Hoe start je een MakerKlas?

Nee, dit artikel geeft geen antwoord op bovenstaande vraag. Ik zou deze vraag eerder willen voorleggen aan de pioniers die mij al zijn voorgegaan, zodat ik van hun ervaringen kan leren. Want in de eerste schoolweek van januari 2015 is het zo ver: dan gaat de MakerKlas van het Grotiuscollege in Heerlen officieel van start.

Zonder het te beseffen was ik zelf al een paar jaar met Maker Education bezig in mijn informaticalessen. Dit kwam doordat ik in 2012 Arduino (een goedkope en relatief eenvoudig te programmeren microcontroller) ontdekte. Verstand van programmeren had ik wel, van elektronica niet. Met behulp van het internet lukte het me om een paar fantastische dingen te maken.

De mogelijkheid om zelf apparaten met internet te laten communiceren is geweldig, daar móést ik mijn informaticaleerlingen kennis mee laten maken. Dus ik schafte een paar Arduino Starter Kits aan, leerde de leerlingen de basis en liet ze daarna zelf iets bedenken. Dat begon met een obstakelontwijkend robotje dat ook via het http protocol bestuurd kon worden. Aan het einde van het schooljaar kregen we een 3D printer, die door docenten en leerlingen samen in elkaar werd gezet. En dit apparaat inspireerde twee leerlingen zelfs tot het bouwen van een 3D scanner, waar een landelijke profielwerkstukwedstrijd mee gewonnen werd!

In die tijd ontdekte ik op Twitter de FabKlas van scholengemeenschap De Populier in Den Haag. Mijn eerste reactie: “Dit wil ik ook!”.

Na die mail duurde het lang voordat we bij de directie aan tafel zaten. Daar kregen we meteen groen licht voor ons plan. De MakerKlas wordt georganiseerd tijdens de les informatica omdat de leerlingen van dat vak verplicht mee moeten doen. Daar is het immers ooit begonnen. Hopelijk kunnen we het makersonderwijs in de loop van het schooljaar dusdanig op de kaart zetten dat het over een jaar een structurele plaats op school heeft gekregen. De directie onderkent het belang van makersonderwijs wel, maar kan niet garanderen dat er meer tijd, ruimte en geld beschikbaar komt.

Om een indruk te geven wat mijn idee van een MakerKlas is: de volgende aankondiging stond op onze schoolsite:

MakerKlas RobotZelf een robot bouwen die obstakels kan ontwijken. Met een 3D printer je zelfontworpen designobject tastbaar maken. Lampjes en andere elektronica in je kleding verwerken. Apparaten aanpassen zodat ze via internet te bedienen zijn, zoals een snoepautomaat die op Facebook Likes reageert of een deurbel die Tweets verstuurt. Meekleurende achtergrondverlichting achter je tv maken. Een machientje maken dat maar een ding kan: zichzelf uitzetten. Moleculair koken. Of een combinatie van dit alles, aangevuld met je eigen interesses. Je kunt het zo gek niet bedenken. Zolang je maar met Maken bezig bent. Programmeren. Solderen. 3D printen. Knippen. Plakken. Tekenen. Ontwerpen. Onderzoeken. Experimenteren. Schroeven. Boren. Zagen. Samenwerken. Fouten maken. Verbeteren. Leren. Amuseren. Dat is wat we vanaf januari elke vrijdagmiddag op school gaan doen. We noemen het onze MakerKlas. En iedereen is welkom. Maar we beginnen klein, met een beperkt aantal deelnemers. Wil je meedoen? Stuur een mail naar meneer Crützen en beschrijf waarom je erbij wil zijn.

En dan is het nu wachten op aanmeldingen. Op het moment van schrijven (ruim een week na de eerste aankondiging) hebben zich 13 leerlingen ingeschreven. Ik schat dat 20 deelnemers een mooi aantal is om te starten, maar hoop ook dat het er niet heel veel meer worden. Want hebben we dan wel materiaal genoeg? Daarnaast heb ik meer twijfels. Is datgene wat we in ons bezit hebben wel afwisselend genoeg? Wat ontbreekt er nog? Waar halen we geld vandaan als we iets tekort komen? Moet ik iedereen verplichten in een vaste structuur te werken (met plan van aanpak, planning, ontwerpdocument…) of laat ik ze gewoon hun gang gaan? (Van de tweede optie houd ik zelf veel meer.) En begrijpen mensen eigenlijk wel wat ik bedoel met mijn MakerKlas?

Om over dat laatste zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen heb ik makerklas.nl opgezet. Die site wordt voor de makers een naslagwerk over de materialen, elektronica en apparaten die ze kunnen gebruiken. Voor de buitenwereld wordt het een showcase van de producten die we gaan maken. Vlak voor de kerstvakantie komt er een kennismakingsbijeenkomst met de makers, waarin ik de mogelijkheden van al het materiaal toelicht en ideeën laat zien. Daarna wordt iedereen op vakantie gestuurd met de opdracht om te bedenken wat voor moois ze gaan maken.

Ik kan niet wachten tot het zover is.

Ralph Crützen, docent wiskunde en informatica op het Grotiuscollege in Heerlen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *