook nog het programma niet helemaal lukt (een ballon doet het niet) wordt dit niet uitgelegd terwijl het juist mooi is om te laten zien dat het lastig is en wel eens mislukt maar dat dat juist een onderdeel is van Maken.

En de grote ster van alle Maakspullen mag natuurlijk niet ontbreken: de MaKeyMaKey! Deze wordt als input gebruikt en de gebruikelijke bananenpiano is hier vervangen door een jelly-piano (Engels nietwaar) en ook een mensenpiano. Die is heel gaaf.

Dan is het tijd om naar te schakelen met het SHELL-centre. Het gebouw doet het min of meer (een paar dode pixels en er zat ook behoorlijk wat vertraging bij het verplaatsen van de pixels). Maar cool was het en Danielle George eindigt met wat hebben we nou geleerd en spreekt dan de in mijn optiek belangrijkste woorden van de avond uit:

Just because it’s fun, that’s the best reason to do anything

Alles bij elkaar een zeer geslaagde eerste uitzending, lijkt me. Het wezen van Maken/knutselen werd goed over het voetlicht gebracht en er waren veel momenten waarop de kinderen in de zaal heel enthousiast waren. De vorm was prima door te kiezen voor een grote opdracht en dan te zeilen langs alle benodigde kennis en kunde en gave uitstapjes te maken. Vanzelfsprekend kun je in een uur niet al te diep gaan, dat euvel zie je ook goed bij de lezingen van Professor Dijkgraaf in DWDD University. Met name het programmeren had wel beter gekund. Maar de lol van maken en het ontwerpen, design thinking en hoe je door je probleem in behapbare stukken te knippen tot grootste prestaties kunt komen moet tot de kijkers zijn doorgedrongen.

Hieronder een Behind the Scenes van het Tetrisproject:

Ik herinnerde me dat het in Nederland ook eens is gedaan. Ik vind een filmpje op Youtube. Verbijsterend: in november 1995 deden de studenten van Elektrotechniek dit al. Negentien (19!) jaar geleden dus! Kijk hieronder, slechte film maar echt waar!

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.

Christmas Lectures BBC: oproep!

De grote zaal van The Royal InstitutionJaloers ben ik. Jaloers op het Britse volk dat al sinds 1825 (dus al bijna 200 jaar) kan genieten van de Christmas Lectures. Alleen in de jaren 1939, 1940, 1941 en 1942, vanwege de Tweede Wereldoorlog niet. Ook mooi: altijd worden ze gehouden in het Royal Institution, behalve in 1929 en 2005 en 2006 vanwege verbouwingen. Zie ook de foto hiernaast. Michael Faraday, de uitvinder van de elektromotor o.a. bedacht ze en heeft er zelf 19 gehouden. Dit betekent dus dat er 188 keer een publiekslezing is gehouden voor belangstellenden. Nog een duizelingwekkend feit: de eerste keer dat het op de televisie kwam, was in 1936! Later verhuisde het wel eens van zender en de laatste jaren wordt het uitgezonden op BBC 4. Zo ook dit jaar.

Grote namen hebben deze lezingen gehouden:

  • Michael Faraday dus(1827, 1829, 1832, 1835, 1837, 1841, 1843, 1845, 1848, 1851 t/m 1860)
  • John Tyndall (1861, 1863, 1865, 1867, 1869, 1871, 1873, 1875, 1877, 1879, 1882, 1884; o.a. bekend van het Tyndall-effect, waarom zijn je ogen blauw)
  • James Dewar (1878, 1880, 1883, 1885, 1886, 1888, 1890, 1893, 1912; uitvinder van de thermosfles)
  • John Ambrose Fleming (1894, 1901, 1917, 1921; uitvinder van de vacuümbuis)
  • Sir William Henry Bragg (1919, 1923, 1925, 1931, 1934, 1961; deelde een Nobelprijs met zijn zoon, William Lawrence in 1915 voor het onderzoek naar kristalstructuren m.b.v. Röntgenstraling)
  • Robert Watson-Watt, een held. Robert Watson-Watt, een held.Robert Watson-Watt (één van de zeer belangrijke pioniers van de radar. Bleek zeer wezenlijk bij de verdediging van Engeland in WOII).
  • Desmond Morris (1964, bekend auteur van o.a. The Naked Ape)
  • Sir David Attenborough (1973, de bekendste natuur programmamaker oit, vooral bekend van zijn Life series)
  • Richard Dawkins (1991, bekend evolutionair bioloog, de laatste jaren vooral bekend als enthousiast atheïst)
  • Susan Greenfield (in 1994 (!) de eerste vrouw die een Christmas Lecture hield; geneeskundig onderzoeker, met name naar Alzheimer en Parkinson)
  • Ian Stewart (1997, auteur van geweldige wiskundeboeken)
  • Marcus du Sautoy (2006, o.a. maker van fantastische programma’s over wiskunde).

Een indrukwekkend rijtje namen en een instituut. Als je de geschiedenis van dit instituut bekijkt, zijn er heel wat verhalen te vinden, intriges, teruggetrokken sprekers, controverse, etc. Ook dat hoort erbij.

Paul Wilkinson Photography Ltd.Dit jaar wordt de Christmas Lecture uitgesproken door Danielle George, een 38-jarige hoogleraar van de Universiteit van Manchester. Gespecialiseerd in radiogolven en microgolfstraling, vooral in de astronomie maar ook in industriële toepassingen als in de landbouw. Bovendien houdt ze van lesgeven en is een besteedt veel tijd en aandacht aan het promoten van een technische carrière.

Het onderwerp van de Christmas Lectures van 2014 is: “Sparks will fly” Het gaat over dat mensen zelf weer controle krijgen over de apparaten om ons heen, hacken, repareren, bouwen, uitvinden. Een lang citaat van de website van het Royal Institution:

A revolution is happening. Across the world people are taking control of the devices we use every day, customising them, creating new things and using the sparks of their imagination to change the world. Now it’s your turn, and you can start with the things you have around you.

Electrical and electronics engineer, Prof Danielle George will take three great British inventions – a light bulb, a telephone and a motor – and show you how to adapt them and transform them to do extraordinary things. This is tinkering for the 21st century, using the full array of cutting edge devices that we can lay our hands on: 3D printers, new materials, online collaboration and controlling devices through coding.

Inspired by the great inventors and standing on the shoulders of thousands of people playing at their kitchen table or in their shed, Danielle will announce the new rules of invention and show you how to use modern tools and technologies and things from your home to have fun and make a difference to the world around you.

Anything could happen. Sparks will fly.

Toen ik dit las was ik helemaal JALOERS! Niet alleen een traditie van bijna 200 jaar popularisering die zeer serieus wordt genomen. Maar dit jaar ook nog eens culminerend in een Christmas Lecture met als thema Maken/tinkeren!

En check ook eens deze drie spin-offs:

De houtprinter!

Ik wil dan ook een uitbundige oproep doen aan de televisiemakers van Nederland. Let maar op: Maken is zeer geschikt voor op TV. Ik herinner me van vroeger de programma’s op Discovery (Scrapheap Challenge) maar tegenwoordig kan er zoveel meer. Dus:

Televisiemakers van Nederland: kijk naar BBC4 op 29, 30 en 31 december (als je de eerste twee gezien hebt, mag je op de 31 champagne drinken hoor) en ga daarna aan de slag! 

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.

De sudokuplotter

Dit bericht is geschreven door Jos Feenstra en Joren Vrancken, 
6 VWO leerlingen van het Wolfert Lyceum in Bergschenhoek. 
Hun begeleider is Dov Scheinowitz, hoewel die mij verzekerde: 
"Maar ze hebben zeer zelfstandig gewerkt, hoor. 
Het was voor mij zeer makkelijk."

In het laatste jaar van de middelbare school moet elke leerling een profielwerkstuk maken. Dit werkstuk dient als een soort “meesterproef”, en is onder andere bedoelt om leerlingen voor te bereiden op grootschalige projecten. Na veel brainstormen hadden wij ons onderwerp gevonden, een sudokuoplosmachine (later noemde we deze de sudokuplotter). Het idee achter de machine klinkt simpel: de plotter moet een sudoku herkennen, oplossen en invullen, maar deze opgave bleek al snel lastiger te zijn dan we voorheen bedacht hadden. Toch hebben we na drie maanden vol ontwerpen, bouwen en problemen oplossen eindelijk onze plotter afgekregen.

https://www.youtube.com/watch?v=0O7KezpXGDY

De plotter werkt als volgt:

Ten eerste zal er een foto van de sudoku worden gemaakt. De foto wordt doorgestuurd naar de Raspberry Pi. Hier zal het complete verwerkingsproces ervoor zorgen dat de foto uiteindelijk wordt omgezet in een stappenplan voor de motoren. Dit stappenplan stuurt op zijn beurt de mechanica aan. De pen zal zich langs elk vakje bewegen en het gewenste getal invullen indien nodig. De getallen die de plotter schrijft lijken op digitale getallen, aangezien ze eenvoudig schrijfbaar moesten zijn. Wanneer het schrijfproces klaar is zal de pen terugkeren naar een standaardpositie, waarna de opgeloste sudoku weer losgemaakt kan worden.

Demo opzetDe mechanica

de plotter moet drie bewegingen aan kunnen sturen.

  • De pen van links naar rechts en van rechts naar links te bewegen, in andere woorden: De ‘’X’’ van de pen aanpassen.
  • De pen van voor naar achter en van achter naar voor te bewegen, in andere woorden: De ‘’Y’’ van de pen aanpassen.
  • De pen op het papier te drukken en van het papier af te halen, oftewel de hoogte of “Z” van de pen aanpassen.

Om deze drie bewegingen aan te sturen zijn er dus drie respectievelijke motoren nodig, de X-, Y en Z-motor. Het mechanisme voor de Z-motor is een relatief eenvoudig systeem. Deze motor is aangesloten op een schijf, waar vervolgens de pen op is bevestigd. Door nu de schijf links- of rechtsom te draaien kan de pen op en neer bewogen worden. Een belangrijk detail van dit Z-mechanisme is dat de schijf niet is vastgelijmd, maar vastgeklemd zit op de as van de Z-motor. Hierdoor is het mogelijk om de motor door te laten draaien als de pen al op het papier gedrukt zit, wat resulteert in een lichte druk die de pen uitoefent op het papier. Deze druk is essentieel voor de plotter om met duidelijke, rechte lijnen te schrijven.

Close up penNu de pen op het papier kan worden gedrukt moet de plotter in staat zijn de X en Y van de pen aan te passen. Deze verplaatsing moet behaald worden uit de rotatie van de X- en Y-motoren. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben wij gebruik gemaakt van wormwielen in samenwerking met aluminium buizen. De wormwielen hebben een bijpassende “mal”, waar de schroef precies doorheen past. Door deze mal vast te zetten op een blok dat over de buizen kan glijden, zal het blok heen en weer te bewegen wanneer de schroef gedraaid wordt. Deze techniek is in totaal drie maal toegepast op de plotter. De Z-motor met de draaischijf vormt samen met een mal voor de schroef en gaten voor de buizen de zogenaamde B-module. Door deze module zijn vervolgens twee buizen en een schroef geschoven, wat als een soort rails beschouwd kan worden. De rails is op zijn beurt aan weerskanten bevestigd aan twee ‘’connectieblokken’’, die wij A-modules hebben genoemd. De X-motor bevindt zich op een van de twee blokken, en is aangesloten op de schroef, wat ervoor zorgt dat de X-motor de B-module naar links/rechts kan bewegen. Dit gehele apparaat (de B-module, de rails, de X-motor en de twee A-modules) bevindt zich weer op 2 railsstukken die bevestigd zijn op de grondplaat. Ieder railsstuk bestaat elk ook weer uit twee buizen en een schroef. Door een ketting tussen de twee wormwielen te laten lopen, en één van de twee wormwielen aan te sluiten op de Y-motor, kan nu het hele schrijfapparaat naar voren of achteren verplaatst worden bij het draaien van de Y-motor.

De ketting en tweede schroef voor de Y-beweging is noodzakelijk om de beweging goed te laten verlopen. Bij het testen van een prototype zonder deze onderdelen namen wij waar dat de A-module zonder schroef dan met achterstand meegetrokken werd door de A-module met schroef. Dit kwam doordat de “trekkracht” die de schroef uitoefent niet gelijk verdeeld was over het gehele schrijfapparaat. Er moest dus een tweede schroef komen met of een ketting, of een extra motor. Dit laatste hebben wij niet gekozen, omdat de Raspberry Pi moeite kreeg met het aansturen van een vierde motor.

De code

foto plotterAlle code wordt uitgevoerd door de Raspberry Pi, het brein van de sudokuplotter.

De Raspberry Pi is een computer ter grote van een creditcard en perfect voor dit soort projecten. Aan de Raspberry Pi zitten twee modules aangesloten: een camera om de foto mee te maken en een Piface, hiermee kan men motortjes aansturen.

 

De code bestaat uit drie gedeelte:

Stap 1) Het herkennen van de sudoku in een foto.

Stap 2) Het oplossen van de gevonden sudoku.

Stap 3) Het invullen van de getallen door middel van het aansturen van stappenmotoren.

Stap 1 is ingewikkeld, er wordt een foto gemaakt door de camera en deze wordt met veel fotobewerking binnen 8 seconden door de Raspberry Pi opgelost. Het daadwerkelijke herkennen gebeurt door een proces genaamd optical character recognition.

Stap 2 is relatief wat makkelijker, we gebruikte een heel bekend backtrack algoritme, Algorithm X. Omdat een algoritme programmeren iets gebruikelijker is, was het programmeren hiervan in vergelijking met de andere twee stappen redelijk simpel. De Raspberry Pi lost een moeilijke sudoku op in ongeveer 5 seconden. Maar op een moderne machine ligt deze tijd onder de 0,3 seconden.

Stap 3 is waar alle magie gebeurt, het aansturen van de stappenmotoren waardoor de mechanica tot leven komt. Het programmeren was hier niet het lastige gedeelte, wat echt lastig was is het hardware gedeelte, zorgen dat alle motoren genoeg stroom krijgen en niet oververhitten.

 sudokuDe taakverdeling

Het kiezen van dit onderwerp hebben we vooral berust op onze beste vaardigheden, en hieruit hebben we dan ook een specifieke taakverdeling gemaakt. Jos zorgde voor het mechanische gedeelte, omdat hij erg goed is in mechanica en ontwerpen. Joren daarentegen hield zich vooral bezig met het schrijven van de code, aangezien hij al een ervaren programmeur is. De afhankelijkheid die ontstond door deze ‘’specialisaties’’ zat ons project niet in de weg. Integendeel, het zorgde ervoor dat we veel respect hadden voor elkaars werk en dat we elkaar niet in de weg zaten. Deze taakverdeling is waarschijnlijk ook de reden dat we uiteindelijk geslaagd zijn met ons ambitieuze idee. Wij zijn zeer trots op het resultaat, en het is ook oprecht het grootste, leerzaamste, en meest uitdagende project van de afgelopen 6 jaar geweest.

Alleen makers maken makers

Bericht geschreven door Astrid Poot en verscheen eerder op Kennisnet.

Alleen makers maken makers: hoe zet je maken aan?

Al mijn hele studerende en werkende leven ben ik een maker.

Ik bedenk niet, ik maak prototypes. Ik studeer altijd maar kort, om daarna meteen het geleerde in praktijk te brengen. Wat natuurlijk vaak mislukt! Waardoor ik weer meer ga studeren. Leren door te maken, maken om te leren.

Lang dacht ik dat het bij iedereen zo ging. Dus in lessen, projecten, co-creaties en samenwerkingen koos ik precies mijn eigen aanpak qua creativiteit en maken. Om er (door schade en schande) natuurlijk achter te komen dat er verschillen zijn. Dat er meerdere manieren zijn om tot maken of een product te komen. En dat die allemaal even geldig en goed zijn.

Vaak wordt er in een (school)methode of proces één voorkeurswerkwijze of stappenplan aangeboden. Voor kinderen die het anders willen aanpakken voelt die werkwijze dan soms als werk, dat heb ik zelf helaas regelmatig ervaren 😉 Jammer, want voor creativiteit en maken is bijna iedereen intrinsiek te porren!

Toen ik dat eenmaal begreep ben ik op zoek gegaan. Wat hebben mensen nodig om (weer) een maker te worden? Wat is de ingang naar hun natuurlijke nieuwsgierigheid, maker-geest en creativiteit? Want ik geloof dat die ingang er bij iedereen is, en dat we alleen maar bij dat deurtje hoeven aan te bellen.

Mindsets

Carol Dweck [http://en.wikipedia.org/wiki/Carol_Dweck] heeft ontdekt dat mensen 2 verschillende mindsets kunnen hebben: de fixed mindset en de growth mindset.

  • In de fixed mindset geloven mensen dat hun intelligentie, talent en skills een gegeven zijn.
  • In de growth mindset geloven mensen dat hun intelligentie, talent en skills kunnen groeien door onderwijs, inzet en volharding.

tapBeeld: de Danswinkel [Beeld]

Als kind is mij vaak verteld dat ik goed kon dansen. Ballet, jazzballet, van die buurthuisclubjes. Onlangs dacht ik in tapdansen een nieuwe hobby gevonden te hebben. Met mijn dansgevoel een eitje!

Nou niet dus. De lerares was niet goed, de schoenen vervelend, het tijdstip onhandig…

Allemaal niet waar natuurlijk 🙂 Ik vond tapdansen eigenlijk gewoon supermoeilijk, en was daar –met mijn fixed idee over mijn danstalent- helemaal niet op voorbereid. Doordat ik vond dat ik het meteen moest kunnen, kon ik alleen maar falen. En omdat dat voor mij als danser teveel pijn doet lag het dus aan alle andere dingen.

Blokkade

Had ik een relaxt gevoel gehad over mijn niet zo bijzondere tapdanstalent, dan had ik het veel makkelijker kunnen leren en was het veel leuker geweest. Falen is dan immers geen probleem!

  • Mensen met een fixed mindset verbinden hun identiteit aan hun talent en skills. Falen betekent niet alleen falen in de taak, maar ook falen als mens

Stel, een groep studenten maakt een tentamen heel slecht. Wat gebeurt er als je ze aanbiedt de resultaten van de anderen in te zien? Studenten met een growth mindset vragen om de betere resultaten; zij zijn op zoek naar kansen om het falen meteen om te zetten in leren.

  • Growth mensen zien hun identiteit meer los van dat falen. Sterker nog, zij zien falen als route naar groei.

Je mindset doet nogal wat. Het goede nieuws is dat we niet vast zitten in onze mindset. Per onderwerp of situatie kan je mindset anders zijn en veranderen. Als je je mindset herkent, kun je hem zelfs op het moment bewust veranderen. Dit inzicht was voor mij essentieel voor het losmaken van creativiteit.

Mindset en creativiteit

In onze wereld vinden we creativiteit iets speciaals. Iets dat sommige mensen hebben, en anderen echt niet. Veel mensen hebben een fixed opvatting over hun eigen creativiteit. Niet nodig wat bij betreft! We zijn niet allemaal kunstenaars, maar zijn wel allemaal creatief. Gewoon omdat dat een eigenschap van mensen is.

Het ‘opstarten’ van creativiteit

Samen met verschillende fantastische mensen in veel fantastische projecten heb ik veel geleerd. Voor opdrachtgevers, door workshops op de school van mijn kinderen, door lessen te geven en door samen te werken in ons bedrijf en daarbuiten.

Met de theorie van Carol Dweck in gedachten, en op basis van eigen ervaringen en observaties denk ik dat er verschillende manieren zijn om creativiteit en maken ‘op te starten’. Dit inzicht heeft bij mij geleid tot heel anders nadenken over projecten waarin je mensen tot maken wilt inspireren.

Drie voorkeuren, drie voordeuren

CREATIVITEIT1

Grofweg denk ik dat er drie manieren zijn om mensen tot creativiteit en maken te inspireren.

  1. verwondering

Iets moois, iets onverwachts, iets dat zo nieuw is dat het nieuwe deuren opent.

Mooi of vreemd materiaal, een mooi verhaal of kunstwerk: allemaal kunnen ze inspireren tot maken. Vaak zonder doel en met een soms door de maker zelf onbegrepen energie. Leidt vaak tot gekke, ‘zinloze’ werken. En wordt vaak gekenmerkt door een rommelig, niet lineair werkproces.

Voorbeeld hiervan is het slopen van oude apparaten. De handeling is vaak een nieuwe ervaring: wanneer heb jij voor het laatst iets gesloopt? De vondst wekt verwondering: wat zit erin, is dat een motor, is dat een schakelaar? Ik heb mensen volledig in flow urenlang geconcentreerd zien slopen.

astrid11

Foto Peet Sneekes

 

De verwondering zorgt voor openingen tot creativiteit die er eerst niet waren.

Zoals een vader vertelde op Bright Day: ‘Ik dacht altijd dat ik niet handig was. Maar nu ik heb ontdekt dat ik dit wel kan kunnen mijn zoon en ik samen zulke leuke dingen doen!’ Zijn fixed mindset over zijn eigen skills hebben hem er jaren van weerhouden dingen te maken. Een wonderlijke kennismaking met techniek heeft zijn creativiteit weer aangezet.

  1. Het vinden van een onderwerp

Over een onderwerp nadenken en een probleem of uitdaging vinden en oplossen. Bijvoorbeeld nadenken over het wereldvoedselprobleem, het plastic in de oceanen, je zus die zomaar je kamer binnenkomt, of hoe je als gezin minder water gebruikt.

Hele concrete interessante onderwerpen met een grote relevantie. Een veilige manier om creatief te zijn. Vaak is er een gestructureerd werkproces dat min of meer garandeert dat er een goede uitkomst is.

designathon

Ontwerp machine voor plasticrecycling, gemaakt tijdens de Designathon

Veel kinderen hebben ervaring met deze werkwijze in schoolprojecten. Prima! Het is voor veel mensen fijn om zo te werken. De bekendheid met het proces en de heldere vraag geeft structuur en veiligheid.

  1. Heldere belofte

Voor mensen die meteen blokkeren bij het moeten maken van iets creatiefs kan een heldere, zakelijke belofte een mooie ingang zijn. Iets nuttigs, dat zich niet meteen verraadt als iets creatiefs.

Bijvoorbeeld een heel vastliggend borduurpatroon of gewoon dat je leert solderen. Lekker technisch, weinig vrije ruimte (nodig). Mensen met een fixed mindset op het gebied van hun eigen creativiteit houden van zo’n heldere belofte. Het is een soort paard van Troje op weg naar meer

Belangrijk is te zeggen dat het zelden helemaal zo helder te onderscheiden is. Al direct na aanvang kunnen mensen in een andere werkwijze terechtkomen. En dat is precies de bedoeling. Maken en creativiteit zijn immers rommelige processen!

Losse projecten of één project

Deze drie manieren kun je natuurlijk in drie verschillende projecten verpakken. Maar je kunt de drie manieren ook benaderen als verschillende voordeuren naar één project, waardoor dat project voor veel meer deelnemers leuk wordt.

Alles door elkaar

Heel recent heb ik de fantastische Hester IJsseling ontmoet, en samen hebben we in haar groep 4 een gereedschapsles gegeven. Hester heeft er een hele fijne blog [http://hesterij.blogspot.nl/2014/12/lekker-klooien-met-gereedschap.html] over geschreven. Uitgangspunt was dat we gereedschappen gingen uitproberen.

gereedschap

Het was een heerlijke middag. En het leukste was dat onze les heel anders liep dan bedacht. Sommige kinderen gingen inderdaad een lekker stuk zagen, anderen zetten de beschikbare technieken in om een werkstuk te maken en weer anderen waren helemaal betoverd door het lijmpistool: ‘Het lijkt wel spinrag!’ Alle drie soorten ingangen naar creativiteit in één middag in één groep vier.

Geweldig! En een bevestiging van ons gevoel dat er verschillende ingangen naar creativiteit en maken zijn. Voorwaarde is dat je daarvoor de omstandigheden schept en je als begeleider tegelijk losjes en aandachtig te werk gaat.

Of zoals Hester zegt:

‘Dus mensen die me nu ineens via twitter bestoken met allerhande leskisten en techniekmethodes – they are missing the point. De kracht zit ‘m er precies in, dat we ter plekke samen op avontuur zijn.’

 Samen op avontuur, met structuur

Als je dan toch voor jezelf structuur wilt aanbrengen in dat avontuur, kun je over een project in losse componenten nadenken.

Zoals in dit voorbeeld: knipperlampjes. Een workshop die ik vorig jaar met groep 6 heb gedaan, waarin de basisprincipes van een elektronische schakeling losjes aan bod komen.

knipperlampjes-werkblad

Ik had een heel helder proces verzonnen en genoeg materiaal zodat iedereen een varkentje kon maken. Check.

Tot mijn grote vreugde en trots liep het helemaal anders en heeft niemand een varken gemaakt. Er ontstonden de meest geweldige werkstukken die ik niet had voorzien, en ieder kind werkte op een heel andere manier: sommige kinderen tekenden een ontwerp, anderen begonnen aan de schakeling, en weer anderen gingen gewoon zagen en plakken. Weer de drie ingangen.

knipperlampjes_resultaat

Wij bewogen alleen maar mee met dat wat er gebeurde. Uiteindelijk ging iedereen met een heel trots gezicht en prachtig ding naar huis.

Kernproject met bouwstenen

Kijken we naar het knipperlampjes project dan kunnen we het zo structureren: Als een doos losse blokken waarvan je deelnemers zelf beslissen welke ze wel of niet nodig hebben.

CREATIVITEIT2

Het kernproject is wel nodig voor iedereen: dat is het basisblok.

  • Kernproject: leren over elektronische schakelingen

Uitleg: de illustratie over de schakeling, het basismateriaal.

Losse blokken: ingangen voor alle deelnemers.

  • Verwondering: Laten we iets maken!

Inspiratie: mooi materiaal en ter inspiratie gek werk van anderen of kunstenaars.

  • Vinden van een onderwerp: Een speelgoed dier of ding met knipperogen.

Inspiratie: een mooi voorbeeld.

  • Heldere belofte: Een werkende elektronische schakeling

Inspiratie: heldere informatie en werkwijze.

Zo zijn er verschillende ingangen voor verschillende kinderen. Ze starten veilig vanuit hun eigen mindset en gaan misschien vanzelf voorzichtig voelen aan de andere manieren. Of niet, dan hebben ze hun eigen manier gevonden. Er is ruimte voor gestructureerd werken met vaste stappen, maar juist ook voor een rommelig proces dat meer op gevoel gaat.

Samenwerking

Belangrijk is dus ook hoe je creatief werk begeleidt. Alleen makers maken makers. Daar ben ik van overtuigd. Als je zelf geen maker bent of weet hoe het voelt, is het moeilijk volledige betrokkenheid van de mensen die je aan het werk wilt krijgen te vragen. Management is vaak wat minder inspirerend dan een ambachtsman 😉 Iemand die zelf dingen maakt weet hoe dat werkt en weet dat maken ook fouten maken is.

Als ik actief kijk naar wat de kinderen nodig hebben, kan ik er beter op inspelen en de juiste ondersteuning bieden. Ken dus ook je eigen mindset!

Als dat allemaal lukt, kun je vrolijk en in het moment meebewegen met je groep. Structuur waar nodig en vrijheid als structuur blokkeert, verwondering waar het past, expertise en hulp waar gevraagd. Met het natuurlijke proces van de kinderen als uitgangspunt. Misschien best moeilijk, maar iedere keer weer een poging waard.

Dit is wat ik nu weet

Natuurlijk gaat mijn onderzoek door. En komen we er samen achter dat het toch anders is, of op meer manieren kan. En –nogmaals- ik ben geen opgeleide leraar, of gestudeerde expert. Ik leer door te doen.

Dus laat weten als je meer of andere dingen weet, ziet en leert. Want adviseurs die theorieën citeren, daar ben ik niet zo van. Maar zelf denken en doen en leren; dat is ons gezamenlijk kapitaal.

Astrid Poot – 7 december 2014

Astrid Poot is hoofd jeugd/familie projecten en creatief/strateeg bij Fonk, blogger, spreker (over play, gaming en creativiteit) maar vooral eeuwig lerend 🙂

Lekker klooien met gereedschap

Dit bericht is geschreven door Hester IJsseling en verscheen eerder op haar blog.

Twitterend over mijn avonturen met groep 4 in het uitvinderslab, kwam ik in contact met . Net als   en  heeft ze een aanstekelijk enthousiasme als het gaat om dingen maken en ontdekken en uitvinden met kinderen. Groot voordeel: Astrid bleek in de buurt te wonen! Dus Astrid Poot kwam langs.

astrid4Aan de telefoon hadden we zitten brainstormen en waren we op het idee gekomen om de kinderen allerlei gereedschappen te laten uitproberen: een zaag, een hamer, een schroevendraaier, maar ook een lijmpistool en een soldeerbout.

Vooraf hadden we bedacht dat we een circuit zouden maken, zodat alle kinderen alle gereedschappen zouden kunnen uitproberen. In de praktijk merkten we al snel, dat de kinderen een of ander uitvindsel gingen maken van de plastic bakjes, flessen, doppen, deksels, boomstammen en plankjes die ze hadden meegebracht, en dat ze helemaal geen behoefte hadden om door te schuiven naar het volgende onderdeel. Al doende kwamen ze constructievragen tegen, waarbij nu eens het lijmpistool, dan weer de zaag en dan weer de hamer van pas kwam. Loslaten dus.

En waar wij, grote mensen, hadden verwacht dat iedereen in elk geval zou willen solderen, omdat dat in onze ogen toch wel het allerspannendste was, bleek dat voor de kinderen helemaal niet de grootste attractie.

hester3De meeste verwondering zag ik bij het lijmpistool – dat die koude plastic-achtige staafjes aan de andere kant er als vloeibare en gloeiend hete (!) lijm uitkwam. Dat als je bijvoorbeeld een dop ergens op wilde lijmen, dat je dan de hitte van de lijm door de dop heen voelde aan je vingers! En dat als je teveel lijm ergens opdeed en te lang wachtte met er iets tegenaan drukken, dat de lijm dan weer koud en hard en plastic-achtig werd, en niet meer plakte. En die draadjes die de lijm vormde! Dat leek wel spinrag!

Het is steeds de kunst om te blijven zien wat er ter plaatse en in het moment gebeurt, en je niet te laten verblinden door je vooropgezette ideeën. Dat is het mooie van onderwijs vormgeven as we go along. Het ontstaat onder je ogen, onder je handen – die van jou en die van de kinderen.

Dus mensen die me nu ineens via twitter bestoken met allerhande leskisten en techniekmethodes – they are missing the point. De kracht zit ‘m er precies in, dat we ter plekke samen op avontuur zijn.

Dankjewel Astrid! Het was ons een groot genoegen!

Hester IJsseling is gepromoveerd filosoof en groepsleerkracht en middenbouwcoach in het primair onderwijs, aan basisschool De Kleine Reus te Amsterdam.

Klik hier voor het prachtige werkblad dat Hester en Astrid voor deze activiteit maakten.

Makered in groep 4

Dit bericht is geschreven door Hester IJsseling en verscheen eerder op haar blog.

Al een poos volg ik @arjanvandermeij en @__pi op twitter. Zij zijn de pioniers van #makered in Nederland. Hun enthousiasme is zo aanstekelijk en ik word steeds zo blij van hun avonturen op de middelbare school waar ze met leerlingen van alles maken! Ze gebruiken daarbij allerlei technische snufjes zoals Littlebits, MaKeyMaKey, Arduino, Raspberry pi, lasercutters, 3D printers en wat al niet, en hoe leuk ik het ook allemaal vind, toch lijkt het me allemaal steeds ver buiten mijn bereik. Ik heb die spullen niet, en ik ben ook een beetje bang dat ik er niet veel van zou snappen als ik ze wel had.

Maar langzaam maar zeker raak ik er steeds meer van overtuigd dat het niet om de technische middelen gaat, maar om de gedachte erachter. Het besef, dat het gewoon heerlijk is om dingen te maken, ook als je nog niet weet wat het moet worden, en om gaandeweg uit te vinden hoe je de hindernissen die je in het construeren tegenkomt kunt nemen. Dat je de kinderen daartoe de ruimte kunt geven, maar ook jezelf: jij hoeft als leraar ook niet van te voren te weten hoe alles werkt, hoe het moet, wat het moet worden en hoe het eruit moet komen te zien.

hester2Vroeger dacht ik dat knutselen op de basisschool was: een werkje kiezen, materiaal klaarleggen, duidelijk instructie geven en dan de kinderen zover zien te krijgen dat ze jouw plan naar behoren uitvoeren. Ouders en collega’s moesten – zo dacht ik – goed kunnen zien wat mijn bedoeling was geweest, en dat ik het goed had uitgelegd, aan het feit dat al die werkjes er aan het einde nagenoeg hetzelfde uitzagen. Dat idee van knutselen stond me tegen, maar ik had het me nooit eerder zo bewust gemaakt.

Sinds ik het gezichtspunt heb omarmd, dat het erom gaat dat kinderen zich vrij voelen om te experimenteren en materiaal te ontdekken en plezier te beleven aan iets maken, en dat het, zowel voor mij als voor hen, bijzaak is hoe het er tenslotte uit komt te zien, is het heerlijk om vrijdagmiddag naar het atelier te gaan.

Wat doe ik? Ik vraag de kinderen om ‘schoon’ afval mee te nemen – flessen, doppen, deksels, dozen, bakjes, alles waarvan ze denken: daar ga ik wat mee maken, en dan nemen we dat ’s middags na de lunch mee naar het atelier. Ik zorg voor lijm, scharen, touw, elastiek, tape – en ze gaan aan de slag. Ik denk mee waar ik daartoe word uitgenodigd, en neem soms iemand mee om te laten zien hoe anderen een vergelijkbaar probleem oplossen.

hester1Zo zag ik een keer een jongen ingespannen proberen om plastic doppen op satéprikkers te plakken met papierlijm. Dat wilde niet lukken. Anderen hadden een handboor ontdekt en samen met mij gaatjes in de doppen weten te boren, waar de prikkers doorheen konden. Ik liet het hem zien en al gauw stond hij klaar met zijn doppen om ook de boor te gebruiken.

Aan het eind nemen de kinderen de merkwaardige constructies weer mee naar de klas, waar ze aan elkaar laten zien wat ze hebben gemaakt, en er het verhaal bij vertellen. Als vanzelf praten ze over hun bouwsels als uitvinders over hun uitvindingen.

Een keer hebben we voertuigen gemaakt. Ik vraag: Er zitten geen wielen onder?
Antwoord: Nee, er komt slijm uit de bodem, daar glijdt ie op!

Na de presentaties vraag ik: Is er nog iemand ergens tegenaan gelopen waarvan hij zich afvraagt, hoe je dat zo kunnen oplossen? En is nog iemand die zegt, dat zouden we moeten hebben in het atelier, wat er nu nog niet is?

Als de uitvindsels mee naar huis gaan, vermoed ik dat collega’s en ouders er niet aan af zullen kunnen zien, wat onze bezigheden in het atelier nu helemaal hebben opgeleverd. Maar de kinderen en ik weten het, en dat is ons genoeg. Met een beetje geluk vertellen ze thuis het verhaal erbij, waardoor hun werk ook daar weer tot leven komt.

Hester IJsseling is gepromoveerd filosoof en groepsleerkracht en middenbouwcoach in het primair onderwijs, aan basisschool De Kleine Reus te Amsterdam.