Basisscholen: koop geen 3D-printer

De ster van het nieuwe maken

fail3Je kunt er niet omheen. De 3D-printer is het icoon van De Maker Movement, de topper van het moderne nieuwe Maken. Het wordt gebruikt in de voedselindustrie, in de medische wereld en zelfs in het International Space Station! En het is prachtig om te kijken naar iemand die voor het eerst een 3D-printer ziet. Gefascineerd, glimmende oogjes. De 3D-printer is een ster! De toekomst! Maar ook een last.

Maker Education gaat natuurlijk over technologie. Er komt steeds betere technologie beschikbaar voor steeds lagere prijzen en de 3D-printer is eigenlijk best betaalbaar geworden. En tegenwoordig komt deze via allerlei kanalen ook het klaslokaal binnen. Op basisscholen wordt de printer zelfs beschouwd als het antwoord op de vraag vanuit de overheid om iets aan Wetenschap en Technologie te gaan doen. Er zijn mooie initiatieven waarbij leerlingen ook de kans krijgen de 3D-printer zelf in elkaar te zetten.

Wel Maker Education, geen 3D-printer

fail1Maar. Er is dus ook een maar. Nu we een aantal jaar zelf een 3D-printer op school hebben en nu we een aantal jaar ervaring hebben met Maker Education, durven we de stelling aan dat je als basisschool beter geen 3D-printer kunt aanschaffen. We willen wel pleiten voor Maker Education, voor Makersonderwijs, voor knutselen. Sterker nog: we vinden dat je dat als leerkracht verplicht bent te doen met je leerlingen. Maar koop een 3D-printer als je echt niet meer weet wat je met je geld moet doen. En wanneer is dat nu het geval in onderwijs?

Ten eerste is 3D printen een hele jonge technologie, althans voor wat betreft de goedkope printers voor de consumentenmarkt. En jonge technologie heeft nogal eens de neiging niet goed te werken, kapot te gaan. Dit hebben we op de Populier ook meegemaakt. Vastlopend filament (de rollen plastic die je erin doet, de cartridge, zeg maar), heel ingewikkeld om te vervangen, onbegrijpelijke fouten. Onze eerste 3D-printer staat dan ook stil. En we hebben best wel wat technische expertise in huis. We krijgen hem zelf niet meer aan de praat.

Bovendien is 3D ontwerpen heel lastig. geavanceerde programma’s als AutoCAD, Blender, 3D Studio of Solidworks zijn heel ingewikkeld. Te ingewikkeld voor leerlingen op een basisschool (ook in het VO trouwens). Er zijn wel eenvoudiger programma’s als Blokify en het steeds populairder wordende Tinkercad (van Autodesk) maar die kunnen niet alles maken wat een leerling in haar of zijn hoofd heeft. Met name het nauwkeurig ontwerpen of het mooi en echt maken is bijna niet te doen. Het kost veel tijd en zelfs het inzetten van een 3D scanner helpt daar niet bij.

Helaas is het dus zo dat veel 3D-printers die de basisscholen zijn binnengebracht, op zijn best soms gedownloade dingen van Thingiverse (een website waar je 3D ontwerpen kunt downloaden) aan het printen zijn. Ook op mijn school, doet de de 3D-printer vooral dit. Het komt zelden voor dat een leerling iets maakt dat uitgeprint wordt. Het is dan ook altijd groot feest als dat een enkele keer wel gebeurt.

En daar komt nog bij dat het materiaal zo eenzijdig is. Consumentenprinters kunnen slechts plastic printen. Het lijkt er wel op dat er printers gaan komen die keramiek of metaal kunnen gaan printen maar het gaat nog lang duren voordat dit de scholen binnenkomt. Ook zijn de hedendaagse 3D-printers heel traag: het uitprinten van een ding ter grootte van een Playmobil®poppetje duurt vaak al meer dan een uur en mislukt nog wel eens. Ook dat motiveert niet.

Een groot gevaar

fail2Er is natuurlijk niets mis met leerlingen enthousiasmeren voor bèta en techniek met een fancy 3D-printer. Het is de toekomst, vast, en die moet je tonen aan de leerlingen. Basisscholen worden geacht (zie hier) om vanaf 2020 structureel wetenschap en Technologie op het programma te hebben staan. En door de komst van de 3D-printer in de school bestaat de kans dat scholen zeggen: “We doen er al wat aan: we hebben een 3D-printer!” En dat zou zo zonde zijn, zo jammer.

Maker Education gaat maar voor een heel klein gedeelte over moderne fabricagemiddelen. Het gaat veel meer om van kinderen Makers te maken. En dan is ruimte om het te doen (fysiek en in het rooster), veel materiaal (hout, plastic afval, verzin het maar) en een stimulerende docent veel belangrijk dan een fancy 3D-printer.

Wat dan?

De prijzen van 3D-printers dalen meer en meer. Een fatsoenlijke printer kost heden ten dage ongeveer €1500,-. En daar kun je fantastische gereedschappen en materialen voor kopen! En daarmee kunnen de leerlingen echt dingen gaan maken, hun fantasie gebruiken.

Onderstaand lijstje is wat je zou kunnen kopen voor dit bedrag als je leerlingen wil laten kennis maken met maken. Veel scholen hebben dit materiaal wellicht al. Dan is het dus nog gunstiger. Dit zou genoeg moeten zijn voor een klas van 30 leerlingen.

Schermafbeelding 2015-04-09 om 23.46.08

Arjan van der Meij

Geschreven met Per-Ivar Kloen, Marten Hazelaar en Rolf van Oven.
Reageren? Graag! Dat kan in de comments hieronder
of door zelf een stuk te schrijven.
We plaatsen het graag!

 

24 comments on “Basisscholen: koop geen 3D-printer

  1. Arjan, Arjan, wat ben ik teleurgesteld in dit advies. Niet omdat ik denk dat er massaal 3D printers het onderwijs in gedragen moeten worden. Juist niet. Maar wel omdat ik denk dat maker education gaat om vrij leren, leren zonder belemmering van valhelmen, stootkussens en een vuistdik handboek met basisregels. Maker education is toch niet de vraag beantwoorden met welk gereedschap je dit het best tot stand kunt brengen (aahh, valhelm) of hoe moeilijk het is om iets te maken (aaahhh stootkussen)? Even terzijde, maarre het ligt niet aan het ontwerp dat je van die gekke printjes krijgt (zie foto’s), dat ligt aan de instellingen van het apparaat zelf (ook al een ambacht).
    En moet maker education altijd iets technisch zijn (aaaahh, vuistdik handboek met basisregels). Mag er bij geschiedenis niet visueel gedacht worden? Of probleemoplossend?
    Het gaat volgens mij om het exploreren, ontdekken. Zelf. Niet voorgekauwd. En als een school (waarschijnlijk docent) zich top voelt om te exploreren met een 3D printer, dan moeten ze dat doen. Of met een zaag. Of met de haaknaald. Toch? Waar iemand zich comfortabel mee voelt. Ten eerste als docent. Vrij denken ontstaat door zelfvertrouwen. Dat lijkt me het criterium. En is een 3D printer de holy grale? Zeker niet. Duur? Absoluut, extreem duur zelfs als je hem niet gebruikt. Maar dat is een zaag ook. Zeker als je het een eng ding vindt. Heus, dat vinden sommige mensen.
    Maar ben ik het dan zo oneens met je? Dat verstoffende machines misinvesteringen zijn, lijkt mij een terechte constatering. Dat alle energie vervolgens op een school verdwijnt en er dus helemaal niet meer ontdekt wordt, kan ik ook alleen maar delen. Val niet voor grootse reclamepraatjes, lijkt me ook een waarheid als een koe…Het wordt tijd om de experimenterende docent te printen, da’s pas een holy grale…

    1. Hoi Claartje,
      Dank je voor reactie. Ik denk dat we het meer eens zijn dan je eerste zin doet vermoeden. Het advies is natuurlijk gericht op die scholen die denken door een 3D-printer binnen te halen, de techniek-eis kunnen afvinken. Of die denken dat het vanzelf gaat, dat 3D printen. Het is echt bedoeld om leerlingen datgene voor te schotelen waar ze iets aan hebben. Ik heb natuurlijk geen onderzoek gedaan maar weet dat op heel veel basisscholen dat extreem dure ding hoogstens gedownloade dingen aan het printen is, soms misschien een huisje of raket gemaakt met Tinkercad en verder niks. Sterker nog: op mijn school, een Makerschool bij uitstek, is dat wat er gebeurt. Wij juichen als er eens iemand zelf iets maakt en print. En we kunnen slechts zelden juichen. Ik ken verhalen van scholen waar ze door de aanschaf van een 3D printer niet eens meer budget hadden om een beetje hout te kopen.
      En natuurlijk zijn er docenten die er mee om kunnen gaan. Die moeten vooral met zoveel mogelijk 3D printers (want, oh, wat zijn ze langzaam) aan de slag gaan en hun deuren openen voor docenten die willen leren hoe je er goede lessen mee kan maken.
      En wat betreft die valhelm en dat stootkussen. Ik vind dat als je ervaring hebt, je dit moet delen. Onze, zeer doorvoelde, ervaring is dat je met de ander voorgestelde spullen veel en veel meer kunt bereiken dan met zo’n dure 3D-printer. En dan kan je teleurgesteld zijn, maar ik zal altijd adviezen blijven geven om ervoor te zorgen dat kinderen het beste onderwijs krijgen. Daar moet iedereen dan maar mee doen wat hij wil.
      En er zijn experimenterende docenten zat hoor.

    2. Ja natuurlijk ben jij ‘teleurgesteld’ in dit advies, het is je business die je ziet verdampen! Stel je voor dat een leraar het in zijn hoofd haalt om voor een paar honderd euro met de klas zelf wat in elkaar te knutselen, dan kopen ze jou schoolreisjes niet meer!
      Je argumenten snijden geen hout, ze zijn meer van de categorie stropop: Je impliceert dat Arjan hierboven dingen zegt die hij niet schrijft, en valt dat vervolgens aan. Of was je teleurgesteld omdat Arjan dat nou juist niet schreef en je geen goede kapstok had om een stokpaardje aan op te hangen?
      Als jij denkt dat het printen van een mens met lotsbestemming ‘experimenterende docent’ een goede ‘holy grale’ is, dan is er iets goed mis met jou ethisch besef.

  2. Bruikbaar, dat soort adviezen uit de onderwijspraktijk. Concreet, onderbouwd vanuit ervaring en gekoppeld aan visie op Maker Education. Ik breng het onder de aandacht van studenten aan de lerarenopleiding techniek.

  3. Touche ..al zeg ik het zelf als liefhebber die eindelijk na zoveel jaar sociale virtuele werelden..
    de creaties daar van uit kan printen.
    Ik omarm tenzeerste ..maar net als beetje code leren is dat niet het antwoord op lekker technisch bezig. Je moet zeker een goed doel voor ogen hebben. Zeker is het ontwerpen nog een kriem. Maar als je goed aanpakt te doen.

    Goed lesplan en zien als een gereedschap niet het antwoord. Volkomen mee eens…

  4. Hoi Arjan,

    Allereerst bedankt voor je kritische geluid ten aanzien van 3D-printen en het voldoen aan de techniek-eis in het basisonderwijs. Het mag duidelijk zijn, met een 3D-printer ben je er nog niet. Nog lang niet. Het gaat, zoals je terecht zegt, over kinderen (weer) laten “maken”. Doe-ervaringen laten opdoen, problemen oplossen en kritisch leren nadenken. En de rol van de leerkracht is dan zeker essentieel. Ook in het basisonderwijs.

    In je bijdrage ga je uitgebreid in op de redenen waarom je als basisschool geen 3D-printer moet aanschaffen op basis van jullie ervaringen in het voortgezet onderwijs en dan met name in jullie prachtige Makerspace (en het is prachtig, want ik ben er zelf nog geweest). Inmiddels ondersteunen wij met 3Dkanjers meer dan 100 initiatieven met de 3D-printer op basisscholen en zelfs een aantal in het voortgezet onderwijs. Op basis van de ervaringen die wij hebben opgedaan, wil ik graag een aantal punten die je hebt aangedragen voorzien van een nieuw geluid.

    “3D-printen is een jonge technologie … en heeft de neiging niet goed te werken, kapot te gaan”.
    3D-printen is zeker een jonge technologie, maar de ontwikkelingen gaan razendsnel. De kwaliteit van de 3D-printers zijn aanzienlijk verbeterd, maar het is zeker nog geen “plug-and-play” apparaat. Je leert 3D-printen door het veel te doen en dan gaat het nog wel eens fout. Maar wat is fout? En, is dat erg? Als je gericht bent op de “output”, een geprint 3D-object, dan wil je het liefst dat het er in één keer goed uitkomt. Ben je gericht op het “proces”, dan is een fout een kans! Ligt het aan mijn ontwerp? Ligt het aan de instellingen? Is de printer goed gekalibreerd? Staat de temperatuur goed? Allemaal vragen waarbij de zoektocht naar het antwoord leidt tot nieuwe inzichten en kennis.
    Wij zien in de praktijk dat juist de leerkrachten in het basisonderwijs hier heel veel waarde aan hechten. Het gaat bij hun (veelal) niet om de 3D-printer an sich. Maar om de uitdagingen die het biedt voor de leerlingen. En dat is in onze ogen bewonderenswaardig. En ja, als iets kapot gaat moet je het repareren. Niet laten repareer, maar zelf repareren. En dat is het leuke van een “hobby” 3D-printer. Die kan je (vaak) zelf repareren, zeker als je deze zelf ook hebt gebouwd. Wij zien leerkrachten die dit ontzettend leuk vinden. Samen met de leerlingen op zoek gaan naar een oplossing. En soms kan je deze oplossing zelfs uitprinten. “Hoe gaaf is dat? Ik kan zelf iets maken!”. De lezers die vroeger een Zundapp of Puch hadden zullen dit zeker herkennen. Overigens is het wisselen van het filament (het plastic) kinderspel maar dit geheel terzijde.

    Ontwerpen is heel lastig.
    Heel lastig? De kinderen die wij ontmoeten in groep 6, 7 en 8 vinden TinkerCad makkelijker dan “Loomen” (https://twitter.com/GoudenEmmer/status/586503611737382915). En ze leren het hunzelf aan. Geen leskaarten. Geen sturing. Weten ze het niet? Dan vragen ze het aan hun maatje. En ja, TinkerCad is redelijk blokkerig. Je kan daar geen organische vormen mee maken. Maar daar zitten de kinderen, die wij hebben ontmoet op al deze scholen, nog helemaal niet op te wachten. Zij kunnen hun creativiteit hierin echt wel kwijt. Sommige pakken zelfs door met SketchUp. En dat is zeker niet makkelijk.

    Het komt zelden voor dat een leerling iets maakt dat uitgeprint wordt.
    Iedereen die een 3D-printer heeft, doorloopt ongeveer de volgende leercurve. 1) Handvat voor de 3D-printer downloaden (of een fluitje), 3D-printen en dan….. Hoera, het werkt! 2) Centimeter pakken, iets namaken wat al bestaat, 3D-printen en dan….. Hoera, ik kan nu ook ontwerpen! 3) Probleem zien, oplossing bedenken op papier, natekenen en doorontwerpen, 3D-printen en dan….. Hoera, dit is mijn idee! Stap 1 en 2 in de curve zien wij nu heel veel gebeuren in het basisonderwijs. Stap 3 is lastiger. Maar dat ligt niet aan de 3D-printer. Dan komen we terug op jouw punt over de rol van de leerkracht. De stimulator, de inspirator. Weet hij/zij de kinderen uit te dagen met een gaaf probleem. En ook hier zien wij steeds meer leerkrachten in het basisonderwijs die dit echt wel kunnen. Voor hun is het namelijk ook een reis.

    Materiaal is eenzijdig.
    Klopt, het is plastic. En dan zeggen wij van 3Dkanjers ook nog dat ze alleen moeten printen met PLA (food graded). Ik heb nog geen kind of leerkracht hierover gehoord dat ze dit erg vinden. En ja, 3D-printen duurt lang. Maar op een basisschool is dat niet echt een probleem. De leerlingen hoeven namelijk niet te rennen van het ene lokaal naar het andere. De 3D-printer staat achter in de klas of op de gang. ‘s-Ochtends gaat het printje er in en na een paar uur is het klaar. Kunnen de leerlingen na het tussendoortje er een mooi verhaal over vertellen. En daar gaat het natuurlijk om. Het verhaal. Niet de 3D-print.

    3D-printer is veel geld en je kan er ook (andere) fantastische gereedschappen en materialen voor kopen.
    Eens! Maar het kan ook beide. Dat basisscholen weinig geld hebben is een understatement (al zien wij zeker uitzonderingen). Dit brengt dat zij goed en weloverwogen keuzes maken in hun aanschaf van lesmaterialen. En eerlijk gezegd, wij zijn nog geen basisschool tegengekomen die zich heeft “laten verleiden” tot aanschaf van een 3D-printer. Daar zitten weloverwogen keuzes achter met een duidelijke visie op techiekonderwijs. Namelijk kinderen niet alleen in contact te brengen met hedendaagse technologie maar ze er ook zelf mee te laten experimenteren liefst in combinatie met zich snel ontwikkelende (technologisch) georiënteerde leermiddelen als MakeyMakey, Little bits Lego Mindstorms etc. Middels het opzetten van regionale 3Dkanjers projecten trekken we dit zelfs breder. We betrekken in onze projecten PABO studenten, leerlingen uit het voortgezet onderwijs, ondernemers en de (gemeentelijke en provinciale) overheid waardoor we ze met elkaar gaan verbinden en ze stimuleren om gezamenlijk projecten op te zetten. Bijvoorbeeld de brillencompetitie met de lokale opticien en de meubeldesign wedstrijd met een lokale producent. Dan zie je ook gebeuren dat er middelen vrijkomen, waardoor de aanschaf opeens niet meer zoveel hoeft te kosten. In sommige regionale projecten kunnen basisscholen al voor iets meer dan € 1000,- een 3Dkanjers Experience opzetten. En dat is naast de printer, ondersteuning, leerlijnen en een lidmaatschap van een steeds levendiger wordende 3Dkanjers community.

    Echt jammer om de 3D-printer zo in een hoek neer te zetten. Maker Education is natuurlijk veeeeeeel meer dan een 3D-printer en het blijkt uit onze, steeds sneller groeiende, praktijk dat een 3D-printer op een basisschool nog niet zo’n gek idee is. Lees dit verhaal eens van een leerkracht uit Peize: http://3dkanjers.nl/de-3d-printer-is-klaar-en-wij-zijn-een-ervaring-rijker/

    Maar dat moet je gewoon ervaren Arjan. Daarom nodigen wij graag jou en je kornuiten uit om eens een bezoek te brengen aan één van onze scholen waar een 3Dkanjers Experience loopt. En dan mag je natuurlijk vragen wat ze er allemaal mee doen, maar ik heb natuurlijk veel liever dat jullie je Makers energie gebruiken om de leerlingen op die school nog meer te inspireren. Want daar draait het natuurlijk om. Kinderen Makers maken, zodat ze goed toegerust de toekomst tegemoet kunnen treden, wetende dat deze steeds meer technologie gedreven zal zijn en waarin het steeds minder op een vak of beroep aankomt, maar op de inzet van steeds wisselende combinaties van vaardigheden.

    Met een verbindende groet,

    Remco Liefting en Jos Kok, initiatiefnemers 3Dkanjers.

  5. “In sommige regionale projecten kunnen basisscholen al voor iets meer dan € 1000,- een 3Dkanjers Experience opzetten. En dat is naast de printer, ondersteuning, leerlijnen en een lidmaatschap van een steeds levendiger wordende 3Dkanjers community.”

    Klinkt haast als te mooi om waar te zijn. Leg eens uit hoe dit kan als een Ultimaker alleen al € 1.000,- kost??

    1. Hoi Thomas,

      Regionale 3Dkanjers projecten worden financieel ondersteund door diverse partijen. Zo wordt het project in Coevorden mede mogelijk gemaakt door De Nieuwe Veste, Gemeente Coevorden en Provincie Drenthe. In Meppel door de Ronde Tafel Meppel, de gemeente Meppel, het Ondernemersfonds Meppel en de Rabobank Meppel-Staphorst-Steenwijkerland. In Hilversum door Rabobank HVP. In Hoogeveen door de Rabobank, de Combinatie Hoogeveense Ondernemingen en de gemeente Hoogeveen. Het verschilt uiteindelijk per regionaal project wat de eigen bijdrage van een basisschool dan is. In Hoogeveen is dit bijvoorbeeld iets meer dan € 1000,-. En dan krijgt de basisschool niet alleen een 3D-printer… zie onze website.

      1. Afgaande van wat ik op de site van 3D-kanjers zie hebben jullie een fantastisch lesprogramma. Op de foto’s zie ik enthousiaste docenten en kinderen. Ook zijn de activiteiten geweldig!
         
        Toch een paar kanttekeningen. Het is erg prijzig (€2600,- voor de full treat). Dit betekent dat het waarschijnlijk alleen met externe hulp te betalen is. En dat is vermoedelijk niet realistisch voor de meeste scholen die geen contacten hebben met de lokale rotaryclub of bank. Nogmaals, je kunt die tweeënhalve mille heel veel beter besteden aan een kuub golfkarton en een persoonlijk lijmpistool en hobbymes.
         
        Bovendien is het de vraag hoe bestendig zo’n investering is. Er is een eerdere ervaring van (een vele laagdrempeliger) initiatief ter promotie van techniek in het PO. Dat zijn de Techniektorens en Ontdekkastelen. Mijn ervaring is dat het grootste deel daarvan werkloos staat te verstoffen. En de kans is aanwezig dat na een jaar wat alleen bij een paar grote liefhebbers de printer nog actief zal zijn.

        Mijn laatste opmerking betreft het gesloten karakter van jullie community. Een van de grote verworvenheden bij de maker movement is dat alles draait om delen (de arduino mag iedereen namaken, iedereen kan op het arduinoforum).

        Maar, het is natuurlijk wel te gek om met een klas een printer in elkaar te zetten en die vervolgens in werking te zien. Het omgekeerde, een oude printer slopen is ook leuk en leerzaam. Dat kost wel wat minder: een kruiskopschroevendraaier en een tangetje.
         
        Ik kom overigens graag een keer bij jullie kijken.
         
         
        Groet, Marten

  6. Hoi Arjan,

    Bedankt voor dit artikel. Ik geef regelmatig robotica workshops (Edunica), waarbij ik de kinderen vrij laat om te maken wat ze willen als ze maar een taal of reken opdracht omzetten in een spel / interactief verhaal of een stuk kunst met uitleg. Hierbij maak ik ook gebruik van een 3D printer. De kinderen mogen ontwerpen in TinkerCAD maar ook in http://stephaneginier.com/sculptgl/. Mochten er kinderen zijn die iets anders willen gebruiken bekijk ik het en laat ik ze vrij als het kan.

    Wat ik vaak mis is expertise. We verwachten van een basisschool leraar/lerares dat ze alles weten en kunnen overbrengen aan de kinderen. Ik gebruik in mijn workshops arduino’s die de kinderen programmeren in scratch. Hierbij kunnen ze een heel arsenaal aan sensoren en actuatoren gebruiken en dat laat ik ze ook zien. De gemiddelde basisschool leraar/lerares weet niet wat een arduino is.

    Zo denk ik dus ook dat het op dit moment niet zinnig is dat een school een 3D printer binnenhaalt. Ik hoop dat in de toekomst basisscholen meer expertise binnenhaalt. Initiatieven zoals 3D kanjers en wat ik doe zorgen voor expertise zonder dat scholen alles moeten aanschaffen en overal kennis van nodig heeft.

    Groet,
    Wesley van der Velde

    1. Dag Wesley, dank voor je uitgebreide reactie. Ik ben het met je eens. Je hebt inderdaad expertise nodig en die ontbreekt vaak (is niet zo raar). Het meenemen van een 3D-printer kan dan helpen, dan kost het niet zoveel. Ik hoop echter dat het bij de scholen niet bij af en toe een lesje van een expert blijft maar dat we er voor kunnen zorgen dat het Maker Education, makersonderwijs, een permanente plek krijgt. En ik hoop dat ooit 3D ontwerpen makkelijker en bruikbaarder wordt, het materiaal niet meer dat plastic is en dat de printers 100 x zo snel worden. Dan wordt het interessant voor een klas, denk ik.

  7. Geweldig, deze discussie.
    Ik ben zelf als ontwerper (ik ben geen docent) bezig met “iets”ontwikkelen voor maker onderwijs en voor kinderen, of het nou van papier of van PLA is. En heb heel veel aan al de voors en tegens die langskomen.
    Ik hoop velen van jullie in de loop van de tijd tegen te komen en te zien wat jullie doen.

  8. Het is denk ik zo’n 6 a 7 jaar geleden dat ik destijds met mijn collega’s Olaf de Groot en Erik Woning naar het fablab in Utrecht ging om een 3D-printer in elkaar te zetten voor ‘de verdieping’ bij Kennisnet. Het was een eerste versie van een Ultimaker. Een printer die je van a tot z helemaal zelf moest bouwen. We hebben er anderhalve dag over gedaan met deskundige begeleiding (zegt wellicht ook wat over onze beperkte vaardigheden) maar uiteindelijk was het gelukt. Bij Kennisnet moesten we de printer regelmatig bijstellen en de bandjes aanspannen en ook de software was redelijk complex (speciaal programma om te slicen, cura dacht ik). Voor een gemiddelde basisschool was dit destijds geen doen was mijn veronderstelling.

    Toch heeft het apparaat altijd een enorme aantrekkingskracht op me gehad. De verdieping stond vol met Robots (Nao), mindstorms, een surface-tafel en nog veel meer moois, maar de 3D-printer sprong er voor mij uit. De eerste 10 keer printen heb ik eindeloos naar de printer staan turen totdat de ontwerpen eruit kwamen (sorry belastingbetalers). Ook had ik er altijd prachtige verhalen bij als er bezoekers kwamen. Hoe de 3D-printer in alle beroepsgroepen het werk op zijn kop gaat zetten en hoe de 3D-printer zelfs het fileprobleem gaat oplossen. Fascinerend was het!

    Inmiddels zijn we 7 jaar verder en is er wel het een en ander veranderd. Voor 395 euro heb je een fantastische printer (Da Vinci jr) voor het basisonderwijs (milieu-vriendelijk filament, een gesloten kap, geen verwarmd print-bed en gebruiksvriendelijke software, binnen 10 minuten uit de doos en startklaar). Dat maakt het voor elke school een haalbare investering. Echter gaat het vooral over wat je doet met de printer, de didactiek erachter. Daar heb ik mooie lessen voor.

    Voor scholen die bezig zijn met onderzoekend en met name ontwerpend leren is de 3D-printer een prachtige aanvulling op het arsenaal. Geef kinderen (of laat ze het zelf verzinnen) mooie probleemstellingen en laat ze in groepen samenwerkend aan de slag gaat met het zoeken van oplossingen en het maken van ontwerpen. Dat hoeft overigens niet allemaal meteen digitaal in programma’s zoals Tinkercad. Prototyping vind ik een belangrijk aspect van het ontwerpproces, dus laat leerlingen ook met papier, schaar, karton, hout, enz. aan de slag gaan. Maar laat ze ook digitaal ontwerpen. Ik denk dat dit een belangrijke vaardigheid is die ze later vaker nodig kunnen hebben, dus vind ik het belangrijk dat je er ook aandacht aan besteed in het onderwijs. Naast inhoudelijke vakkennis komen ook vaardigheden zoals samenwerken, creativiteit, ict-geletterdheid, zelfregulatie en communicatie aan bod. het gaat om rijke opdrachten.

    Wat mij opvalt in de workshops die ik tot nu toe over 3D-printen heb gegeven is het enthousiasme en met name de hoge betrokkenheid. En daar waar betrokkenheid is vindt leren plaats! Daarom denk ik dat de 3D-printer inmiddels klaar is voor het onderwijs en dat het een mooie impuls gaat worden voor onderwijsvernieuwing!

  9. Ik ben “late to the party”, maar dit is een fijne discussie waar ik wellicht iets aan kan toevoegen. Ik wil vooral even ingaan op de kunst van het 3D modelen. Ik ben software ontwikkelaar en ben al enige tijd bezig met de ontwikkeling van Figuro, een online 3D pakket die ik vooral geschikt wil maken voor mensen die met 3D modeling willen beginnen. Een beta staat op https://beta.figuro.io.

    3D modeling wordt door veel mensen als moeilijk ervaren. Software zoals bijvoorbeeld Blender schrikt af vanwege de hoge leercurve. Tegelijkertijd zie ik dat software als Thinkercad soms juist al snel te weinig mogelijkheden biedt. Figuro heb ik daarom qua functionaliteit tussen Thinkercad en Blender geplaatst. Figuro biedt bijvoorbeeld solid modeling tools (zoals Thinkercad) en heeft ook mogelijkheden om 3D modellen in detail te bewerken door polygons, edges en vertices aan te passen (zoals Blender).

    Ik wil Figuro gaan ondersteunen met een heleboel korte instructievideos en ander lesmateriaal. Door zowel de tooling als het lesmateriaal als 1 pakket op 1 website aan te bieden, hoop ik een laagdrempelig alternatief voor 3D modeling te bieden. Uiteindelijke doel: iedereen die met 3D modeling wil beginnen, kan dat doen op figuro.io.

    Wat betreft toepassingen in het onderwijs: ik denk dat Figuro een geschikte tool voor scholen kan zijn omdat het functies biedt voor zowel de beginnende leerling (je kunt geavanceerde functies negeren) als de gevorderde leerling (die die geavanceerde functies juist wel wil proberen). Daarnaast wil ik vooral dat het ondersteunende lesmateriaal ervoor zorgt dat zoveel mogelijk leerlingen de stap naar 3D modeling kunnen nemen, waarbij Figuro de instap-tool vormt.

    Vragen die bij mij spelen:
    – Figuro is in het engels maar ik kan ook een Nederlandstalige variant ter beschikking stellen. In hoeverre is hier behoefte aan?
    – ik wil het ontwikkelen van lesmateriaal, zoals instructievideos en interactieve online lessen, graag doen in samenwerking met enthousiaste docenten en andere geïnteresseerden. Wie weet mensen die hiervoor open staan?

    1. Beste Jeroen,

      Fantastisch wat je aan het doen bent en wat mij betreft ben je precies bezig op de plek waar behoefte aan is. Tinkercad is wel een stuk beter geworden, begrijp ik van gebruikers maaier is in dit spectrum echt nog wat nodig. Mijn voorstel: je schrijft een mooi stukje voor deze site en doet een oproep voor docenten die mee willen doen/denken etc. We zullen er de nodige aandacht aan besteden op social media en dan gaat het vast goed. En misschien kunnen we eens een Platform Maker Education bijeenkomst besteden aan 3D printen, ontwerpen etc. Lijkt me gaaf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *