Hoe maken we van iedereen een maker?

Dit stuk is geschreven door Astrid Poot en verscheen eerder op http://innovatie.kennisnet.nl/hoe-maken-we-van-iedereen-een-maker/

Volgens Roman Krznaric gaat het slecht met onze creativiteit: onze opvattingen over ons eigen kunnen hebben ons teruggeduwd in de positie van passieve ontvangers. We zijn massaal de art of living verleerd en voelen ons onmachtig in inrichten van ons leven. Gelukkig krijgt maker steeds meer voeten aan de grond. Op welke manier helpt dat, en hoe moet maker zich verder ontwikkelen om ons tot proactieve burgers te maken?

Van mensen makers maken
Naast mijn werkwerk doe ik altijd veel andere dingen. Ik zit te klooien met mijn Arduino, leer hoe popupboeken werken, schrijf blogjes, zit te illustreren, te solderen, maak maquettes, jam, borduurwerken en stopmotion animaties. Waar ik in mijn werkwerk een af eindproduct nastreef, hebben mijn hobbies doen als enig doel.

En daar word ik heel gelukkig van. Werkwerk en hobbies houden elkaar precies in balans; beide voeden elkaar en zijn onlosmakelijk verbonden.

Mijn dochter (9) vindt creatief zijn zonder reden en doel heel moeilijk. Zomaar wat klooien kan ze niet erg goed (vindt ze vooral zelf). Het boezemt haar grote angst in. Ik snap ook wel waar dat vandaan komt: ze hoort vaak van veel kanten hoe dingen moeten. Vrijheid zit daar vaak niet in.

overennumetpotlood
Feedback van haar leerkracht: ‘Opnieuw en nu met potlood’

Wel kan ze prima overweg met een doehetzelf pakket met heldere instructie. Fluitend werkt ze stap voor stap naar het resultaat, dat vaak ook als 2 druppels water lijkt op het voorbeeld. En als het af is, is de interesse voorbij.

Waar de werkjes voortkomend uit mijn hobbies meestal doorontwikkelen en nooit 100% klaar zijn, hebben haar werkjes een duidelijk eind: af is af. Toch wil ze wel graag wat meer aan kunnen rommelen, ze weet alleen niet hoe.

En dat geldt misschien wel voor meer mensen: maken is voor een bepaalde groep mensen natuurlijk en vanzelfsprekend, maar lang niet voor iedereen.

Datzelfde geldt voor de maker movement: in de maker movement lijken vooralsnog vooral de bovengemiddeld geïnteresseerden en gefortuneerden te profiteren‘…one of the most common findings from the last 30 years of education technology research is that new learning technologies disproportionately benefit the affluent. Even technologies that are free can be more easily and more effectively taken-up by those with the social, financial, and technical capital to take advantage of new free innovations.’

Hoe zorgen we ervoor dat we meer mensen inspireren een maker te worden? Hoe bevorderen we al vanaf jong de maakhouding in kinderen? En welke rol speelt onze opvatting over creativiteit daarin?

Creativiteit
Volgens Roman Krznaric (boek: The Wonderbox) zijn we collectief the art of living verleerd: het makkelijk en zonder hoger doel je eigen wereld vormgeven en daar gelukkig mee zijn.

In de renaissance is het idee ontstaan dat creativiteit iets is dat aan bepaalde mensen is gegeven: the cult of creative genius. Michelangelo is het beste voorbeeld van dit denken. Talent is er vanaf het begin en openbaart zich al jong; heb je het niet, dan komt het er ook niet.

Onze bewondering voor Michelangelo zorgt ervoor dat we al 500 jaar niet meer goed zijn in the art of living. We hebben een nauwe opvatting over creativiteit; Michelangelo kijkt over onze schouder mee en ontmoedigt ons verder te ploeteren: het zit er gewoon niet in.

Creatief zijn is gewoon puzzelen
Eind jaren ‘60 vonden we dat creativiteit gaat om educatie en training:

  • De 10.000 uur regel werd bedacht: genoeg deliberate practice en je kunt ergens heel goed in worden
  • Edward de Bono introduceert het concept lateral thinking: als je problemen vanuit een heel andere kant bekijkt, kom je tot creatievere oplossingen

Creativiteit ging om het beheersen van analytische skills. Iets bedenken is het zelfde als puzzels oplossen en antwoorden vinden.

In de jaren ‘80 was er weer aandacht voor de intuïtie. De logica en ratio moest worden aangevuld met de intuïtie en artistiek kunnen. Een holistische benadering waarin beide hersenhelften worden gebruikt. Julia Cameron ontwikkelde een methode waarbinnen je bijvoorbeeld gedachtenloos een aantal pagina’s volschrijft om je onderbewustzijn te laten spreken: de morning pages.

Met een expert buiten de box
Maar al snel werd creativiteit weer werk. De commerciële wereld omarmde mensen die goed zijn in creativiteit en veranderde ze in duurbetaalde consultants. In creativiteit kun je goed zijn. Experts komen bedrijven uitleggen over buiten de box, en helpen te zoeken naar de creatieve kern. Of zoals in de reclame: heb je niet de titel creatief, dan ben je niet creatief. En bedrijfsmatige creativiteit is voorbehouden aan de creatieve industrie.

visionair

Krznarc ziet dit als een alarmerende ontwikkeling: ‘It’s spirit and democratic potential drained away‘.

De DIY- en maker movement dagen dit uit. Mensen gaan zelf aan de slag, ervaren macht en kracht en hervinden zelfvertrouwen. Maar hoe wordt de maker-movement breder en voor meer mensen toegankelijk?

Homo faber
Al duizenden jaren maken we zelf potten, weven we kleding, bouwen we huizen en koken we eten. Van oudsher zijn we homo-faber: man the creator. Dat is in feite van ons afgenomen: het gemak in ons leven neemt toe, maar onze eigen invloed lijkt af te nemen.

Dat zou je misschien zo kunnen visualiseren:

waarde

Een voorbeeld van dat laatste stadium is de de iPad. Hij helpt ons met heel veel, maar dwingt ons tegelijk in een bepaald type gebruik. 

Blij lijken we niet helemaal met deze ontwikkeling. Meermaals is aangetoond dat we meer tevreden zijn, als we ergens zelf een groter aandeel in hebben: het IKEA effect. Een zelfgeschroefde Billy vinden we waardevoller dan een kant-en-klare. Toegepaste creatviteit is dus wel iets wat we willen. En ook kunnen: iedereen verft zijn eigen huis en kiest zelf de kleur. En een appeltaart kunnen we ook nog wel.

Als we creatief zien als artistiek, is het voor enkelen. Is het toegepast en gekoppeld aan een concrete vraag, dan kunnen we het wel.

Zo ook voor mijn dochter: uit frustratie over de vrije speeltijd in de vakantie, maakte ze deze management-tool: een manier voor haar om om te gaan met de onduidelijkheid. Wat mij betreft een fantastisch creatief product! Zij ziet dat echter niet zo: het is nodig, maar niet mooi of creatief.

planbord

Herwaardering en toegankelijkheid van creativiteit
De DIY en Maker Movement helpen wat mij betreft de artistieke definitie van creativiteit weer los te maken. Niet iedereen is een kunstenaar, maar iedereen kan wel zelf creatieve oplossingen bedenken. Door te doen. Waarin we niet alleen problemen kunnen oplossen (Hoe maak ik deze sensor-alarminstallatie), maar ook met veel plezier onze eigen problemen kunnen vinden (Hoe houd ik mijn zusje uit mijn kamer?).

Maker leert ons dat creativiteit niks bijzonders is; dat het voor iedereen vlakbij is. En niet alleen in workshopruimtes van musea, mooie Maker Spaces met tot in detail uitontwikkelde workshops of met dure LittleBits. Maar gewoon thuis, voor iedereen.

ordinary
(beeld Hester IJsseling / Twitter)
Modelling
Mijn liefde voor maken en rommelen is waarschijnlijk ingegeven door mijn vader die zelf zijn electronische apparaten bouwde, en de spullen van de buren for fun repareerde. Ik herinner me levendig mijn eerste zelfgeprogrammeerde code (die zorgde voor een explosie-animatie op mijn scherm), en heb in diezelfde tijd ook leren breien van mijn moeder. Ik was zo ongeveer 9.

Knutselige ouders leiden tot knutselige kinderen. En niet alleen ouders: ook andere mensen en omstandigheden kunnen kinderen tot bepaald gedrag te inspireren.

Unicef noemt modelling in haar 3e communicatie principe:
Communication for children should be positive and strengths-based.

  • Children and adults learn best from repeatedly seeing and hearing actions or ways of thinking that we would like them to emulate or “model,”…
  • …it is more effective to portray positive models for what we want children to do (such as being generous, fair, honest, caring and responsible) to reinforce positive action and thought.

Ik denk dat we dit zonder twijfel kunnen toepassen op de homo faber gedachte.

Leren in natuurlijke omgeving
Als maker gaat over een natuurlijke houding, zou je dat moeten aanleren in een natuurlijke omgeving. Bijvoorbeeld met ouders en kinderen samen zoals het MIT nu doet. Maar ook in de ouder-kind workshops van Tinkertank.

anneke_jelle
(Tinkertank ouder- kind workshop)

Deze aanpak is niet alleen logisch en natuurlijk, maar voorziet ook in een grote behoefte aan contact en connectie.

Blijvend effect van samen spelen
Ander voordeel is de duurzaamheid: door ouders en kinderen samen te laten leren, heeft het leren een langer effect. Dat hebben we gemerkt tijdens het maken van de Zoek het uit app van het Klokhuis: een app waarmee families samen thuis spelen met wetenschappelijke principes.

Maker vanuit de daarvoor bestemde workshopruimtes (ook) naar huis brengen is wat mij betreft een belangrijke volgende stap.

Maker: leren borduren van de buren
Natuurlijk juich ik de technische programma’s voor plus-kinderen toe. Natuurlijk is het goed in iedere stad en dorp een mooie Maker Space met 3d printers te hebben, en uiteraard moeten alle extracurriculaire initiatieven op scholen gesteund worden. Maar uiteindelijk zijn dat alleen maar beginpunten.

De kern van maker is wat mij betreft veel alledaagser.

  • Vanuit de visie dat iedereen iets kan: creativiteit is niets bijzonders.
  • Zonder dat je er het aller beste in hoeft te zijn of worden: zonder druk
  • Vanuit je eigen kracht en nieuwsgierigheid: die je alleen maar aan hoeft te zetten.

En vooral:

  • samen met de mensen die het meest om je heen zijn: want dan is het niet iets dat je af en toe doet, maar onderdeel van je gezamenlijk functioneren.
  • op je eigen gewone plek: zodat je begrijpt dat het altijd overal kan.
  • met gewone spullen die jij kiest: zodat je meteen kunt beginnen.
  • vanuit je eigen vraag of behoefte: zodat het relevant wordt
  • in een proces dat jij zelf kiest: en misschien wel zonder dwingende methode

Zou het niet geweldig zijn als we daar nog bewuster naartoe werken? Want als dat lukt, kunnen we van iedereen een maker maken. Gewoon omdat we dat eigenlijk altijd al zijn.

Astrid Poot is hoofd jeugd/familie projecten en creatief/strateeg bij Fonk, blogger, spreker (over play, gaming en creativiteit) maar vooral eeuwig lerend 🙂

e-mail: astridpoot@gmail.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *