Wat leren ze dan?

Op de conferentie #fablearn werd vastgesteld dat het maakonderwijs toe is aan een volgende fase. Na veel proberen, vrijheid en plezier moeten we ook moeilijke vragen onder ogen zien. Hoe verhoudt maakonderwijs zich met een curriculum bijvoorbeeld. Wanneer je er Papert op naslaat, of wanneer je het aan Gary Stager vraagt, is het antwoord duidelijk. Het is eerste wat je zou moeten doen wanneer je leerlingen echt wil laten leren, is het curriculum uit het raam gooien. Een interessant idee. Maar niet mijn werkelijkheid. Ik voel die aantrekkingskracht van revolutie best wel eens! Toch kies ik voor evolutie. Gewoon omdat er teveel niet duidelijk is en de inzet, de ontwikkeling van leerlingen, te groot is. Ik ben ook gewoon gek op het systeem. Voor mij is maken een manier voor mijn leerlingen om zich te uiten. Om hun ideeën naar buiten te brengen.

Do away with curriculum. Do away with segregation by age. And do away with the idea that there should be uniformity of all schools and of what people learn. – Seymour Papert

In deze blogpost beschrijf ik een aantal manieren waarop maakonderwijs ingezet kan worden. Het prachtige van onderwijs is dat het een oneindige hoeveelheid tinten grijs heeft. Bij het maakonderwijs is dat niet anders. Misschien is het wel sterker, we vieren de diversiteit heel graag. Voor dit soort blogposts is het wel een probleem. De indeling die ik hier kies is niet precies en dient alleen maar als aanknopingspunt om te kunnen beginnen of om er discussie over te kunnen voeren. Wanneer ik kijk naar de vele verschillende projecten, die ik heb langs zien komen, die op mijn school draaien, kun je grofweg drie categorieën onderscheiden. Opdrachten waar leerlingen vrij worden gelaten, opdrachten met een helder kader waarbinnen vrijheid is en het volgen van recepten en/of handleidingen. Hier is de vrijheid van de leerling laag. Je zou maakopdrachten langs deze as van oplopende vrijheid kunnen indelen. De grenzen zijn natuurlijk vloeibaar maar ik sta stil bij deze drie: vrijheid, kaders en recept. Je zou het het ‘hoe’ van het leren kunnen noemen. Omdat curriculum gaat over wat (“Wat leren ze dan?”) neem ik dat ook mee.

Bij elke categorie sta ik stil bij het hoe en bij het wat, geef ik voorbeelden van projecten en geef een aanzet voor een beoordeling.

Vrijheid

De opdrachten waar de vrijheid het grootst is zijn opdrachten waarin leerlingen maken wat ze willen. Het maakt niet uit wat het is, je maakt wat je zelf wil. We hebben vaak maar één restrictie: het moet een werkend product opleveren. Je zou kunnen zeggen dat je bij dit type opdracht niet weet hoe er geleerd wordt, maar je weet ook niet wat er geleerd wordt. Dat er geleerd wordt is vaak wel helder. Bekijk het onderstaande filmpje van The Children’s Museum in Pittsburg maar eens.

Curriculum

Dit staat natuurlijk haaks op een curriculum. Ik vermoed dan ook dat Papert een Stager met dit idee over onderwijs praten. Toch heeft het ook z’n waarde voor een onderwijsprogramma met een curriculum. Het leren vindt op allerlei niveaus plaats: kennis, vaardigheden en metavaardigheden. Overigens hebben de leerlingen wel vaardigheden en kennis nodig om te kunnen starten. Het probleem is dat je wanneer je leerlingen de vrijheid geeft je van te voren niet weet waar het leren plaats vindt en wat er precies geleerd wordt. Een ander probleem is de factor tijd. Omdat er veel verschillenden projecten zijn is het slecht in de hand te houden qua tijd. Deze manier van leren leent zich misschien wel het slechtst om pure kennis over te dragen. De kwaliteit van leren is daarentegen vaak wel hoog. Ze leren echt heel goed van dit soort projecten. Het zou een onderzoek waard zijn maar ik denk dat het langetermijngeheugen vaker wordt aangesproken.

Gezien de tijd en de onzekere opbrengst is het ook zoeken naar plekken binnen het curriculum. Wij gebruiken dit soort opdrachten aan het eind van een traject. Zoals de laatste module bij NLT: de meesterproef (2015 en 2016). Door handig de modules te kiezen (exameneisen afgedekt) hebben we aan het eind zo’n tien weken ‘over’ om ons eigen programma te volgen. Leerlingen maken iets wat ze willen en waar een uitdaging inzit. Zo kunnen laten zien wat ze hebben geleerd.

Het mooiste van dit soort opdrachten is de motivatie. Die is vaak extreem hoog. De efficiënte puber hebben we vaak zien veranderen in een hardwerkende kluizenaar zonder horloge. Het is misschien wel hét smeermiddel om tot leren te komen. De heilige graal van het onderwijs, motivatie.

Het is overigens wel een kunst om leerlingen tot een goed een haalbaar project te brengen. Vooral leerlingen die baat hebben of gewend zijn aan een duidelijke structuur hebben problemen met dit soort opdrachten. Het is een kwestie van zelf veel doen. Hierdoor zijn dit soort projecten vaak slecht overdraagbaar. Door ervaring hebben we een richtlijn. We zorgen dat het idee van een leerling haalbaar is en daarna schaalbaar (groter, gekker, beter, mooier…). Docenten kunst hebben vaak een schat van ervaring met dit soort processen en zijn dan ook een rijke bron om raad te plegen.

You don’t teach the maker mindset. The practice creates the mindset. – Dale Dougherty

Met dit soort opdrachten werk je vaak ook aan een cultuur binnen school. Omdat je als docent ook niet alles weet deel je je leerstrategien met je leerlingen, gebruik je andermans expertise (collega, extern, leerlingen) en staat het leren echt centraal. Het is prachtig om te zien dat leerlingen zelf om feedback vragen, elkaar helpen en vooral volhouden om iets voor elkaar te krijgen. Er is focus.

Beoordelen

Het boordelen is vaak lastig. Hoe vang je een proces waar je van te voren niet weet hoe en wat? Voor de meesterproef gebruiken we een matrix.

[pdf-embedder url=”http://makered.nl/wp-content/uploads/2016/11/Eindbeoordeling-meesterproef.pdf” title=”eindbeoordeling-meesterproef”]

Hierbij stelt één as de uitdaging voor (de opdracht luidt: “maak iets waar een uitdaging in zit“), de andere as is het product zelf. Je zou kunnen zeggen dat de ene as het “hoe” en de andere het “wat” voorstelt zonder dat het verder goed is in te delen. Het zijn vaak beschrijvende termen die je gebruikt. We geven de beoordeling vooraf en het werkt eigenlijk heel goed. De leerlingen kunnen hun proces vaak goed duiden. Door een matrix te gebruiken kun je ook goed de leerlingen vergelijken door ze allemaal in dezelfde matrix uit te zetten. Kloppen de onderlinge verhoudingen? Het zijn vaak goede gesprekken.

Samenvattend:

  • motivatie is heel hoog.
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is lastig en kost tijd.
  • goede basis nodig: kennis, vaardigheden.
  • op gespannen voet moet het curriculum: tijd en beoordelen.
  • de opbrengsten zijn vooraf onduidelijk.
  • slecht overdraagbaar.

Kaders

Wedstrijdjes zijn vaak voorbeelden van maakopdrachten die wat meer ingekaderd zijn. Eén van de langstlopende opdrachten op de Populier, makered avant la lettre, is de muizenvalautorace. Al vijftien jaar maken de eindexamen leerlingen met natuurkunde in het pakket een auto die de energie van een veer uit een muizenval aangedreven wordt. De opdracht is weer simpel: maak een auto die het verst komt met de energie een muizenval. Anders dan opdrachten met totale vrijheid, is hier de opbrengst en eigenlijk ook de beoordeling (de uitslag van de wedstrijd) helder. Er is nog steeds heel veel vrijheid: je bepaalt zelf hoe je de auto maakt. De motivatie voor dit soort opdrachten is hoog. Met wedstrijden is het wel uitkijken, niet alle leerlingen zijn competitief ingesteld. Dit is makkelijk op te lossen door verschillende ‘prijzen’ te hebben. Beste ontwerp, mooiste product, al is dat weer lastig te beoordelen. Een mooi voorbeeld van een race waarbij veel meer leren heeft plaatsgevonden dan alleen het maken van het autootje, is de Nerdy Derby van Jaymes Dec. Kijk hier voor het prachtige project. (inclusief al het materiaal)

 

Curriculum

Het kan ook nog meer naar het curriculum toe. Je kunt het hoe of het wat vastleggen. Maak een product waarmee je de functies van de lever duidelijk maakt aan een klasgenoot. Dit is een voorbeeld van een maakopdracht waarbij het wat, vast ligt. De functies van de lever is gewoon kennis die je normaal ook zou behandelen bij biologie. Je kunt dit vervangend gebruiken.

Beoordelen

Het beoordelen kan weer met een matrix waarbij je nu een as veel beter kunt beoordelen. Zijn de functies (spreek er bijvoorbeeld 5 af) uitgelegd, dan verdien je een punt. Het product kan weer op de andere as. Hier zal het weer meer beschrijvend zijn, bijvoorbeeld slecht naar goed.

[pdf-embedder url=”http://makered.nl/wp-content/uploads/2016/11/Beoordeling-maak-een-animatie.pdf” title=”beoordeling-maak-een-animatie”]

Naast het wat kun je ook het hoe vastleggen. Maak een animatie met scratch waarmee je de signaaloverdracht in zenuwcellen duidelijk maakt. Naast het wat ligt nu ook het hoe vast. Je moet scratch gebruiken. Je zou met de klas vooraf kunnen vaststellen waarop je gaat letten. Als voorbeeld hier de matrix gebruikt bij een NLT module. De leerlingen hadden verschillenden niveaus van voorkennis (wel biologie/geen biologie) maar moesten allemaal weten hoe signaal overdracht werkt. Door deze opdracht waren alle leerlingen actief (motivatie), hebben ze allemaal wat geleerd en helpen de animaties mij als docent om inzicht te krijgen op welk niveau ze zitten. Doordat het hoe en wat vastligt is deze opdracht ook makkelijker te beoordelen en over te dragen.

Samenvattend:

  • motivatie is hoog
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is makkelijker.
  • past makkelijker in het curriculum maar tijd blijft een aandachtspunt.
  • goede basis minder een noodzaak, die bouw je op.
  • een deel van de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • goed overdraagbaar.

Recept

Bij recepten of handleidingen is het leren vaak lineair. Je weet wat ze leren, vaak in opeenvolgende stappen, en het hoe staat ook vast. Recepten is een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren. Omdat de opbrengst vaak zo uniform is wordt het ook vaak ingezet wanneer de veiligheid belangrijk is. Om te leren solderen bijvoorbeeld. Motivatie is vaak wel een probleem. je zal aan je leerlingen duidelijk moeten maken waarom ze dit moeten leren.

Curriculum

Omdat recepten zo duidelijk zijn in hoe en wat vind je ze veel terug in een regulier curriculum. Waneer je aan maakonderwijs wilt ga doen is makkelijk om nieuwe techniek en vaardigheden in het curriculum te plaatsen. Programmeren, solderen, digitaal ontwerpen, je kunt ze allemaal met handelingen bijbrengen en ergens onderbrengen. Het maakt dat het ook uitstekend overdraagbaar is. Het is niet voor niets dat je juist veel handleidingen voor vaardigheden op internet vindt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de classes van Instuctables.

 

 

Het is natuurlijk mooier wanneer leerlingen zelf de noodzaak voelen om te leren. Vaardigheden en recepten kunnen vaak makkelijk naar een opdracht met kaders worden gebracht.

Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee. – Antoine de Saint-Exupéry

Voor het programmeren in Scratch heb ik handleidingen klaarliggen voor leerlingen die vastlopen. Daarnaast zijn er leerlingen die zelf Scratch leren door te proberen, gebruiken ze elkaar of mensen buiten het lokaal via internet (fora, youtube). Omdat ik er niet op uit ben om leerlingen te leren programmeren; ik wil dat ze hun ideeën leren uitdrukken; is het niet zo erg dat ze zelf hun routes volgen. Wanneer je zeker wil weten dat ze allemaal een voorwaardelijke loop begrijpen, zal je wellicht een andere strategie moeten kiezen. Het plaatsen van vaardigheden in een groter project is een goede manier om het motivatieprobleem op te lossen. Bij een project LED-objecten is de opdracht het maken van een object dat licht geeft. De leerlingen krijgen eerst allerlei gave voorbeelden te zien en gaan daarna aan de slag met een standaardpracticum waarmee ze serie- en parallelschakelingen maken. Daarna mogen ze hun eigen idee najagen en de kennis toepassen.

Beoordelen

Het beoordelen is vaak goed te doen. Afvinken, rubrics, cijfers, het kan allemaal makkelijk wanneer het wat en hoe vastliggen. Doordat recepten vaak lineair zijn lenen ze zich ook goed als as in de matrix die we bij kaders een vrijheid gebruiken. Zo kun je bijvoorbeeld vaardigheden eerst los aanleren, daarna in een project laten terugkomen en vervolgens indirect een rol laten spelen wanneer leerlingen de vrijheid krijgen. Wanneer je goed kunt solderen ben je eerder geneigd die vaardigheid te gebruiken in een project. Wanneer je goed kunt solderen zal je product ook beter werken.

Samenvattend:

  • motivatie is laag
  • creëert een gemeenschappelijke basis.
  • begeleiden is makkelijk.
  • past goed in het curriculum.
  • goede basis geen noodzaak.
  • de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • uitstekend overdraagbaar.

Deze blogpost is hopelijk een aanzet tot delen van ervaringen en een discussie over lastige vragen rond maakonderwijs. We willen proberen de komende tijd een aantal posts te schrijven rond het beginnen met maakonderwijs. Dus, doe mee, denk mee en klim in de pen!

Per-Ivar Kloen

3 comments on “Wat leren ze dan?

  1. Interessant. Je indeling heeft wel wat weg van het varieren in de ‘mate van openheid’ zoals dat vaak bij practica voor natuurwetenschappelijke vakken wordt gedaan. Maar je gaat (terecht) ook verder dan dat. Robin Millar heeft voor natuurwetenschappelijk practicum een analysekader opgesteld, waarvan delen misschien ook bruikbaar zijn voor ‘maken’. Bij ‘recept’ zou je kunnen denken aan de doelen: bewerken van materialen; hanteren van gereedschappen; begrip van natuurwetenschappelijke concepten bevorderen (bv als er schakelingen in het spel zijn); ontwikkelen van vaardigheid om een procedure heel precies uit te voeren. Bij ‘vrijheid’ denk ik bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van de vaardigheid om ‘iteratief te ontwerpen’. Dat laatste ontbreekt uiteraard aan Millar’s analysekader, want dat past wat meer bij techniek dan bij natuurwetenschappen. Ik ben met een soortgelijke oefening bezig voor techniek in brede zin. Misschien een keer over sparren. Vanaf p. 8 op: https://www.rsc.org/cpd/teachers/content/filerepository/frg/pdf/ResearchbyMillar.pdf

    1. Ha Gerald! Ik had je hele reactie gemist, sorry. Dank je voor de aanvulling. Ik kende het niet. Misschien dat het voor anderen, bv een student, weer een aanknopingspunt is. Bedankt!

      Per-Ivar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *