Escape the classroom

foto 1
foto 1

Mijn vrouw en ik speelde ‘escaperoom the game’. Een home editie waarbij je puzzels moet oplossen om binnen een uur te ontsnappen uit een kamer. Bij elke puzzel verkrijg een serie van getallen waarna je een sleutel moet invoeren in een plastic apparaat, zie foto 1. Alhoewel ik er van te voren weinig fiducie in had dat ik dit leuk zou vinden, waren de puzzels toch leuk en word je fanatiek door de tijdslimiet. Zou een zelfde concept mogelijk zijn in de les? Hoe zou dat er dan uit moeten zien en wat wordt dan de wijze waarop de leerlingen een code moeten invoeren?

Het concept dacht ik verder uit. Leerlingen krijgen vier genummerde plaatjes met grootheden. In elk van de vier plaatjes kun je maar een grootheid altijd uitrekenen (leerlingen weten dat niet, dat hoort bij de puzzel). Vervolgens moeten de berekende waardes gerangschikt worden op grootte. De verkregen code moet vervolgens ingevoerd worden. Is de code goed, ga je naar het volgende level (er zijn vier levels). Is de code fout, dan gaat er een minuut af van je tijd, en gaat er kort een alarm af.

Zoals hierboven al impliciet beschreven staat zijn er toch wat technische dingetjes nodig. Als fan van de Arduino leek me dit dan ook een prima idee om te maken met de Arduino. De eisen die ik stelde:
– Een timer moet terugtellen, leerlingen hebben 40 min de tijd
– Vier drukknoppen om de code in te voeren
– Vier led’s om het level bij te houden waar je bent
– Een rode led als alarm
– Een buzzer voor het alarm
– Een minuut tijdstraf als een fout code is ingevoerd.
De volgende dag ben ik meteen aan de slag gegaan. Natuurlijk eerst met twee drukknoppen die je in de juiste volgorde moet indrukken, zie foto. Toen dat werkte (niet al te makkelijk) werd het programma uitgebreid met een volgend level. Daarna een volgend knopje. Werkend vanuit een eenvoudige basis naar een complexer systeem met meer functies is niet heel lastig. Als je basis maar staat.

Ik kocht bij een winkel een goedkope theedoos. Haalde het deksel er af en vroeg een vriend om een nieuwe deksel te snijden waarin de diverse onderdelen ingebouwd konden worden. Ondertussen ging ik door met het maken van een timer. Als je de juiste instructable hebt gevonden, is dat niet zo lastig meer, alleen waren al mijn pinnen op de Arduino meteen bezet. De volgende uitdaging was dus om twee Arduino’s met elkaar te laten praten. Dat bleek niet heel lastig, zoals ik al gedacht had. Je gebruikt de schakeling die je normaal ook gebruikt voor het uitlezen van een drukknop en stuurt een hoog signaal van de ene Arduino naar de ander. Nu konden mijn Arduino’s met elkaar praten en was het mogelijk om een tijdstraf te geven bij een verkeerde invoer.

Toen de deksel arriveerde was het vervolgens tijd om de elektronica aan te sluiten. Dit heb ik niet handig gedaan en kan veel sneller door niet je breadboard meteen vast te zetten in de doos. De Arduino’s heb ik ook vast gezet in de doos, zie foto.    Handig, zo blijft het geheel toch nog een beetje beschermd. Na de eerste test bleken er toch nog wat bugs in de code te zitten, die waren er gelukkig snel uit.
Vervolgens natuurlijk testen in de klas. Vier jongen uit 5 HAVO wilden het wel eens proberen. Het concept vonden ze leuk, de tijdsdruk zorgt ervoor dat je door werkt en veel overlegd. Wel moet ik de mogelijkheid voor een hint toevoegen. Binnenkort moet ik dus even een extra hint knop monteren… Dan gaat er wel wat tijd af maar kunnen de leerlingen wel door. Ik heb nog wat andere ideeën voor aanpassingen, maar die voer ik pas door als ik een eigen lasercutter heb zodat ik alles zelf kan maken.

Het maken van de code en het in elkaar zetten van de doos met alle elektronica en het verwijderen van bugs uit de code heeft zo’n 5 uur geduurd. Ik moet nog 5 van zulke dozen maken zodat ik tegelijk met de hele klas (in groepjes) kan spelen. Ik heb zelf best nog wat geleerd van het programmeerwerk, het proces (wat doe je eerst wat kan beter later). Maar het mooist is dat ik er lol in heb gehad en dat ik een werkend prototype heb waar leerlingen en collega’s, maar vooral ik, met bewondering naar kijken.

Wil je er ook een maken? Bekijk dan deze eens: http://www.instructables.com/id/Escaperoom/

Een makerspace voor 0 tot €204,30

Foto van de LighthouseCreativityLab.org

“Hoe moet ik beginnen met maakonderwijs?” dat is een vraag die makerdocenten vaak krijgen. Zo ook mijn mede Fablearn fellow Josh Ajim. Hij heeft daar op zijn site een antwoord op: THE MAKERSPACE STARTER KIT. Tijdens het schrijven van deze blogpost verscheen de website www.makingstartshere.com van Autodesk. Een website die, je raadt het al, antwoord geeft op de gestelde vraag en een platform wil zijn voor allerlei projecten. Er is daar een vrij uitgebreide handleiding te vinden hoe je met maakonderwijs kunt beginnen. Bijna alle aspecten komen aan bod. Geweldig! Het maakt het schrijven van deze blogpost bijna overbodig.

A maker educator is a coach who inspires learners to build technical skills and creative mindsets through hands-on projects and experiential learning. – MAKER PROGRAM STARTER KIT

Waarom zou je verder lezen? Gary Stager zegt in de praatjes die hij houdt vaak: “The best makerspace is in your head”. Dat is mooi en ideaal natuurlijk en het kost ook nog eens niets! Maar hoe kom je daar? Deze blogpost is bedoeld om een antwoord te geven op deze vraag. Het is geen makkelijk antwoord. We gaan in op de praktische kanten maar ook op de cultuurverandering die maakonderwijs vaak is. Met maken is zoveel mogelijk, er is nauwelijks een gemeenschappelijk beginpunt te vinden. eigenlijk het enige is…dat we allemaal gewoon zijn begonnen. Dus lees verder.

 

Voordat we beginnen

Voordat we beginnen gaan we uit van een aantal zaken. We starten met deze voorwaarden:

  • Budget: €0 – €204,30
  • Eenheid: een klas van 30
  • Basis: A4, papier, nietmachine, lijm, computers, printer

Basis
Met de basis bedoelen we materiaal dat al op school aanwezig is. Gewoon materiaal dat voorhanden is. Er is natuurlijk veel meer te vinden en het loont de moeite om eens wat gewone materialen uit te proberen. Paperclips, bekertjes, plakband, je kunt het allemaal op zoveel verschillende manieren gebruiken. Leg het eens bij het materiaal voor een maakproject en kijk wat er gebeurt.

Eenheid
Als eenheid nemen we een klas met 30 leerlingen. Het is fijn wanneer je tegelijk met een klas kunt werken. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om met een deel van de leerlingen te beginnen.

Budget
Het budget is maximaal €204,30. Maken gaat meestal over fysieke dingen gemaakt van materialen. Dat kost geld. Daar ontkom je niet aan. Met een beetje creativiteit in het verzamelen kom je wel een heel eind. Maar, maken kost gewoon geld.

Hierna werken we de makerspace verder uit. Beginnen met maakonderwijs kan ook de start zijn van een cultuurverandering. In het blok hieronder lichten we toe we hoe je wellicht wat grip kan krijgen op deze cultuurverandering.

 

Cultuur

Je begint met wat nieuws. Maakonderwijs is veel meer dan spullen, het is bovenal een leerhouding. In deze blogpost vind je wat meer achtergrond over dit idee.

Making is a stance toward learning -Sylvia Libow Martinez

Wanneer je, zoals de meesten in het reguliere onderwijs, aan en curriculum gebonden bent kun je op verschillenden manieren aan maakonderwijs doen:

  • Recepten/handleidingen volgen
  • Binnen kaders in vrijheid werken
  • In vrijheid werken

In deze blogpost schreef ik daar al eerder over. Wanneer er nog helemaal geen ervaring is met praktisch werk is het wellicht verstandig om te beginnen met wat handleidingen te volgen. Dat geeft een goede basis. De echte magie gebeurt echter wanneer leerlingen vrijheid ervaren. “The best makerspace is in your head”. Die vrijheid is geweldig maar heeft ook zo z’n problemen. Vaak staat vrijheid op gespannen voet met een curriculum. Mogen leren tegenover moeten leren. Het is dus heel goed mogelijk dat wanneer je met maakonderwijs begint je ook begint met een cultuurverandering in je klas.

Een cultuurverandering

Dat klinkt behoorlijk pretentieus. Zo is het niet bedoeld. Door beginnen met maken te beschouwen als een cultuurverandering krijg je wat grip op het proces. Dat is waar deze blogpost over gaat. Volgens Scott Keller & Colin Price zijn er vier aspecten die, min of meer tegelijk, aandacht behoeven wanneer je een cultuurverandering teweeg wilt brengen:

  • Overtuiging
  • Systeem
  • Vaardigheden
  • Rolmodellen

Overtuiging
Jij en je leerlingen hebben samen een cultuur gemaakt. Wanneer je begint met maken moet het voor de leerlingen duidelijk zijn waarom je het anders gaat doen. Ze moeten op z’n minst het experiment met je willen aangaan. Wanneer jezelf enthousiast bent, zijn leerlingen vaak makkelijk te overtuigen. Met volwassenen, bijvoorbeeld de schoolleiding kan het wat langer duren. Vergeet niet hier energie in te steken.

Systeem
Probeer het zo te regelen dat er vaak en echt gemaakt kan worden. Vaste. liefst ruime tijden, een duidelijke plek binnen het curriculum, misschien een vast lokaal binnen school (makerspace) Daarnaast kost maken, zoals al eerder vermeld geld. Dat betekent dat je dus een budget moet hebben, liefst voor wat langere tijd.

Vaardigheden
Het is onze ervaring dat leerling veel verschillende vaardigheden ontwikkelen. Elkaar helpen, doorzettingsvermogen en concentratievermogen bijvoorbeeld. Het zijn een beetje de bijvangsten van waar het leerlingen om gaat. Ze willen een project maken. Een idee dat je ze hebben realiteit maken. Hier hebben ze maakvaardigheden voor nodig. Leren solderen, digitaal ontwerpen en programmeren bijvoorbeeld. Als docent zal je ook nieuwe vaardigheden moeten ontwikkelen om dit mogelijk te maken. Geld aanvragen bij het Leraren Ontwikkel Fonds bijvoorbeeld. (LET OP, maar 10% mag materiaal zijn.) Het opzetten van een lokaal netwerk van maakdocenten. Zelf hulp zoeken om eigen vaardigheden, bijvoorbeeld programmeren te ontwikkelen, door je hier aan te melden. Allemaal voorbeelden van vaardigheden die nodig kunnen zijn om een cultuurverandering voor elkaar te krijgen.

Rolmodellen
Makers zijn er in alle soorten en maten. Het is daarom niet moeilijk om rolmodellen te vinden. Mensen die een project hebben gedaan wat jij ook wilt gaan doen. Of andersom, je ziet een geweldig project en je wil dat ook gaan maken. Dat kan iets, een product, zijn maar ook een gave plek, een makerspace, zijn. Eén van de mooiste dingen van de Maker Movement is dat makers ook graag delen. Rolmodellen geven zo vaak ook inzicht in vaardigheden en in systemen. Als docent ben je nadrukkelijk ook betrokken in dit proces. Maakonderwijs is niet iets dat je geeft, dat beleef je ook zelf. Wanneer leerlingen vrijheid krijgen om dingen te maken gaan ze ook vragen stellen waar je geen antwoord op hebt. Dat is soms best lastig als docent, dingen niet weten. Een manier om hier mee om te gaan is om zelf een maker te worden. Ga op z’n minst eens een aantal keren door een maakproces heen. Zoek iets leuks uit op bijvoorbeeld Instructables.com en maak het na. Zo ben je je bewust van je eigen strategieën om problemen aan te pakken. Leerlingen zien die strategieën en kunnen daarvan leren.

Het zou een aparte blogpost waard zijn om dit verder uit te diepen (misschien doen we dat nog eens) maar heel kort komt het hierop neer. Je moet overtuigd zijn dat je dit wilt. Rolmodellen bieden inspiratie voor jou maar ook jouw leerlingen. (Een open deur om te zeggen dat jij een rolmodel voor de leerlingen bent.) Je zult vaardigheden moeten hebben of ontwikkelen om aan maakonderwijs te doen (ontwerpen, werken met gereedschap, enz.) en te organiseren. Alles moet netjes ingebouwd zitten in een systeem. Al deze aspecten zijn nodig om een nieuwe cultuur te maken. In de MAKER PROGRAM STARTER KIT zeggen het ze niet expliciet maar in deze vier voorwaarden zitten alle vier de aspecten:

  1. Experience and interest in working with youth.
  2. Love for learning new skills and an understanding that failure is part of the learning process.
  3. Organizational and problem solving skills necessary to run a classroom or extracurricular program.
  4. Willingness to embrace the maker culture.

Wanneer je de kennis en/of vaardigheden mist, kun je de site HumbleBundle in de gaten houden. Hier kan je vaak een hele berg boeken (digitaal) kopen met het betaal-wat-je-wil-principe die over maken en maakonderwijs gaan. Voor €15 krijg je vaak extra toegang tot allerlei populaire boeken over maken. Dit is de eerste €15 die we uitgeven. We kopen een maakboekenbibliotheek (vaardigheden, systeem en rolmodellen).

Je kunt ook het thuisfront inschakelen om samen aan een cultuurverandering te werken. Samen makers maken! Stuur de ouders een mail met de downloadlink van deze poster van de Stichting Samen Klooien. Zo werk je niet alleen aan de vaardigheden en snappen ouders ook waar je bezig mee bent (systeem, overtuiging een vaardigheden). Voor €4,30 krijg je de mooie poster opgestuurd.

 

Benodigdheden

Ok, verder met geld uitgeven! Er is nog €185 van het budget over. Waar geven we het aan uit? Je kunt je geld aan een aantal zaken besteden: materiaal, gereedschap apparatuur en software. Het budget is beperkt, apparatuur aanschaffen zit er met dit budget niet in. Dat komt in een volgende blogpost aan de orde. We richten ons vooral op materiaal en gereedschap.

Materiaal

Wanneer je met een klas aan de slag gaat is het logisch om de materiaalkosten laag te houden. Met een factor 30, of 15 wanneer je in groepjes werkt, kan het snel uit de hand lopen. Omdat we met zo’n klein budget werken en omdat wanneer het geld op is het maken door kan gaan, kiezen we ervoor om zoveel mogelijk ‘kosteloos’ materiaal te gebruiken. Hier volgen een aantal voorbeelden:

Karton
Nog diverser dan LEGO®, met karton kan je alles maken! Kijk maar eens bij The Cardboard Institute of Technology (CIT). Als het goed is komt er een gestage stroom karton jouw school binnen. Het is zaak deze te vangen. Maakdocent Robbie Torney heeft het opgelost door een vaste plek in school te maken (systeem) waar iedereen het karton verzameld om te gebruiken in maakprojecten (overtuiging).

Meetlinten
Bij bouwmarkten en IKEA zijn vaak papieren meetlinten te vinden. Deze zijn heel erg makkelijk in gebruik. Wanneer je het netjes vraagt is het meestal geen probleem om er een aantal mee te nemen.

Verfstaaltjes
Kleur toevoegen is één van de bekendste manieren om je project persoonlijk te maken. Verf is heel duur maar verfstaaltjes kun je vaak gratis meenemen bij bouwmarkten. Wel weer even vragen.

Filmbusjes
Met filmbusjes kun je hele leuke dingen doen. Veel fotozaken verzamelen ze om geven ze met veel plezier vaak weg aan het onderwijs. Misschien kan je wel een vaste afspraak maken met de fotozaak om de hoek (systeem)?

Oude spullen uit elkaar halen
Oude spullen kunnen een bron van onderdelen zijn. Van scharnieren van oude keukenkastjes tot elektronica onderdelen uit oude elektrische apparaten. Het uit elkaar halen kan op zichzelf al een les zijn (wel weer gereedschap nodig). Via een HumbleBundle is dit naslagwerk te krijgen. Zo kun je achterhalen welke onderdelen er in jouw apparaat zitten (ook hier te koop).

Folders/tijdschriften
Het afdrukken van plaatjes en teksten van internet is vaak een dure aangelegenheid. Door het verzamelen van folders en tijdschriften heb je gratis verzameling foto’s en fonts. Natuurlijk is dit zeer beperkt maar dat kan juist op de kracht zijn. Dat is goed te zien in dit opdracht waar leerlingen gedichten maken uit dit soort materiaal.

Materialen recyclen
Dit zijn zomaar wat voorbeelden van ‘kosteloos’ materiaal. Er is natuurlijk nog veel meer te bedenken. Melkpakken, Monatoetjes, fietsbanden, Wc-rollen…ga zo maar door. Bedenk wel dat je dit allemaal moet opslaan en dat het voor leerlingen beschikbaar is (systeem).

Gereedschap

Met karton kan je alles maken en het is redelijk makkelijk kosteloos te krijgen. Het de ruggengraat van menig makerspace. We kiezen ervoor om ons budget op te maken aan gereedschap waarmee je goed karton kunt verwerken.

Messen: 15 stuks a €5 = €75
Koop goede (Stanley) messen met een stevig handvat en het liefst een intrekbaar mes. Deze kun je voor zo’n €5 per stuk vinden. Vaak zitten er een aantal reservemessen bij (haal die eruit).

Snijmat A4 15 stuks a €4 = €60
Snijden doe je met een snijmat eronder. Op snijmatten lopen vaak lijnen zodat ze ook als hulpmiddel dienen op rechte stukken te maken. Koop je messen dan zijn snijmatten een must.

Lijmpistool 10 stuks a €5 = €50
Met een lijmpistool kun je snel alles aan elkaar lijmen. Stukken karton zitten zo aan elkaar. Er zijn hele leuke opties op de markt om karton aan elkaar te bevestigen maar deze zijn vaak duur. Lijmpistolen zijn divers en goedkoop in gebruik en aanschaf.

Software

Digitale fabricage is één van de pilaren van de maker movement. Hierdoor is realiseren van je idee bereikbaar geworden voor veel meer mensen, niet alleen voor vakmensen. Daarnaast vindt het fabricageproces plaats in het klaslokaal en vaak ook nog binnen een les. Ons budget laat het niet toe om echte digitale fabricage apparatuur aan te schaffen. Een vinylsnijder begint zo rond de €350 en een lasercutter rond de €3500. Toch kun je al beginnen met de vaardigheid van het digitale ontwerpen. Zeker wanneer je het idee hebt om in de toekomst je makerspace uit te breiden. Met een kleine truc is er toch een beetje aan digitale fabricage te doen. Je moet hiervoor digitaal ontwerpen, dit kan in zowel in 2D als in 3D.

2D
Er zijn talloze manieren om digitaal iets te ontwerpen. Het kan heel simpel al met je tekstverwerker. Apparaten zoals de vinylsnijder een de lasercutter werken met vectoren. Daar is speciale software voor nodig. Ons budget is op. Gelukkig zijn er gratis opties zoals het online vector.com en Inkscape. Beide zijn platform onafhankelijk. Vooral voor Inkscape zijn behoorlijk wat handleidingen te vinden. Hoe kan je dit zonder vinylsnijder/lasercutter toch gebruiken? Laat leerlingen hun ontwerp tekenen in Inkscape, print het ontwerp uit op papier. Gebruik het papier om je ontwerp over te zetten naar karton. Het uitmeten op karton (wat ook een goede vaardigheid is!) is zo niet meer nodig.

3D
Om 3D te ontwerpen heb je ook speciale software nodig. Er is heel veel te vinden. Genoeg voor weer een eigen blogpost. Het online TinkerCAD is een laagdrempelige instap in de wereld van 3D. Ook hiervan zijn veel handleidingen te vinden. Met dezelfde truc als hierboven beschreven kan je ook binnen de €200 makerspace aan 3D-ontwerpen doen. Ontwerp iets in tinkerCAD, importeer het in het eveneens gratis programma 123D MAKE. Kies voor stacked slices waar je voor de hoogte van het materiaal de dikte van je karton neemt. Print uit met een gewone printer.

Dit kost veel tijd een niet alle ontwerpen zullen even goed werken. Basisvormen zoals een bol zijn heel geschikt.

(Tijdens het schrijven maakte Autodesk bekend dat ze stoppen met de 123D apps. Nu is het nog te downloaden en te gebruiken maar begin 2017 stopt het. De functionaliteit van de apps zullen hoogst waarschijnlijk worden ingebouwd in de voor het onderswijs eveneens gratis programma’s van Autodesk.) 

Tijd

Het laatste ingrediënt is tijd. Maken kost tijd. Plan ruim de tijd voor je maakproject, het liefst met aangesloten stukken in plaats van af en toe een uurtje.

Het programmeren sla ik in deze post over al kan dat prima ook gratis met bijvoorbeeld het geweldige Scratch. Programmeren wordt leuker wanneer er ook een fysieke component bij komt. Er gebeurt iets tussen de echte wereld en de fysieke wereld. In de volgende blogpost, een makerspace van €204,30-€2004,30 komen we daar uitgebreid op terug.

En nu?

Er is maar één antwoord! Beginnen! Volg op twitter de hashtags #fablearn en #makered voor een dagelijkse portie inspiratie. Bezoek de website van grote broer, makered.org eens. In de “getting started” afdeling is heel veel te vinden. Nog wat meer inlezen? Download gratis “Meaningful Making: Projects and Inspirations for FabLabs and Makerspaces”. Hierin staan de ervaringen verzamelend van ervaren maakdocenten die allerlei aspecten van het maakonderwijs belichten.

Wanneer je begint, vergeet dan niet te delen. Je bent niet alleen maar onderdeel van een grote internationale gemeenschap!

Raspberry Pi vs Arduino

Bij de meeste Arduino workshops die ik geef, wordt gevraagd wat nu precies het verschil is tussen een Arduino en een Raspberry Pi (RPi). Het gegeven antwoord: “De RPi is veel meer een computer dan de Arduino en kan dus ook andere dingen dan alleen in en output pinnen aansturen”. Maar veel verder kwam ik niet met mijn uitleg. Anders dan voor het opzetten van een eigen mediacenter (die echt super is en ik elke dag gebruik), had ik de RPi niet gebruikt. In Nederland zijn er nog geen echte workshops RPi. Toen de mogelijkheid zich voor deed om een tweedaagse cursus te volgen in Engeland (picademy, gesponsord door Google), heb ik die dan ook maar met beide handen aangegrepen. De doelen voor mij voor deze cursus:

1 ervaring opdoen met de RPi,

2 de RPi vergelijken met de Arduino,

3 de didactische meerwaarde van de RPi voor het Nederlands onderwijs te onderzoeken,

4 de mogelijkheden voor een workshop RPi in Nederland te onderzoeken,

5 uitkomsten te rapporten aan de makers in Nederland zodat ook jullie een keuze kunnen uit de verschillende platforms.

cybnkezweaaulsg-jpg-largeBeginnend met punt vijf, werk ik elk doel hieronder uit.

1) Van te voren had ik mij aardig ingelezen over de diverse mogelijkheden van de RPi. Onder een van de geraadpleegde bronnen zat ook de gratis Magpi education. Een aantal van de programma’s die naar voren kwamen in het blad, had ik al verder uitgewerkt voor een eigen project.

Op dag 1 van de cursus werd er voornamelijk gewerkt met de tutorials die in de Magpi beschreven staan. Zo werkten we met SonicPi, Python in combinatie met GPIO (ledjes aansturen en bedienen van een camera) en Python in combinatie met Minecraft. Voor mij was het jammer dat het programmeren niet zo ver ging en dat mijn voorbereiding eigenlijk te goed was.

Op dag 2 moesten we aan een eigen bedacht project werken. Dit gaf de mogelijkheid om de diverse mogelijkheden verder te verkennen. Zo was er een informatica docent die minesweeper maakte in Minecraft. Als project probeerde ik de Arduino te laten communiceren met de RPi. Dit werd helaas vaak verhinderd door een power shortage waardoor de RPi herstartte.

Al met al heb ik wel ervaring opgedaan en gezien wat je met een RPi kunt, maar naar mijn idee had dit ook in de helft van de tijd gekund.

2) Zowel de RPi als de Arduino hebben voor- en nadelen. De Arduino is uitstekend geschikt om te leren hoe physical computing werkt vanuit de basis: het direct uitlezen van elektronica. Het verwerken van data in grafieken etc. vereist dan wel altijd weer een computer. De RPi is goed geschikt als computer. Je kunt er diverse programma’s op installeren en gebruiken. Maar voor het uitlezen van elektronica is de RPi naar mijn idee minder geschikt. Door het ontbreken van een analoge pin (wel mogelijk met een explorerhat, een uitbreiding voor ongeveer €15,-) moet je elektronica op een andere manier uitlezen. Daarnaast maak je bij het programmeren in Python veelal gebruik van voorgeschreven code. Naar mijn idee zie je dan nog steeds niet goed wat er in de microcontroller gebeurt en hoe de pinnen aangestuurd worden. Vergelijk de twee onderstaande code maar eens met elkaar: if(digitalRead(button)==HIGH){} (arduino) button.wait_for_press(): (RPi)

Ik houd het dus maar bij de Arduino in mijn lessen natuurkunde, maar voor leren programmeren wil ik best een keer wisselen naar RPi.

3) De meerwaarde van de RPi ligt vooral bij het leren programmeren. Als docent kun je zelf de goedkope computer (€35,-) beheren, programma’s installeren, en een nieuwe Operating System opzetten als er iets fout gaat. Ook kunnen diverse programma’s gecombineerd worden. Een combinatie van sonicpi, python en minecraft geven samen een meer gamegevoel aan minecraft doordat het interactiever wordt. Zo kun je met sonicpi achtergrond muziek afspelen en een geluidje afspelen als je karakter springt. Ook kun je games ontwikkelen in minecraft met behulp van python.

Voor natuurkunde zie ik wel de mogelijkheden om data eenvoudig te verkrijgen, te verwerken en door te sturen. Maar met behulp van een photon, zusje van Arduino, kan dit ook eenvoudig verwezenlijkt worden en heb je de voordelen van een grote en krachtigere computer weer tot je beschikking. Overigens zijn de genoemde programma’s niet alleen voorhanden op de RPi maar kun je daar ook een gewone computer voor gebruiken.

4) Door de vele programma’s die al op de RPi staan, is het lastig om focus aan te brengen in een workshop. Als workshopleider kun je nooit alle vragen aan, omdat die alle kanten op kunnen gaan. Ook mijn vragen tijdens de cursus konden alleen door de aanwezige programmeurs (en ook niet allemaal) beantwoord worden. Dit maakt het organiseren van een workshop waarin iedereen geholpen wordt met zijn/haar hulpvragen lastig. Wel zou een algemene indruk gegeven kunnen worden wat je met de RPi kunt doen. Als deelnemer kun je dan thuis verder met het ontwikkelen van expertise. Als je zoiets ziet zitten, laat het maar weten en kan ik kijken wat er gedaan kan worden. Ik heb overlegd met picademy, maar zij zullen niet naar Nederland komen.

Al met al was het een aardige nascholing die wat mij betreft zeker in de helft van de tijd kon. De raspberry pi is een aardig computertje waarmee je prima leerlingen kunt laten klooien. Maar voor de natuurkunde les zie ik op dit moment weinig meerwaarde t.o.v. de goedkopere Arduino.

Wat leren ze dan?

Op de conferentie #fablearn werd vastgesteld dat het maakonderwijs toe is aan een volgende fase. Na veel proberen, vrijheid en plezier moeten we ook moeilijke vragen onder ogen zien. Hoe verhoudt maakonderwijs zich met een curriculum bijvoorbeeld. Wanneer je er Papert op naslaat, of wanneer je het aan Gary Stager vraagt, is het antwoord duidelijk. Het is eerste wat je zou moeten doen wanneer je leerlingen echt wil laten leren, is het curriculum uit het raam gooien. Een interessant idee. Maar niet mijn werkelijkheid. Ik voel die aantrekkingskracht van revolutie best wel eens! Toch kies ik voor evolutie. Gewoon omdat er teveel niet duidelijk is en de inzet, de ontwikkeling van leerlingen, te groot is. Ik ben ook gewoon gek op het systeem. Voor mij is maken een manier voor mijn leerlingen om zich te uiten. Om hun ideeën naar buiten te brengen.

Do away with curriculum. Do away with segregation by age. And do away with the idea that there should be uniformity of all schools and of what people learn. – Seymour Papert

In deze blogpost beschrijf ik een aantal manieren waarop maakonderwijs ingezet kan worden. Het prachtige van onderwijs is dat het een oneindige hoeveelheid tinten grijs heeft. Bij het maakonderwijs is dat niet anders. Misschien is het wel sterker, we vieren de diversiteit heel graag. Voor dit soort blogposts is het wel een probleem. De indeling die ik hier kies is niet precies en dient alleen maar als aanknopingspunt om te kunnen beginnen of om er discussie over te kunnen voeren. Wanneer ik kijk naar de vele verschillende projecten, die ik heb langs zien komen, die op mijn school draaien, kun je grofweg drie categorieën onderscheiden. Opdrachten waar leerlingen vrij worden gelaten, opdrachten met een helder kader waarbinnen vrijheid is en het volgen van recepten en/of handleidingen. Hier is de vrijheid van de leerling laag. Je zou maakopdrachten langs deze as van oplopende vrijheid kunnen indelen. De grenzen zijn natuurlijk vloeibaar maar ik sta stil bij deze drie: vrijheid, kaders en recept. Je zou het het ‘hoe’ van het leren kunnen noemen. Omdat curriculum gaat over wat (“Wat leren ze dan?”) neem ik dat ook mee.

Bij elke categorie sta ik stil bij het hoe en bij het wat, geef ik voorbeelden van projecten en geef een aanzet voor een beoordeling.

Vrijheid

De opdrachten waar de vrijheid het grootst is zijn opdrachten waarin leerlingen maken wat ze willen. Het maakt niet uit wat het is, je maakt wat je zelf wil. We hebben vaak maar één restrictie: het moet een werkend product opleveren. Je zou kunnen zeggen dat je bij dit type opdracht niet weet hoe er geleerd wordt, maar je weet ook niet wat er geleerd wordt. Dat er geleerd wordt is vaak wel helder. Bekijk het onderstaande filmpje van The Children’s Museum in Pittsburg maar eens.

Curriculum

Dit staat natuurlijk haaks op een curriculum. Ik vermoed dan ook dat Papert een Stager met dit idee over onderwijs praten. Toch heeft het ook z’n waarde voor een onderwijsprogramma met een curriculum. Het leren vindt op allerlei niveaus plaats: kennis, vaardigheden en metavaardigheden. Overigens hebben de leerlingen wel vaardigheden en kennis nodig om te kunnen starten. Het probleem is dat je wanneer je leerlingen de vrijheid geeft je van te voren niet weet waar het leren plaats vindt en wat er precies geleerd wordt. Een ander probleem is de factor tijd. Omdat er veel verschillenden projecten zijn is het slecht in de hand te houden qua tijd. Deze manier van leren leent zich misschien wel het slechtst om pure kennis over te dragen. De kwaliteit van leren is daarentegen vaak wel hoog. Ze leren echt heel goed van dit soort projecten. Het zou een onderzoek waard zijn maar ik denk dat het langetermijngeheugen vaker wordt aangesproken.

Gezien de tijd en de onzekere opbrengst is het ook zoeken naar plekken binnen het curriculum. Wij gebruiken dit soort opdrachten aan het eind van een traject. Zoals de laatste module bij NLT: de meesterproef (2015 en 2016). Door handig de modules te kiezen (exameneisen afgedekt) hebben we aan het eind zo’n tien weken ‘over’ om ons eigen programma te volgen. Leerlingen maken iets wat ze willen en waar een uitdaging inzit. Zo kunnen laten zien wat ze hebben geleerd.

Het mooiste van dit soort opdrachten is de motivatie. Die is vaak extreem hoog. De efficiënte puber hebben we vaak zien veranderen in een hardwerkende kluizenaar zonder horloge. Het is misschien wel hét smeermiddel om tot leren te komen. De heilige graal van het onderwijs, motivatie.

Het is overigens wel een kunst om leerlingen tot een goed een haalbaar project te brengen. Vooral leerlingen die baat hebben of gewend zijn aan een duidelijke structuur hebben problemen met dit soort opdrachten. Het is een kwestie van zelf veel doen. Hierdoor zijn dit soort projecten vaak slecht overdraagbaar. Door ervaring hebben we een richtlijn. We zorgen dat het idee van een leerling haalbaar is en daarna schaalbaar (groter, gekker, beter, mooier…). Docenten kunst hebben vaak een schat van ervaring met dit soort processen en zijn dan ook een rijke bron om raad te plegen.

You don’t teach the maker mindset. The practice creates the mindset. – Dale Dougherty

Met dit soort opdrachten werk je vaak ook aan een cultuur binnen school. Omdat je als docent ook niet alles weet deel je je leerstrategien met je leerlingen, gebruik je andermans expertise (collega, extern, leerlingen) en staat het leren echt centraal. Het is prachtig om te zien dat leerlingen zelf om feedback vragen, elkaar helpen en vooral volhouden om iets voor elkaar te krijgen. Er is focus.

Beoordelen

Het boordelen is vaak lastig. Hoe vang je een proces waar je van te voren niet weet hoe en wat? Voor de meesterproef gebruiken we een matrix.

[pdf-embedder url=”http://makered.nl/wp-content/uploads/2016/11/Eindbeoordeling-meesterproef.pdf” title=”eindbeoordeling-meesterproef”]

Hierbij stelt één as de uitdaging voor (de opdracht luidt: “maak iets waar een uitdaging in zit“), de andere as is het product zelf. Je zou kunnen zeggen dat de ene as het “hoe” en de andere het “wat” voorstelt zonder dat het verder goed is in te delen. Het zijn vaak beschrijvende termen die je gebruikt. We geven de beoordeling vooraf en het werkt eigenlijk heel goed. De leerlingen kunnen hun proces vaak goed duiden. Door een matrix te gebruiken kun je ook goed de leerlingen vergelijken door ze allemaal in dezelfde matrix uit te zetten. Kloppen de onderlinge verhoudingen? Het zijn vaak goede gesprekken.

Samenvattend:

  • motivatie is heel hoog.
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is lastig en kost tijd.
  • goede basis nodig: kennis, vaardigheden.
  • op gespannen voet moet het curriculum: tijd en beoordelen.
  • de opbrengsten zijn vooraf onduidelijk.
  • slecht overdraagbaar.

Kaders

Wedstrijdjes zijn vaak voorbeelden van maakopdrachten die wat meer ingekaderd zijn. Eén van de langstlopende opdrachten op de Populier, makered avant la lettre, is de muizenvalautorace. Al vijftien jaar maken de eindexamen leerlingen met natuurkunde in het pakket een auto die de energie van een veer uit een muizenval aangedreven wordt. De opdracht is weer simpel: maak een auto die het verst komt met de energie een muizenval. Anders dan opdrachten met totale vrijheid, is hier de opbrengst en eigenlijk ook de beoordeling (de uitslag van de wedstrijd) helder. Er is nog steeds heel veel vrijheid: je bepaalt zelf hoe je de auto maakt. De motivatie voor dit soort opdrachten is hoog. Met wedstrijden is het wel uitkijken, niet alle leerlingen zijn competitief ingesteld. Dit is makkelijk op te lossen door verschillende ‘prijzen’ te hebben. Beste ontwerp, mooiste product, al is dat weer lastig te beoordelen. Een mooi voorbeeld van een race waarbij veel meer leren heeft plaatsgevonden dan alleen het maken van het autootje, is de Nerdy Derby van Jaymes Dec. Kijk hier voor het prachtige project. (inclusief al het materiaal)

 

Curriculum

Het kan ook nog meer naar het curriculum toe. Je kunt het hoe of het wat vastleggen. Maak een product waarmee je de functies van de lever duidelijk maakt aan een klasgenoot. Dit is een voorbeeld van een maakopdracht waarbij het wat, vast ligt. De functies van de lever is gewoon kennis die je normaal ook zou behandelen bij biologie. Je kunt dit vervangend gebruiken.

Beoordelen

Het beoordelen kan weer met een matrix waarbij je nu een as veel beter kunt beoordelen. Zijn de functies (spreek er bijvoorbeeld 5 af) uitgelegd, dan verdien je een punt. Het product kan weer op de andere as. Hier zal het weer meer beschrijvend zijn, bijvoorbeeld slecht naar goed.

[pdf-embedder url=”http://makered.nl/wp-content/uploads/2016/11/Beoordeling-maak-een-animatie.pdf” title=”beoordeling-maak-een-animatie”]

Naast het wat kun je ook het hoe vastleggen. Maak een animatie met scratch waarmee je de signaaloverdracht in zenuwcellen duidelijk maakt. Naast het wat ligt nu ook het hoe vast. Je moet scratch gebruiken. Je zou met de klas vooraf kunnen vaststellen waarop je gaat letten. Als voorbeeld hier de matrix gebruikt bij een NLT module. De leerlingen hadden verschillenden niveaus van voorkennis (wel biologie/geen biologie) maar moesten allemaal weten hoe signaal overdracht werkt. Door deze opdracht waren alle leerlingen actief (motivatie), hebben ze allemaal wat geleerd en helpen de animaties mij als docent om inzicht te krijgen op welk niveau ze zitten. Doordat het hoe en wat vastligt is deze opdracht ook makkelijker te beoordelen en over te dragen.

Samenvattend:

  • motivatie is hoog
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is makkelijker.
  • past makkelijker in het curriculum maar tijd blijft een aandachtspunt.
  • goede basis minder een noodzaak, die bouw je op.
  • een deel van de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • goed overdraagbaar.

Recept

Bij recepten of handleidingen is het leren vaak lineair. Je weet wat ze leren, vaak in opeenvolgende stappen, en het hoe staat ook vast. Recepten is een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren. Omdat de opbrengst vaak zo uniform is wordt het ook vaak ingezet wanneer de veiligheid belangrijk is. Om te leren solderen bijvoorbeeld. Motivatie is vaak wel een probleem. je zal aan je leerlingen duidelijk moeten maken waarom ze dit moeten leren.

Curriculum

Omdat recepten zo duidelijk zijn in hoe en wat vind je ze veel terug in een regulier curriculum. Waneer je aan maakonderwijs wilt ga doen is makkelijk om nieuwe techniek en vaardigheden in het curriculum te plaatsen. Programmeren, solderen, digitaal ontwerpen, je kunt ze allemaal met handelingen bijbrengen en ergens onderbrengen. Het maakt dat het ook uitstekend overdraagbaar is. Het is niet voor niets dat je juist veel handleidingen voor vaardigheden op internet vindt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de classes van Instuctables.

 

 

Het is natuurlijk mooier wanneer leerlingen zelf de noodzaak voelen om te leren. Vaardigheden en recepten kunnen vaak makkelijk naar een opdracht met kaders worden gebracht.

Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee. – Antoine de Saint-Exupéry

Voor het programmeren in Scratch heb ik handleidingen klaarliggen voor leerlingen die vastlopen. Daarnaast zijn er leerlingen die zelf Scratch leren door te proberen, gebruiken ze elkaar of mensen buiten het lokaal via internet (fora, youtube). Omdat ik er niet op uit ben om leerlingen te leren programmeren; ik wil dat ze hun ideeën leren uitdrukken; is het niet zo erg dat ze zelf hun routes volgen. Wanneer je zeker wil weten dat ze allemaal een voorwaardelijke loop begrijpen, zal je wellicht een andere strategie moeten kiezen. Het plaatsen van vaardigheden in een groter project is een goede manier om het motivatieprobleem op te lossen. Bij een project LED-objecten is de opdracht het maken van een object dat licht geeft. De leerlingen krijgen eerst allerlei gave voorbeelden te zien en gaan daarna aan de slag met een standaardpracticum waarmee ze serie- en parallelschakelingen maken. Daarna mogen ze hun eigen idee najagen en de kennis toepassen.

Beoordelen

Het beoordelen is vaak goed te doen. Afvinken, rubrics, cijfers, het kan allemaal makkelijk wanneer het wat en hoe vastliggen. Doordat recepten vaak lineair zijn lenen ze zich ook goed als as in de matrix die we bij kaders een vrijheid gebruiken. Zo kun je bijvoorbeeld vaardigheden eerst los aanleren, daarna in een project laten terugkomen en vervolgens indirect een rol laten spelen wanneer leerlingen de vrijheid krijgen. Wanneer je goed kunt solderen ben je eerder geneigd die vaardigheid te gebruiken in een project. Wanneer je goed kunt solderen zal je product ook beter werken.

Samenvattend:

  • motivatie is laag
  • creëert een gemeenschappelijke basis.
  • begeleiden is makkelijk.
  • past goed in het curriculum.
  • goede basis geen noodzaak.
  • de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • uitstekend overdraagbaar.

Deze blogpost is hopelijk een aanzet tot delen van ervaringen en een discussie over lastige vragen rond maakonderwijs. We willen proberen de komende tijd een aantal posts te schrijven rond het beginnen met maakonderwijs. Dus, doe mee, denk mee en klim in de pen!

Per-Ivar Kloen

Maken met NASA

jplNASA Jet Propulsion Laboratory maakt de raketten voor al die coole missies die NASA uitvoert. Deze dames en heren doen heel moeilijke dingen. Niet voor niets luidt de uitdrukking voor iets dat niet heel ingewikkeld is:

It’s not Rocket Science!

Daarmee suggererend dat dat pas echt moeilijk is. En dat is ook zo.

De mensen die daar werken zijn in feite de ultieme makers. Dat wat zij maken moet echt werken, en soms hangen er zelfs levens vanaf. Dat is, kortom, aan de andere kant van het spectrum van de swagometer bijvoorbeeld.

Toch zijn deze makers ook vrolijke makers die maken niet alleen maar zien als werk maar bij wie dat meer is. Dat laten ze in onderstaande filmpjes heel goed zien. Voor de zesde keer, zo schijven ze, hielden de secties 352 en 355 hun jaarlijkse Pompoen-snij-wedstrijd. En dat pakken ze heel serieus en vrolijk aan!

rolf-hut-knotgekke-surpises-high-200x312Weer een mooi voorbeeld van een traditie, Halloween, waarbij Maken een belangrijke rol speelt. In Nederland breekt binnenkort weer de Sinterklaastijd aan en gaan we en masse (doen we dat nog) surprises maken. Lees het pleidooi van oud kamerlid Anne-Wil Lucas hiervoor nog eens. Vrolijke maakwedstrijdjes, evenementen. Daar zijn er echt veel te weinig van! Check ook het nieuwe boek Knotsgekke Surprises van Rolf Hut met illustraties van Marten Hazelaar.

Makers van alle soorten en maten, leeftijden, kennis, kunde en vaardigheden hebben vaak één ding gemeen: het plezier dat ze hebben in het maken en daarna tonen van hun product!

 









Kritiek op Maker Education

We zeggen het vaak tegen onze leerlingen: door kritiek word je sterker, beter. En dus verwelkomen we een kritisch stuk. In onze schoot geworpen door Jelmer Evers:

Nancy Bailey is, zo lees ik op haar site,  een schrijver die zich sterk maakt voor Public Schools (de alleen maar door de overheid gefinancierde schoolsoort, tegenhanger van de Charter Schools, die ook privaat worden gefinancierd) en Speciaal Onderwijs. Ze is docent geweest en hoofd van een school en is gepromoveerd op het gebied van Educatief leiderschap.

Het is een zeer kritisch stuk. Ze stelt als eerste vast dat Maken een grote vlucht aan het nemen is in de Verenigde Staten: 1400 scholen in 50 staten bij elkaar een miljoen leerlingen (van de vijftig miljoen). Als ik het goed lees heeft ze vier belangrijke kritiekpunten:

1 We weten niet goed of het werkt, Leren door maken en leertijd is schaars. Maken kan nooit het formele leren vervangen.

But if schools incorporate just making projects, when will students formally study biology, chemistry, physics and other sciences and subjects? What about social studies, civics and P.E?

Ik ken de situatie in de VS natuurlijk niet precies maar dit lijkt me wat overdreven. De Maker Educators uit de VS die ik ken, zullen helemaal niet alles willen vervangen door Maker Education. En wij hier in Nederland al helemaal niet. Zoals ik vaak zeg een schrijf, zoeken we naar de goede plaatsen om Maken een plek gegeven. Formeel leren blijft belangrijk.

2 Iedereen kan Maker Educator worden en dat is niet goed voor de beroepsgroep.

With the Maker Movement, anyone with a craft or skill can be considered a teacher. The Internet is rampant with people excited to share their novel Maker Movement ideas. Credentialing falls by the wayside. Even students can teach other students.

Het is belangrijk, vind ook ik, dat de beroepsgroep beschermd wordt. Niet iedereen is een leraar. Dus dat is een goed punt. Ik zie alleen nog helemaal niet dat dit aan het gebeuren is. Bijna alle Maker Educators die ik ken, hebben een formele Lerarenopleiding gehad in een of ander vak. ook de Amerikaanse. Lijkt me in ieder geval dus nóg niet een probleem. De angst voor een leraar voor een miljoen leerlingen is voor wat betreft Maker Education niet waar, integendeel. Zoals ik ook al zei in de Podcast, kost Maker Education juist heel veel man- en vrouwkracht! Dit lijkt me gezocht.

3 Er is een te grote invloed van marktpartijen op Maker Education

The Maker Movement relies on outside partnerships. This is privatization in action.

De eerste groep die ze noemt, lijkt me ongevaarlijk: de musea. Ik denk dat bijvoorbeeld het Exploratorium in San Francisco en NEMO hier in Nederland ongevaarlijk zijn en zelfs heel goed kunnen ondersteunen. Verder weet ik dat bedrijven inderdaad nare dingen kunnen doen. Dus wellicht is dit in de Verenigde Staten een probleem dat goed in de gaten gehouden moet worden. Het enige voorbeeld van een bedrijf dat met de Maker Movement meegroeit, is Autodesk en die doen echt goede dingen zoals Instructables.com in de lucht houden en software gratis beschikbaar stellen voor leerlingen en fablabs.

4 Er gaat geld van Public Schools naar technologie en Maker Movement producten.

The Maker-Movement has one thing in common—money-making devices and software to fill “Maker Spaces.”

Ik kan niet inschatten of dit echt gebeurt. En op welke schaal en hoe erg dit is. Het is een gerechtvaardigde zorg dat dit niet de eerste prioriteit moet hebben, lijkt me. Maar scholen maken keuzes.

In de samenvatting noemt ze bovenstaande argumenten nog eens. Het lijkt me wat voorbarig om dit zo hard te roepen. Haar laatste zin begint goed maar ontspoort volgens mij volledig, ook in de Amerikaanse context:

Students will never get back the time they had to learn, and their futures and ours could be in jeopardy.

In gevaar? Lijkt me overdreven

Arjan van der Meij

Presentatie Professor Iversen

 

schermafbeelding-2016-10-25-om-21-57-41Ole Sejer iversen is hoogleraar aan de Universiteit van Aarhus In Denemarken en momenteel voor een paar maanden met zijn gezin in Stanford CA USA. We (Per-Ivar en ik) hebben Ole al een aantal keer ontmoet. In Delft bij de promotie van Fenne van Doorn op 30 maart 2016, in begin mei bij de FablabatschoolDK conferentie in Silkeborg en Per ontmoette Ole vorige week nog op Stanford bij de Fablearn Conference. Via Facebook kwam ik zijn presentatie tegen die hij nog gaat uitspreken. In Denemarken doen ze heel serieus onderzoek aan Maken en Leren. Best een beetje jaloersmakend.[pdf-embedder url=”http://makered.nl/wp-content/uploads/2016/10/TLTL.pdf” title=”tltl”]

Klik hier voor de oorspronkelijke plek van het bericht.

De cijfers alleen al zijn indrukwekkend:

  • 6 wetenschappers
  • 4 gemeentes
  • 30 scholen
  • 670 docenten
  • 5000 studenten
  • 60 opgeleide docenten

Het is dan ook niet gek dat er goed onderzoek uitkomt. Maar naast het onderzoek doen ze daar ook aan het uitbouwen van het gedachtegoed o.a. door middel van het mede bouwen van FABlabs op scholen en doen ze ook veel aan trainen van docenten. Al met al een zeer ideale situatie. Het onderzoek laat zien dat leerlingen Digitale fabricage best moeilijk vinden. Daar is nog veel werk aan de winkel dus. Ook (misschien is dat wel de oorzaak) missen docenten ook nog de juiste vaardigheden, technisch en didactisch, om maakonderwijs op de juiste wijze te geven. Het kader van de Design Circle kan houvast bieden.

Arjan van der Meij

President Obama: Ik ben een nerd!

Ik geef het toe: ik ben idolaat van deze man. Al zo vaak heeft hij dingen gezegd die zo raak zijn. En niet alleen over wetenschap. Maar daar weet hij ook zo precies te zeggen hoe het zit. Op 13 oktober 2016 hield de president een toespraak op Carnegie Mellon Universiteit in Pittsburgh. Het onderwerp: de toekomst van innovatie. Een prachtige toespraak die het waard is om helemaal te zien. Maar halverwege zegt hi iets moois:

Transcript:

I’m a science geek, i’m a nerd and I don’t make any apologies for it, I don’t make any apologies for it. It’s cool stuff and it is that thing that sets us apart, that ability to imagine and hypothesise and then test and figure stuff out and tinker , make things and make them better. And then break them down and rework them.

Tsja, wat moet je daar nu aan toevoegen. Hoewel. Dit is ook mooi. Obama heeft een aantal kinderen benoemd tot Kid Science Advisors. Lees hier het verslag van één van hen.

Arjan van der Meij

Podcast over Maakonderwijs

aoo_banner_v1Als eerste de Podcast van Don Zuiderman en Karen Jong, Anonieme Orang-Oetan genaamd. Don en Karen zijn een nieuwe serie begonnen. Dit was de tweede in de serie. De vorige ging over onderwijsmythes (zeer het beluisteren waard), de volgende zal gaan over Professionalisering (met o.a. René Kneyber, Jelmer Evers Frans Droog en Jaap Versfelt). En deze ging dus over Maakonderwijs.

Per-Ivar en ik togen naar Utrecht waar we in een nondescript kamertje en heel leuk en lang gesprek hadden met Don en Karen. De vragen ware scherp en kritisch en Per en ik hebben hopelijk het verhaal genuanceerd vertelt. Verder hoor je aan het begin Astrid Poot die, zoals we altijd weer merken, heel goed kan vertellen waarom maken zo goed is voor iedereen. Ook een prachtig en overtuigend pleidooi voor haar Klooikoffers. Verderop horen we Gerald van Dijk die een aantal terechte kritiekpunten naar voren brengt over met name de didactiek. Hij eindigt, als een echte gentleman met een mooi compliment over onze “cowboymentaliteit”. Rolf Hut doet (zoals vaker) het onmogelijke: drie knutselprojecten uitleggen op de radio! Verder nog een impressie van de Makersbuzz van Cubis met Lonneke Jans. Ook Juf Maike reageert vanuit het perspectief van de basisschool. De column van Don maakt het helemaal af “Meer buurmannen in het onderwijs!“.

Luister hier: 

Of beluister het via iTunes.

Arjan van der Meij

 

 

Nederlands (dag 6)

De nachten zijn weer helder en dat is goed te merken. Het is koud als ik wakker word. Mijn lichaam blijft zich verzetten tegen het andere ritme en om 04.30 uur ben ik al weer klaar wakker. Vandaag is de Nederlandse dag. Op het programma vandaag een bezoek aan Anouk Wipprecht bij Pier 9 en Corine Brouwer. Anouk behoeft geen introductie denk ik. Als dat toch zo is dan is dat een schande, klik hier om het te herstellen. Corine is een lerares scheikunde, ze woont nu een jaar met haar gezin in Californië.

Om 12.00 uur word ik bij Pier 9, de coolste makerspace ter wereld, verwacht. Nog genoeg tijd om eerst mijn koffer in te pakken en nog een broodje te halen bij, jullie raden het al, mijn vrienden van de Driftwood Deli. Terwijl ik in het zonnetje mijn broodje zit te eten, zie ik mailtjes van de andere fellows voorbij komen. We zijn allemaal trots om deel te mogen zijn van deze gemeenschap. Dat je Fablearn Fellow bent geworden is geen prijs of oorkonde. Het is een uitnodiging om samen te werken om het maakonderwijs verder te brengen. Dat is natuurlijk niet voorbehouden aan alleen fellows (hier later meer over). Om die trots te laten zien besluit ik nog een trui te kopen. Ik heb net genoeg tijd om nog even langs Stanford te gaan. Er zijn 10 verschillenden parkeervakken met allemaal eigen bordjes erboven. Ze houden hier van regeltjes. Ik parkeer mijn auto, heel illegaal, op een laden en lossen plek. Zo’n doen Europeanen dat, haha. Licht gehaast door mijn burgerlijke ongehoorzaamheid scoor ik nog een trui. Bij de kassa krijg ik uitgebreid complimenten voor mijn keuze. Ik heb weer de best mogelijke keuze gemaakt, topkwaliteit! Right.

Deze diashow vereist JavaScript.

Terug naar de auto. Ik stel de TomTom in naar Pier 9. De route voert deze keer over de 280 i.p.v. de 101. Wat een verschil! Veel minder exits, veel rustiger en het belangrijkst, veel mooier! Het is genieten, wat een geweldig landschap waar ik door heen zoef. Met de Perfect Chart van St. Paul op Spotify aan is het gewoon een feestje. Ook het laatste stukje over Front Street, waar alle pieren aan liggen, is erg mooi.

Pier 9, ik ben er. Lekker parkeren voor de deur (rib -1). Ik ben precies op tijd. Je hebt een afspraak met een Nederlandse of niet. Voor het inchecken vul je zelf je gegevens in op een touchscreen. Slim! Of de baliemedewerkster is gewoon lui. Dat kan ook. Verveeld is ze volgens mij wel. Met mij Exploratorium t-shirt aan zie ik er zeker niet genoeg start-up uit, ze kijkt me nauwelijks aan en ik krijg met een routineus handgebaar mijn sticker. Gelukkig duurt het niet lang of Anouk komt naar beneden lopen. Meteen begint ze te kletsen en vraagt ze naar mijn t-shirt. Ik hang de toerist uit, vertel ik haar. Beter de dingen goed dan half doen. Ze waardeert de grap denk ik en giechelt een beetje. We gaan in een behoorlijk tempo door Pier 9. Anouk vertelt me dat ze hier zo’n beetje dag en nacht is. Er is geen betere plek toch? Om de machines te mogen bedienen volg je classes. Wanneer je dat afrondt mag je de machine bedienen maar nooit alleen. Na kantooruren moet er een …, ik vergeet het woord. Het was een heel goed woord, laten we het op buddy houden (shoparone, thanks Anouk). Je moet dus met iemand zijn wanneer je de machines bedient. Of dat alleen voor de grote apparaten, zoals de waterjet, en mega CNC-frezen, ben ik vergeten te vragen. Maar het zit allemaal slim en logisch in elkaar. Zoals bijvoorbeeld ook de keuken. Op elk kastje staat wat je er kan vinden. Handig met zoveel bezoekers.

We lopen door en komen na wat andere ruimtes (hout- en metaalwerkplaats) aan bij de 3D-printers. Hier werkt Anouk veel mee. Haar favoriete apparaat rukt ze open om de ingewanden te laten zien. Twee koppen om mee te printen. Flexibel met hard materiaal, of verschillende kleuren, wateroplossend supportmateriaal met iets anders. Het is allemaal mogelijk op deze printer. De kwaliteit is fantastisch! Dit is 3D-printen! We hebben het even over onze moeite iets goeds te doen met de 3D-printers. Dat zijn geen 3D-printers, je kunt er niet zoveel mee, vind ze. De laatste Ultimaker is ze wel iets enthousiaster over. Maar toch, pas op de machines zoals ze bij Autodesk staan wordt het goed en bruikbaar. Als je kinderen een eerste ervaring geeft, dan moet die heel goed zijn! Een goede raad, lijkt me. Er worden veel nieuwe filamenten getest. Eén van de redenen waarom er ‘artist in resendence’ zijn bij Autodesk.

Het is weer een slim concept, mensen die de grenzen van de mogelijkheden opzoeken, met de producten aan de haal te laten gaan. We lopen verder het hart van instuctables op. De meeste bureaus zijn leeg. Ze zijn op lunchbreak. Jammer wel, graag had ik even gevraagd of ze de instuctable van Jort en Seef kennen. Die is behoorlijk populair. We stoppen bij het bureau van Shalom. Er wordt een prototype in m’n handen geduwd van een elektronica platform van Autodesk, samen met een 3D-print van de Ember. Dit is de vloeistof 3D-printer van Autodesk zelf. Indrukwekkend! We steken over en komen bij een bureau met schoenen aan. Het materiaal waar de schoenen van gemaakt zijn komt uit de 3D-printer. Twee ‘artists in resendence’ zijn met elkaar gaan samenwerken. De ene was met structuren bezig, de andere met schoenen. Zo werkt dat dus hier. De som is groter dan de delen. Het allerlaatste kamertje is van Anouk. Daar liggen allerlei spullen voor haar nieuwste jurk. Ik mag er niet teveel over zeggen (klinkt stoer toch?) maar het wordt geweldig!

Ze vertelt over haar werkwijze. Ze heeft spijt dat ze niet een grotere achtergrond in programmeren heeft. Fijn dat een formele opleiding gewaardeerd wordt op zo’n ultra hippe plek. Toch lukt het haar. Het is mooi om te kijken hoe ze zich beweegt tussen de spullen. Je ziet het, dit is haar plek. Veel van de dingen die de gebruik worden hebben we op school ook! Goed om te zien. Wat een geweldig canvas is een Arduino met wat elektronica toch! We sluiten af met een kop koffie op de bank. Er lopen voortdurend mensen Pier 9 binnen. Oh, ken je die? Die heeft dat opensource platform voor kunsthanden gemaakt. Zo gaat het nog wel even door. Ik vraag of ze nog tegen dingen aanloopt. Die zijn er. Ik krijg een inkijk in de wereld van iemand die op de hoogte is van de grenzen van onze technische mogelijkheden. Ze heeft een paar hele scherpe inzichten. De mooiste vind ik die van zelfrijdende auto’s. Die moeten verboden worden, of wij moeten allemaal digitaal zichtbaar zijn voor de auto. Er is een digitale aanwezigheid van onszelf nodig. We moeten in een netwerk hangen zodat de auto’s precies weten waar we zijn. Dan gaat het nooit mis. Die koppeling tussen de fysieke en digitale wereld komt in het werk van Anouk ook steeds sterker naar voren. Jurken die interfacen (wat is hier een goed Nederlands woord) met je lichaam. Hoe ver moet dat gaan? Wanneer je dadelijke en kunstnier hebt die online is, is die dan te hacken? Het is niet gek dat ze dat noemt. Ze komt uit de hackerscene. Maar ze heeft een punt. Hoever gaan we daarin?

Ze sluit af met een waarschuwing. De technologie haalt ons in! We voeren deze discussie niet! Daar moeten we nu mee beginnen. Ik zag het nog niet eerder zo scherp maar voel het ook aan. Het lijkt me een taak voor het onderwijs. We moeten onze kinderen kennis laten maken met deze nieuwe mogelijkheden zodat ze op z’n minst een keuze hebben. Het idee om eens iets met big data (dat kreeg ik ooit na het lezen van dit boek) popt weer in m’n hoofd op. Ze moet verder. We huggen Amerikaans en sluiten af met een High-Five. Een harde. Met een tintelende hand loop in Pier 9 uit. Deze chick is badass!

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Nog iets van drie uur te gaan in deze bijzondere stad. Ga ik rechts naar het Exploratorium of links naar het Ferrygebouw. Rechts kan ik ook nog Market One meepakken. Daar zit het bureau van Autodesk met ‘the gallery’. Dit stuk ken ik nog niet. Het wordt linksaf. In het Ferry gebouw zijn allerlei leuke winkeltjes. Ik koop wat souvenirs voor mijn meiden en voor Arjan. Deze trip mag ik de Amerikaanse TomTom van hem lenen en regel is, je neemt een souvenir mee (iedereen die naar de VS gaat mag hem lenen). Naar Market One! Het is even zoeken naar de juiste plek. Uiteindelijk wijst een strenge bewaker me de weg. Hij maakt een opmerking over mijn t-shirt. Waar kan ik mijn diploma ‘tourist’ ophalen? De man kan er niet om lachen. Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik niet zo mierzoet wordt behandeld. Ik doe nog een beetje onnozel en met zichtbare tegenzin loopt hij met me mee om de weg te wijzen. Op de plaats van bestemming aangekomen blijkt ‘the gallery’ dicht voor bezoekers. Het geven van tegengas, Anouk me heeft gestuurd, haalt niets uit. Het levert wel een boek op. Iemand teleurstellen, dat kan natuurlijk niet. Ik stop het boek in m’n tasje met de andere spullen. Toch maar even het Exploratorium? Het is zo moeilijk in deze stad.Zoveel dingen te zien te doen. Elke bezienswaardigheid lijkt zijn eigen zwaartekrachtveld te hebben. De hoofdredactie van Make zit ook op een paar minuten lopen. Zal ik dat doen? Brutaal binnenlopen en zeggen dat een abonnee van het eerste uur uit Nederland er is. Ik voel ook het Exploratorium aan me trekken. Ik besluit me als een satelliet te laten gaan en te zien werk zwaartekrachtveld vat op me krijgt. Het Exploratorium wint.

Deze diashow vereist JavaScript.

Nog twee uur te gaan voordat ik Corine op Cayote point ontmoet. Aangekomen aan de kassa besluit ik de opmerking over mijn shirt voor te zijn. Strike first! Of ik korting krijg met mijn Exploratorium t-shirt. “Wearing a t-shirt doesn’t do it, sorry” antwoordt de man chagrijnig. Wat dan wel? Student of leraar. Ha, dus werd het korting! Ik zal vooral wat beelden laten zien want we hebben al eerder over dit museum geschreven. Het is de plek op aarde met de grootste verwonderdichtheid. Er is een nieuw stuk, Science of Sharing. Het is weer briljant gedaan. Je kunt allerlei beroemde sociale experimenten , zoals het prisoners dilemma, naspelen. Zo goed. Je moet wel telkens met twee of meer zijn. Voor het eerst voel ik me wat alleen. Het levert wel een inzicht op. Verwondering moet je delen. Of beter gezegd, verwondering leidt tot delen. Tot sociaal zijn. Omdat het zo rustig is en er niemand is om mijn verwondering mee te delen, neem ik genoegen met dit inzicht. Het wordt tijd om verder te gaan. Tijd om SF gedag te zeggen en de neus van de auto naar het zuiden te richten.

Corine heeft een van haar favoriete stekkies uitgekozen om met me af te spreken. Coyote point, net naast het vliegveld. Het is mega druk op de weg en er zijn werkzaamheden. Ondanks dat ik een uur had uitgetrokken voor de reis van een half uur, kom ik te laat aan. Corine wacht me op en begroet me Amerikaans met een hug zonder zoen. We beginnen gelijk over onderwijs te kletsen. Over de ervaringen van Corine met het systeem in de VS. Het is een oneerlijk systeem zo luidt de conclusie. Eigenlijk missen ze het VMBO hier. Dat iedereen maar naar college wordt geduwd gaat haar aan het hart. Het valt niet altijd mee om hier les te geven. Regelmatig gaat haar telefoon. Het zijn ingesproken berichten van school. Het is hier heel gebruikelijk om belangrijke schoolinformatie met zo’n bericht via de telefoon te verspreiden. In Nederland zouden we dat met een brief of email doen. Dat werkt hier niet. De telefoon is het enige middel om ook de low-income gezinnen te bereiken. We genieten van het uitzicht en kletsen verder. Corine heeft komkommers en wat te drinken meegenomen. Ze had gevraagd wat ik wilde eten. Groente graag. Dus werden de chips nu komkommers. Het is lekker om over het onderwijs te kunnen praten. Voor mij is het ook verhelderend. Nu eindelijk spreek ik met iemand die beide systemen kent. Ondertussen vliegen de vliegtuigen in tandems naast elkaar aan op SFO. Echt heel gek om te zien. Omdat het koud begint te worden, lopen we langs de waterrand terug. Op drie minuten afstand zit een Mexicaan. Heel erg goed eten verzekerd Corine me. Door een typische low-income wijk (veel latino’s en één wasserette voor de hele wijk) komen we aan. De tent zit vol en we bestellen ons eten. Het is inderdaad heerlijk. Super nacho’s! Zo heette het gerecht. Vlak voordat we weer uit elkaar gaan laat ze me een uitnodiging voor een feestje van docenten zien. Het is in Palo Alto. Het is mooi geweest en ik wil de avond rustig doorbrengen. De lange en intensieve dagen begin ik nu pas te merken. We huggen en op de snelweg zwaaien we nog. Wat bijzonder om een collega in Californië te spreken. Dank je wel!

Deze diashow vereist JavaScript.

Dat was het dan. Nog één keertje naar de Deli, nog één nachtje in de VS. Het is een geweldige ervaring geweest. Het is dat je ideeën niet in een koffer bewaart want anders zou ik zeker extra moeten betalen. In het vliegtuig kan ik straks lekker m’n hoofd laten gaan. Het zwaartekrachtveld van thuis begint voelbaar te worden, het trekt meer aan me. Ik wil naar huis.