Terugblikken en vooruitkijken

Vooraf

In het schooljaar 2015/2016 ga ik aan de slag als een van de Kwartiermakers Maker Education. Om dit enige richting te geven, heb ik dit stuk geschreven. Ik praat vaak over “wij”. Het is mijn stuk dus als je kritiek hebt, dan is die aan mij gericht. Maar dit jaar heb ik opgetrokken met fantastische mensen die allemaal vrijwel belangeloos knetterhard hebben gewerkt. Aan het einde van het stuk worden ze bij hun naam genoemd.

Verder is The Maker Movement van waaruit Maker Education is ontstaan een open gemeenschap waarin kennis en vaardigheden worden gedeeld. Dat is een van de enorme krachten van deze beweging en dit stuk is daar een weerslag van. Heb je kritiek, ideeën, verbeteringen, lof? Ik hoor het heel graag! Via mail of via de comments hieronder.

Inleiding

Het afgelopen schooljaar (2014/2015) was een rollercoaster.  Je zou kunnen zeggen dat Maker Education of makersonderwijs een stormachtige ontwikkeling meemaakt. Dat is waar aan de ene kant maar aan de andere kant is het nog klein. Ik heb wel het idee dat het steviger geworteld is. Meer mensen weten ervan, zijn ermee bezig, zien de kracht, denken erover na.  Binnen en buiten het onderwijs. In dit schooljaar is de doelstelling ook zeer helder geworden:

“Elke leerling moet de kans krijgen Maker te worden.”

verdverbverbrdefAan het eind van vorig schooljaar heb ik wat hulpvragen uitgezet waarbij de insteek was:

  • Verdieping: de zoektocht naar kennis, vaardigheden, ervaringen met Maker Education
  • Verbreding: Maker Education zou op meer scholen in Nederland een plek moeten krijgen.
  • Verbinding: er zijn veel mensen bezig met Maken terugbrengen in het onderwijs. Het is verstandig de krachten te bundelen

Op alle punten hebben we grote vorderingen gemaakt en op alle punten willen we nog veel meer bereiken.

Terugblik op de verdieping

verdiepenMet evenveel gemak kun je zeggen dat Maker Education heel jong is als heel oud. In feite is Maken een van de belangrijkste zaken die de mens onderscheidt van de rest van de dieren en vanaf het moment dat we instrumenten zijn gaan gebruiken, werd de kunst van de kenners afgekeken. Aan de andere kant is Maker Education jong. De beschikbaarheid van hele goedkope en snelle computers die gemakkelijk zijn te bedienen, de komst van digitale fabricagetechnieken als 3D printers en lasercutters, hebben het speelveld opengegooid. De afstand tussen een ontwerp en een product is daardoor veel kleiner geworden.

Wat we het afgelopen jaar geleerd hebben, is enorm veel. Het meest in het oog springend was natuurlijk onze studiereis naar de Verenigde Staten. Maar we hebben ook afgelopen jaar enorm veel #makered lessen gegeven. De FABklas draaide voor het tweede jaar, de NLT Meesterproef deden we voor het vierde jaar, nieuwe projecten zoals het maken van een interactief monument voor geschiedenis, de automata binnen het vak Science op de Populier, Maak Natuurkunde, de Lever opdracht bij biologie. Verder zijn allerlei ander docenten in het land op vele scholen ook bezig geweest met Maker Education. Op basisscholen zoals Hester IJsseling, en zelfs thuis zoals Astrid Poot. En vaak delen deze pioniers hun kennis in blogs, tweets, stukken etc. En daar leer je van. Heel veel. Onderstaande lijst is ongeordend en niet uitputtend maar een soort voorzichtige samenvatting:

  • Het moderne maken is nog teveel een speeltje van rijke, witte, middelbare mannen. Er moet veel meer aandacht komen voor diversiteit. Leah Buechly, hoogleraar aan het MIT, uitvinder van de Lilypad Arduino, heeft hier al veel over gepubliceerd. De komende FABlearn (2015) staat in het teken van diversiteit.
  • Op basisscholen wordt in de knutsellessen nog heel vaak hetzelfde gemaakt door alle leerlingen. Je kent het beeld, een klas die naar buiten komt met allemaal hetzelfde product. De ervaringen in het PO met Maker Education van bijvoorbeeld Hester IJsseling is dat de leerlingen dan met allemaal verschillende, vaak onaffe producten naar buiten lopen. Maar wel allemaal met een verhaal. We hebben dit jaar een aantal workshops gegeven aan basisschoolleerkrachten en het is bijzonder om te zien dat veel van hen aan het begin het best lastig hebben met een vrije opdracht. Veel van hen vinden het uiteindelijk wel leuk en leerzaam maar sommigen komen er niet van los. “Wat moet ik nu eigenlijk doen? Wat is het doel?
  • Hoewel de moderne technologie veel te bieden heeft, kun je best Maker Education bieden zonder al te veel dure dingen aan te schaffen. We hebben met name in het Exploratorium in San Fransisco gezien dat karton een fantastisch, goedkoop materiaal is. Te knippen, te snijden, te lasercutten, te verven, etc, etc.
  • Wij geven vaak een opdracht in de trant van: “Maak iets dat te maken heeft met…” Of “Maak iets dat je leuk, fijn, belangrijk vindt om te maken.” Vrije opdrachten. Dat heeft een groot voordeel: leerlingen maken dan vaak iets dat ze aan het hart gaat en ze hebben dan dus ook veel motivatie om het te gaan maken. Het is echter zo dat er ook ene groep leerlingen/collega’s is die een dergelijke opdracht niet fijn of passend vindt. We worstelen nog met wat je hen dan moet laten doen. Is het verstandig ze wat meer te begeleiden in hun keuzeproces? Moeten wij voor ze kiezen, moeten we de keuzes beperken? Is het handig om een paar standaarddingen te hebben die ze kunnen maken zonder al te veel eigen inbreng? Lastig. Zeker als je leerlingen hebt die zich in het autistisch spectrum bewegen.
  • Als je “stofvervangend” bezig wilt gaan met Maker Education, loop je direct tegen een probleem aan: het is niet zo efficiënt in termen van tijd. Maken kost heel veel tijd en iets uitleggen en daarna er een paar opdrachten over maken of zelfs een practicum of een verslag/spreekbeurt kost echt minder tijd. De motivatie is gemiddeld genomen heel hoog maar je kunt niet hele examenprogramma’s in Maker Education omzetten zonder daar meer tijd voor te nemen.
  • Wij zijn op de Populier gezegend met een extreem goede TOA-club. Die is, in ons onderwijs van wezenlijk belang. We realiseren ons dat dat niet overal zo is en dat er op veel plekken veel minder en soms zelfs geen ondersteuning is. Dit is een lastig probleem.
  • Misschien wel de belangrijkste en mooiste les die we hebben geleerd: leerlingen vinden Maken fijn om te doen. Voor sommigen is er wel een hele grote drempel waar ze overheen moeten maar de motivatie is enorm. En dat is wel een van de grootste problemen die we nog hebben in het Nederlandse onderwijs. We doen het goed in de PISA-testen, onze leerlingen zijn de gelukkigste kinderen op aarde maar ze gaan niet graag naar school. Als leerlingen iets mogen maken, zo hebben we gezien, dan komen de meesten graag.
  • Leerlingen die eenmaal de Maakdrempel over zijn gegaan, krijgen er een verwerkingsvorm bij. We hebben leerlingen die nu elke keer als ze voor een vak iets moeten maken (werkstuk, presentatie, verslag) vragen of ze iets mogen maken bij ons in ons FABlab.
  • Observatie: het beperken van materiaal stimuleert om het materiaal te onderzoeken, te klooien en dat kost tijd. Veel materiaal zorgt voor minder klooien.
  • Voorzichtige observatie: hoe meer de leerlingen weten, hoe beter de dingen zijn die ze maken.

Vooruitblik op de Verdieping

In het komende jaar zullen we nog een heleboel moeten gaan leren. Inhoudelijk, bijvoorbeeld door dieper in te gaan op de hierboven genoemde thema’s maar ook organisatorisch: hoe maak je van een Grassroots initiatief een landelijke gedragen beweging? Moet dat?

  • Het zou mooi zijn als iemand dit jaar de handschoen oppakt en Maker Education wetenschappelijk gaat onderzoeken. Ik vermoed dat dit heel goed kan. Er is een boel literatuur en er liggen mooie onderwijsvisies onder van grote denkers (Papert) en er gebeurt internationaal het een en ander. Aan de andere kant is de wereld anders geworden, is het inderdaad zo dat allerhande digitale technieken bijvoorbeeld onder handbereik liggen en zeer goedkoop zijn geworden (denk aan de Raspberry Pi). Verder zijn er steeds meer mensen bezig met dit mooie onderwerp. We zoeken een universiteit die als partner wil optrekken. Het is een unieke kans om de geboorte van een onderwijsvorm mee te maken en te volgen.
  • Ik vind dat de pioniers in de gelegenheid gesteld moeten worden om ruimschoots over hun ervaringen te schrijven/bloggen. We moeten nog eens nadenken over hoe we dit kunnen faciliteren en stimuleren.
  • De samenwerking met internationale Makered initiatieven moeten altijd ook in het teken staan van van elkaar leren. Dit zal de inzet worden bij de besprekingen.
  • We gaan een startconferentie organiseren rondom Maker Education in Nederland. Hierin zal de inhoudelijke verdieping de hoofdrol krijgen.
  • Een belangrijke vraag is: moet je het beoordelen en zo ja, hoe? We zoeken hiervoor ook de samenwerking met de kunstvakken (zie verderop bij verbreding).
  • We denken dat een boek wellicht een goede body of knowledge zou kunnen zijn.

Terugblik op de verbreding

verbredenEr is een aantal scholen in Nederland die al bezig zijn met Maker Education als zodanig. Dit groeit maar dat kan nog veel harder (zie ook verder bij Vooruitkijken)

  • Erik Hofman doet goede dingen in het vak Design & Innovation op het Landstede in Harderwijk
  • Michiel Lucassen timmert hard aan de weg op X11 in Utrecht. Michiel heeft zelfs tegenwoordig een open FABlab waar hij collega’s ontvangt die kennis willen maken met Maker Education.
  • Ralph Crützen van het Grotiuscollege in Heerlen is afgelopen schooljaar gestart met zijn Makerklas in Heerlen.
  • Dick van der Wateren is via de Onderwijspioniers begonnen met de Maker+klas op het ECL in Haarlem.
  • Milja Kruijt heeft met anderen een Makerspace opgezet in samenwerking met het Lyceum in Rotterdam.
  • Robin Platjouw, onderwijspionier, L@b 4 makers op Basisschool ’t Slingertouw in Eindhoven is stevig aan de slag.
  • Hester IJsseling, OBS De Kleine Reus in Amsterdam doet (samen met Astrid Poot vaak, zie verderop) geweldige dingen met jonge leerlingen.
  • Tim Geers, leerkracht groep 5 van OBS De Kameleon doet veel creatief werk met zijn leerlingen. Hij noemt het zelf nog geen Maker Education. Ik wel.
  • Astrid Poot, hoofd jeugd-/familieprojecten en creatief/strateeg bij Fonk, uitbundig blogger, ook op makered.nl, heeft als invalshoek dat Maken en Leren begint in het gezin, thuis. Daartoe heeft ze de Klooikoffers ontwikkeld en gaat daar volgend schooljaar mee de boer op.
  • En er zijn nog meer collega’s aan de slag; dat hoor je vaak wanneer je een workshop geeft. Soms vanuit een Techniektraditie, soms vanuit de kunst.

Vooruitblik op de verbreding

In feite is verbreding hét doel van wat we aan het doen zijn. We willen immers dat alle leerlingen Makers kunnen worden. Om dit te bewerkstelligen, zijn de ambities groot:

  • Aan het eind van het schooljaar willen we dat zo’n tien VO-scholen en 10 PO-scholen bezig zijn met Maker Education. Dat hoeft niet groot en veelomvattend te zijn maar wel zodanig dat het een plek heeft op de school die groter is dan “af en toe iets proberen”.
  • Van vrijdag 16 oktober t/m maandag 19 oktober vindt in De Waag in Amsterdam het Eerste Teacher Maker Camp plaats. Voor docenten en ander belangstellenden die de eerste stappen om Makergebied willen zetten. Onder andere onder leiding van Per-Ivar Kloen en Rolf van Oven. Met internationale sprekers. Wordt heel gaaf.
  • We zullen een pool van mensen formeren die wat kunnen vertellen en vooral mee laten maken op het gebied van Maker Education. Het is nu vaak nog een kunstje van een paar mensen. Dit moet breder. We zullen dit ook moeten faciliteren, in ondersteuning, tijd en geld.
  • We zoeken plekken op waar veel docenten bij elkaar zijn om over onderwijs te spreken. Daar proberen we een plekje te veroveren en ons evangelisatiewerk te doen
  • Ook wordt er contact gezocht met de vakbladen zoals de NVOX en het vakblad voor de kunstdocenten (Cultuur+Educatie, Kunstzone en of Prikkels). Het zou leuk zijn als Maker Education ook in dit soort blazen een plek kan krijgen in de vorm van een artikel, reportage of interview.
  • We gaan ervoor zorgen dat er een startconferentie komt met als enig thema Maker Education. Dit zorgt vanzelfsprekend ook voor verdieping en verbreding.

Terugblik op de Verbinding

verbindenWe hadden al zo’n beetje in de gaten dat er veel mensen zijn die zich bezighouden met Maken en leren. Soms met wat meer met de nadruk op Maken (denk aan de FABlabs en Makerspaces) en soms met wat meer nadruk op Leren (denk aan Techniekdocenten, onderwijskundigen etc.) Een mooie club mensen die alle kanten opspringen. En dat is zowel gaaf als lastig.

  • Op 24 september diende zich een mooie gelegenheid aan om wat meer verbinding te zoeken en te vinden. De Waag had ter gelegenheid van de opening de FABschool een Masterclass o.l.v. Sylvia Martinez, co-auteur van de bijbel voor Maker Education, “Invent to Learn” belegd. Voorafgaand was er wat mailverkeer heen en weer geweest over wie daarbij zouden moeten zijn met als gevolg dat de meeste mensen die zich bezighouden met Maker Education in Nederland daar wel waren. We hebben toen vastgesteld dat we dit niet voorbij konden laten gaan zonder zonder dat we afspraken dat we elkaar weer zouden zien. Dat is ook gebeurd, o.a. in Utrecht bij Rotslab en in Amersfoort.
  • We hebben in Tanja Jadnanansing (PvdA) en Anne-Wil Lucas (VVD) sterke politieke partners in de Tweede Kamer die veel voor ons doen. Het aanbieden van het Manifest, de petitie, op donderdag 6 november 2014, van hen aan de minister en de staatssecretaris, is een zeer krachtige energiebron gebleken in de loop van het jaar.
  • Ook krijgen we steeds meer internationale contacten. Met de schrijvers van Invent to Learn, Gary Stager en Sylvia Martinez, met (vooral Amerikaanse) Maker Educators die we hebben ontmoet op FABlearn. Overigens is natuurlijk in de Verenigde Staten The Maker Movement geboren en van daaruit ook Maker Education. Dat wil overigens niet zeggen dat ze daar verder zijn. In bepaalde opzichten zijn wij hier een stuk verder. De afstand tot beleid, tot daadwerkelijke veranderingen is hier een stuk kleiner. In de VS is president Obama een fan maar het bereiken van grote groepen tegelijkertijd gaat daar veel lastiger. Verder heeft een wijs persoon eens gezegd dat we vooral een eigen, Nederlandse Maker Education moeten vormgeven. En dat kan. We hebben prachtige rolmodellen als Daan Roosegaarde, Anouk Wipprecht en Theo Jansen.
  • We maken voorzichtig kennis met met Maker Educators uit Europa. We hebben collega’s uit Vlaanderen op bezoek gehad, we krijgen een grote delegatie Denen op bezoek in het najaar. Via Jelmer Evers ben ik in contact gekomen met enthousiaste ambtenaren uit Luxemburg die daar hard aan de slag zijn.
  • Twitter is extreem belangrijk in deze. De hashtag #makered zorgt voor een constante stroom aan interessante berichten en blogs. De groep mensen hierachter is groeiend en zeer bereid tot delen. Je ziet hier mooi een van de belangrijke principes van The Maker Movement: delen! Lees nog maar eens The Maker Movement Manifesto. Zeer lezenswaardig. Doen!
  • Op Facebook is ook groep die zich bezighoudt met Maker Education in Nederland: FabEdNL. Veel belangrijke mensen binnen Maker Education Nederland zijn lid, zoals Henk van Zeijts van Rotslab, Peter Troxler, Research Professor HRO, Iris Douma Researcher Playful Learning toolkits & Design Thinking op de TU in Eindhoven, Emer Beamer, pionier op het gebied van Design Thinking in Nederland, werkt ook internationaal (o.a. in Afrika), Wietse van Bruggen o.a. aanjager van Maker Education bij Kennisnet, Leen van Wijngaarden, eigenaar van de Maakschappij, begenadigd Maker en creatieve docent. Ik vergeet er nog een boel. Allemaal zeer enthousiaste, belangrijke mensen.

Vooruitblik op de verbinding

De benzine van de Maker Movement is vermoedelijk het delen. Vandaar dat het verbinden eigenlijk altijd vanzelf gaat. Makers zoeken Makers op. Toch zijn er nog wel wat stappen te maken.

  • De verbinding met de kwartiermakers Maker Education is al heel goed maar zal komend jaar nog intensiever worden. Bovendien zal de club breder (moeten) worden).
  • Ik zou graag wat meer werk willen maken van een Europese Makered movement. Misschien eerst in de de Benelux. Het dunkt me dat er best wel wat Europese steun naar een dergelijk project kan gaan, waarvan we dan een flink aantal docenten aan de slag kunnen laten gaan. De Denen komen; daar ziet men ook de grote voordelen van Maken en Leren.
  • De verbinding met de Amerikanen die zich bezighouden met Maker Education kan een wat breder gevolg krijgen. Inzetten op ene grotere delegatie naar FABlearn 2016 en wellicht een groep naar Constructing Modern Knowledge 2016 van Stager en Martinez?
  • Sommige dingen hoeven we niet opnieuw te verzinnen. Ik denk dat we, als Maker Educators, heel veel kunnen leren van de ervaringen in het kunstonderwijs. Er zijn verschillen, zeker, en de moeten we ook koesteren. Maar de overeenkomsten zijn te mooi om te laten liggen. Ik ga werk maken van een samenwerking. Je kunt wellicht zeggen en dat maakonderwijs de grenzen tussen vakken laat verdwijnen. De verbinding zit dus niet alleen in de bètahoek. Waar bètadocenten leren met vrijheid en creativiteit om te gaan, leren kunstdocenten de technische aspecten. Wie van de kunstdocenten die dit leest, wil dit meemaken?

Conclusie

Heel veel gedaan, heel veel te doen. Dat moet de conclusie zijn. Vasthoudend aan de doelstelling om elke leerling de kans te geven Maker te worden. Hoe dat precies moet gebeuren, dat moeten we met zijn allen gaan uitzoeken. Er liggen nog hele belangrijke, grote vragen. Hoe ziet Maker Education eruit in de verschillende schoolsoorten. PO en VO maar ook MBO, HBO en wellicht zelfs universitair. En hoe verhoudt zich dat met wat er thuis gebeurt? Hoe kun je leerlingen de kans geven na schooltijd verder te maken? Is dat een mooie rol voor de bibliotheken? Een andere vraag die me enorm bezighoudt is de vraag naar een curriculum. Moet je een curriculum maken of moet je er vooral voor zorgen dat scholen een Maker Space gaan maken? En waar moet die Maker Space aan voldoen? Wie gaat die bemensen? Welke opleidingen zijn er nodig? Welke rol spelen de FABlabs daarin?  En ook moeten de platte vragen worden beantwoord. Vragen als: waar moet het geld vandaan komen, waar de tijd?

Een groot voordeel is dat er enorm veel energie is binnen de groeiende groep mensen die zich met Maker Education bezighoudt. We gaan volgend jaar daar enorm gebruik van maken en daarbij veel plezier beleven. Dat is zeker!

Wij

Op De Populier zijn we al lange tijd bezig met Maker Education. Overigens het grootste deel van de tijd zonder dat we doorhadden dat dat zo heette. Voor mij, voor ons is het belangrijk dat we niet alleen over Maker Education praten maar vooral dat we het doen. Zo hebben we de heldere stelregel: als er iets is (een lezing. workshop o.i.d.) en we kunnen tegelijkertijd ook met de leerlingen iets gaan maken, dan doen we dat laatste. “Liever doen dan erover ouwehoeren” noemen we dat. Wij van de Populier:

  • Per-Ivar Kloen. Als er een vader is van Maker Education in Nederland is hij het. Extreem veel last van MIDT (Meer Ideeën Dan Tijd). Ik doe bijna niks zonder hem. Hij heeft dit stuk ook becommentarieerd en aangevuld.
  • Marten Hazelaar. Met hem ben ik begonnen leuke dingen te doen in het onderwijs. Bètakamp. Sciencestroom, knutselen. Man, man, man.
  • Rolf van Oven. Rolf maakt het allemaal mogelijk. Technisch, slim, relativerend. Geestig.
  • De andere geweldenaars. José die altijd alles organiseert, Bonita die onmisbaar is in de FABklas en de mooiste dingen laat maken, Esther die als enige van ons echt verstand heeft van dingen maken…

Er is het afgelopen jaar een samenwerkingsverband ontstaan. Ik heb heel veel van onderstaande mensen geleerd en ben blij dat we samen optrekken. Wij, de Kwartiermakers:

  • Jeroen de Boer van het Frysklab. Onvermoeibaar trekt hij de wereld door om te laten zien dat de bibliotheek dé plek is voor een FABlab. Bestuurslid FABlab Benelux. Groot pleitbezorger van de creatieve kant van Maken.
  • Karien Vermeulen: de verbinder. Programmamanager van Waag Society’s Creative Learning Lab. Zonder Karien ging het allemaal niet zo gefocust en goed.
  • Anne-Wil Lucas, Tweede Kamerlid VVD. Onuitputtelijke bron van energie. Weet de weg. Heel goed.

San Roque de Riomiera, maandag 3 augustus 2015,

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.
Hij zou graag een inspiratieboek voor Maker Educators schrijven.
cato
Een kuil. Terwijl ik op reis was deze vakantie ontmoette ik Cato. Cato gaat naar groep 3 en tekende deze kuil voor mij.

5 comments on “Terugblikken en vooruitkijken

  1. Paar punten:
    – Ik snap dat de VS hier politiek mee aan de gang zijn; zij vinden nu dat ze voor maakindustrie te veel afhankelijk zijn van het buitenland en promoten het terughalen van de maakindustrie naar de VS. Dan moeten daar natuurlijk wel draagvlak en skills voor zijn. Dus van onderop, uit het onderwijs.
    – Van harte hoop ik dat deze ontwikkeling in PO en VO gaat bijdragen in een beter begrip en meer waardering en respect voor het MBO, hoogwaardig professioneel onderwijs dat nodig is voor maak- en onderhoudsindustrieen. En dat daarmee ook de echte talenten van leerlingen centraal komen te staan ipv imagogedreven wensen van ouders en omgeving.
    – Ik vind de naamgeving beetje vreemd. Waarom Engels? Kunnen we daar een mooiere naamgeving in NL voor bedenken die meteen duidelijk maakt wat de bedoeling is?

    1. Dank je voor de reactie. De naam is een discussie waard inderdaad. We gebruiken de internationale term omdat het een internationale beweging is en het goed de lading dekt. Maar als je een mooi voorstel hebt, horen we het graag natuurlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *