Howtoons: Tools of Mass Construction.

 Een Recensie.

Schermafbeelding 2014-12-27 om 11.30.05Het begin van mijn carriere als maker is eigenlijk heel precies te bepalen. Op 31 december 2005, om een uur twee ’s middags. Ik kreeg van mijn grote vriend Marten Hazelaar een tijdschrift. “MAKE” heette het. Editie nummer 4. Amerikaans natuurlijk. Met een mevrouw voorop die een sigarendoos-gitaar bespeelt.

Op 1 januari 2006 begon ik in het tijdschrift te bladeren. Twee uur later had ik hem uit en een week later had ik de voorgaande drie edities gevonden en gekocht en meteen een abonnement genomen dat ik tot nu heb (nr. 42 alweer, geen recensie over MAKE: daar heb je gewoon een abonnement op!). In dit tijdschrift staat vanaf het begin een cartoon, genaamd Howtoons. Een meisje (Celine) en een jongen (Tucker) die graag dingen maken. Cool natuurlijk, wellicht bruikbaar in de lessen, dacht ik toen.

howtoonsmarshEn dat heb ik ook gedaan. De elektromotor hebben we wel eens gemaakt en ook hebben een paar leerlingen de Marshmallow shooter gemaakt.En zoals dat gaat met een tijdschrift waar je vrienden mee wordt, je zoekt je eigen volgorde door een editie heen. En een van de eerste leesstops is altijd de Howtoons comic. Je begrijpt dat toen we door San Francisco liepen en ik een dik Howtoons-verzamelalbum zag,  Howtoons: Tools of Mass Construction, ik deze direct kocht.

howtoonsvkDe ontstaansgeschiedenis van Howtoons wordt direct aan het begin van het boek uit de doeken gedaan. Zoals zoveel belangrijke zaken is dit ook begonnen op MIT (Massachusetts Institute of Technology)

where irreverence is valued over tradition (waar oneerbiedigheid belangrijker wordt geacht dan traditie)

Saul Griffith, toen aan het promoveren en Joost Bonsen, student, bedachten samen dat er een gave manier moest komen om kinderen de basisvaardigheden te leren die ze nodig hebben om hun eigen speelgoed te maken. Ondertussen zou er veel geleerd worden. Maar daar zijn verhalen en kunst voor nodig. Op dat moment kwamen ze Nick Dragotta tegen en schoof ook zijn vrouw Ingrid Dragotta aan. Joost Bonsen ging andere dingen doen en Arwen Griffith schoof aan als editor. Dit team is verantwoordelijk voor Howtoons.

In de introductie van het boek staat de geloofsbelijdenis van Howtoons en die is te mooi om jullie te ontzeggen.

This way of looking at the world has been liberating; the world is the classroom. A playground is the first place you learn physics. A swing set is a pendulum to be studied while enjoyed. A see-saw represents a lever at its most basic, a ride-on lesson. A slide is a whooping experiment in friction and gravity. The world we all want to live in will not build itself. It needs us to invent it, to create it. We need every generation to be enabled to create their world. It starts with creativity and inventing one’s own toys and games. It involves knowledge of tools, materials, and process. It will be beautiful as we marry art with the science, and the design with the engineering. Come play with us.
howtoonsgloeilampIk lees een stuk of tien Graphic Novels per jaar dus ik weet niet veel maar wel iets van comics. En de tekeningen in Howtoons zijn fantastisch. Niet extreem gedetailleerd in de tekening van gezichten bijvoorbeeld maar er is heel veel aandacht voor detail. Het meest opvallende en ook wel aantrekkelijke is de enorme aandacht voor perspectief gecombineerd me de ouderwetse manieren van het beschrijven/tekenen van geluiden. CURLLLLLLL en WOOOOOOH dwars door de tekst heen. Soms zie je de maakschuur vanuit het standpunt van de gloeilamp, soms vult het halve hoofd vanceen van de hoofdpersonen een hele bladzijde (beiden in Workshop). Er wordt geëxperimenteerd met stijlen, comic noir (regenjas maken) en pure Instructables (knopen leggen) komen voorbij. Het verveelt kortom nooit.
De hoofdpersonen Celine en Tucker verschillen net genoeg van elkaar om het spannend te houden. Celine denkt wat meer na en Tucker is meer de doener. Vanzelfsprekend zijn ze ideaal in de zin dat ze altijd de juiste vragen op de juiste tijd stellen zodat het verhaal lekker loopt. Dit staat hun geloofwaardigheid wel enigszins in de weg. Het is Amerikaans, natuurlijk, maar ze schuwen gelukkig ook niet de randjes. Zo zit Tucker op een bepaald moment in bad en vangt zijn schetengas op (in het verhaal over Energy Independance).
Over het maken in het boek kan ik kort zijn. Alles is zeer maakbaar met eenvoudige hulpmiddelen en materialen. De uitleg is uitmuntend en alle tekeningen zeer helder. Zie hieronder:
 howtoonsrotor
Het boek bevat een oneindige hoeveelheid maakdingen (wel, 65 om precies te zijn maar dat is nog teveel voor vier zomervakanties). De verhalen in deze bundel zijn losjes thematisch geordend: Spelen, Gereedschappen, Energie, Kunst, Wiskunde, bètawetenschappen, Bouwen (engineering) en Ontwerpen. Alle verhalen zijn ontsproten aan het brein van de auteurs.
Kortom: een grote hoeveelheid, mooi getekende, doenbare projecten voor kinderen van zeg 8 tot 18 jaar.

 

Er is een verhaal dat me niet zo aanspreekt en dat is een van de laatste verhalen. Het is ook het enige verhaal dat gemaakt is in opdracht (van iemand van MIT) waarbij een real-life vraag wordt opgelost. Er is geen speelgelegenheid voor de kinderen in de buurt en Celine en Tucker maken er een. Te ingewikkeld, teveel volwassenen, teveel anderen. De ziel is er daar een beetje uit.

 

Maar negeer je dat verhaal dan blijft er een geweldige bundel over die elk zichzelf respecterende Maker Educator of aankomende Maker Educator moet hebben.

 

 

Arjan van der Meij

Arjan is vooral docent natuurkunde. Ook heeft hij een paar jaar geleden 
zijn dysbricolikaart moeten inleveren en durft hij zich maker te noemen. 
Tegenwoordig maakt hij zich bijzonder druk. 
Alle leerlingen moeten makers kunnen worden. Dat is zijn doel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *