Verslag van de PATT36 conferentie

Pupils Attitude Towards Technology

Dit is een internationale conferentie met vertegenwoordiging vanuit:

Ierland, UK, Nederland, Israël, Nieuw Zeeland, Australië, USA, Hawaï, Zweden, Zuid-Afrika en mogelijk nog meer landen, maar ik heb niet iedereen gesproken. Vanuit Nederland waren de TUDelft, Hogeschool Utrecht en Fontys Hogescholen vertegenwoordigd.

De deelnemers aan de conferentie deden bijna allemaal aan onderzoek, maar wel op veel verschillende manieren. Er waren High School docenten, die naast hun docentschap onderzoek doen, beleidsmedewerkers die onderzoek doen of interesse hebben in de ontwikkelingen, lerarenopleiders die ook onderzoek doen en/of interesse hebben in de laatste ontwikkelingen, PhD Students en Professors. Over 4 dagen verspreid zijn er 17 parallelle sessie aangeboden waarin papers werden gepresenteerd, die gepubliceerd zijn in een grote conferentiebundel.

De conferentie ging over (technisch) ontwerpen met kinderen, voor zowel het basis onderwijs als het voortgezet onderwijs: hoe maak je de leeropbrengsten zo groot mogelijk. 

De lezingen over het basisonderwijs die ik heb bijgewoond, hadden in veel gevallen te maken met hoe taal de kinderen kan helpen om tot meer diepgang te komen. Taal kan helpen om leerlingen sterker te laten ervaren in welk onderdeel van het ontwerp proces. Het kan ze helpen om met elkaar te praten over hun ideeën, en zo wat meer los te komen van hun eerste idee. En taal kan helpen om de opdrachtgever beter te begrijpen en het resultaat van de opdracht, de gekozen oplossing, goed over te brengen aan de opdracht gever. Er was ook een presentatie waarin aangetoond werd dat hele jonge basisschool kinderen al in staat zijn om een probleem vanuit meerdere perspectieven te beschouwen, mits ze daar op de juiste manier tot uitgenodigd worden.

Bij de presentaties over High School education viel mij op dat er veel onderzoek gedaan wordt naar de juiste interventies om het ontwerp de juiste kant op te krijgen. Er wordt ook intensief gekeken hoe jongeren met elkaar communiceren over het ontwerpen, met het idee om daarna te onderzoeken welke interventies het meest effectief zijn om de jongeren bij hun ontwerpen te helpen.

De keynotes waren sprekers uit Ierland en het Ierse onderwijs. De eerste lezing van de minister van hoger onderwijs en het ontvangende instituut: Athlone Instituut of Technology. Maar de keynotes van de dagen die volgenden waren mensen uit de praktijk, met een goede staat van dienst. Zij vertelden over hun ervaringen en verworven inzichten over de jaren heen over techniek onderwijs met kinderen. En deze keynotes waren ontzettend inspirerend. Ze omvatten wat maak onderwijs voor leerlingen betekent en wat ze er van leren.

Het belangrijkste woord dat in de Ierse context gebruikt wordt voor dit onderwerp is design, en dat interpreteer ik wat meer naar engineering, of product design. De leerlingen in Ierland maken veel (werkende) producten gedurende hun middelbare schooltijd. In Ierland staan er 4 technology vakken op het rooster van de middelbare school die afgesloten worden met een centraal examen. De leerlingen hoeven niet alle vakken te kiezen. En niet alle scholen bieden alle 4 de afstudeerprogramma’s aan. Deze programma’s lopen gedurende de hele middelbare schooltijd, en dus niet alleen in de onderbouw. Er werd gesproken van vijfde jaars. Nu heb ik geen volledig beeld gekregen van het Ierse onderwijsstelsel, dus ik weet niet hoe zij hun niveaus in delen en hoe deze te vergelijken zijn met onze indelingen. Opmerkelijk was dat het onderscheid van niveau in geen enkele presentatie gemaakt werd, wel werden er soms leeftijden genoemd. Mogelijk kun je concluderen dat in Ierland niveau in het onderwijs een minder grote rol speelt.

De vier technologieprogramma’s die er aangeboden worden zijn:

  • Design and communication graphics
  • Technology
  • Architectural Technology
  • Engineering Technology

Deze diashow vereist JavaScript.

Het eindexamen in deze vakken bestaat uit een portfolio van 17 pagina’s, waarin leerlingen hun opdracht: de designbrief en hun proces en de technische tekeningen zo goed mogelijk presenteren. Er is klaarblijkelijk in Ierland voldoende ervaring op gedaan om deze portfolio’s en eindproducten als eindexamen te kunnen beoordelen. De leerlingen krijgen ruim de tijd om hun projecten te ontwerpen. Tijdens het examenjaar wordt hier aan gewerkt. En de opdrachten die ze krijgen zijn heel vrij. Het is duidelijk dat de leerlingen er veel eigenaarschap in kwijt kunnen.

Tijdens een presentatie van een ervaren docent werd er ingegaan op wat leerlingen leren van het ontwerpen. En dan blijkt dat er op meta niveau duidelijke leeropbrengsten te benoemen zijn, die door de hele community wel worden gedeeld. De discussie ging ook over vakoverstijgend werken en de behoefte die gevoeld wordt om die volgende stap te gaan maken. Dit leverde een bijzondere discussie op. Er werd tijdens deze discussie gesproken over welke leerinhouden onderliggend aan het ontwerpen aangeleerd zouden moeten worden. Maar dit leidde tot het gedragen inzicht, dat als het onderwijs over ontwerpen gaat, dan moeten ze ontwerpen leren. En al ontwerpend komen ze de content die ze nodig hebben vanzelf wel tegen. Content is geen doel op zich, dat is het ontwerpen. En toen we in het middagprogramma een presentatie kregen van de eindproducten van vier verschillende middelbare scholen, dan weet je dat het zo is. Deze producten waren zo ontzettend rijk, dat het onmogelijk is om dit te maken zonder heel veel te leren. Maar het leerproces, en dus de verworvenheden zijn daarmee niet voor alle leerlingen hetzelfde. Echter, de gedeelde kennis is hoe je ontwerpt en hoe je zelf kennis eigen maakt  om het ontwerp te realiseren. En de waarde van deze kennis werd gezien, gedeeld en bewonderd.

Er werd tijdens de conferentie ook gesproken over Maker Education en hoe deze beweging in de UK zich ontwikkelt. Ik kreeg het beeld dat de beweging in de UK groter is dan in Nederland, maar ook daar wordt de connectie met het onderwijs niet makkelijk gemaakt. Het gedachtengoed achter de maker movement, vrijheid en delen, past niet goed bij de schoolcultuur. Daar heeft men toch wel meer de behoefte om het proces te kaderen. Al laten de inzichten uit de conferentie zien dat er wel degelijk heel veel gezamenlijke opvattingen bestaan.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

In Nederland begint de discussie steeds meer over computational thinking te gaan en over hoe we daar aandacht aan willen besteden in het onderwijs. Op deze conferentie waren er niet veel workshop die hier direct op in gingen, maar thinking skills waren wel een belangrijk topic. Een bijdrage uit Nieuw-Zeeland ging over de implementatie van Digital Technology in het curriculum, en hier was wel veel belangstelling voor. De uitdagingen die de auteur van het artikel benoemde, werden goed begrepen door de belangstellenden in de zaal, zoals uit de reacties bleek. Dus dit item speelt wel degelijk in meerdere landen.

Het thema meisjes was weer terug op de agenda gekomen, na een poosje wat minder aandacht te hebben gehad. De onderzoekster die met dit thema bezig was concludeerde in een review study dat er een gezamenlijk gedragen opvatting is dat meisjes minder interesse hebben voor technology, maar ziet nergens de afbakening of specificering van technology terug in de literatuur. En dat is natuurlijk interessant om nader te beschouwen.

Na afloop van deze conferentie ontstond bij mij het inzicht dat we in Nederland een heel beperkte visie hebben op techniek onderwijs op de middelbare school. Internationaal speelt techniek, of misschien liever gezegd technologie onderwijs een veel grotere rol in het onderwijsprogramma van het primair en secundair onderwijs. Wij hebben deze programma’s naar het beroepsonderwijs verplaatst. Het is niet zo dat daardoor in andere landen meer voor technologie studies wordt gekozen, ook in andere landen speelt de krapte op de technische arbeidsmarkt. Wat het wel oplevert is dat er onderwijs ontstaat dat actief leren en leerling gericht is. Deze leerlingen leren hun realiserend vermogen te ontwikkelen en theoretische kennis wordt betekenisvol verworven. De conferentie papers geven geen uitsluiting of dat dan ook duurzamere kennis is. Het gaat wel over creativiteit, samenwerken en systematisch onderzoekend denken. Misschien hebben we te weinig mensen in Nederland die de toegevoegde waarde van technologie onderwijs voor het funderend onderwijs kunnen duiden. De focus op instroom op de arbeidsmarkt lijkt mij niet de argumentatie om voor technologie onderwijs te kiezen. Maar het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht, complexe denk strategieën, tactiele gevoeligheid, probleem analyserend vermogen, probleem oplossend vermogen, communicatieve vaardigheden, iteratief probleem oplossen, eigenaarschap, technische denk- en handvaardigheden lijken mij waardevol voor ieder kind om te leren. En het is niet dat bij andere vakken deze items niet aan bod kunnen komen, maar ik kan me geen vak bedenken waarbij deze vaardigheden alomvattend aangesproken worden. En ik denk ook dat deze vaardigheden niet exclusief voor het beroepsonderwijs zouden moeten zijn.

Volgend jaar gaat de conferentie naar Malta. Maar dat had niet nodig geweest om voldoende argumentatie te vinden om er volgend jaar weer bij te willen zijn.

Als je geen onderzoek doet, kost het wat meer moeite om de opbrengst van dit soort conferenties te zien. Toch kan ik iedere docent aan raden om dit om de zoveel jaar een keer te doen.

Verslag door Mandy Stoop (Fontys)

One thought on “Verslag van de PATT36 conferentie

  1. Hi Mandy, bedankt voor je verslag. Ik kom uit Ierland, je noemt dat
    ‘het onderscheid van niveau in geen enkele presentatie gemaakt werd’
    dat klopt, Iedereen gaat naar dezelfde middelbare school. Na de onderbouw kies je voor de kernvakken of je het doet op ‘pass’ of ‘honours’ nivo. (pass lijkt op havo / vmbo-t en honours is meer VWO) maar je blijft op dezelfde school.
    De andere vakken die je kiest voor het eindexamen zijn in feite honors nivo.
    De vijfde jaar is daar hetzelfde als hier op het VWO, het laatste jaar voor je eindexamen.
    In het vierde doet, sinds een paar jaar alle leerlingen een ‘transition year’. Dat is een beroeps gericht jaar met veel stages en projecten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.