Themaconferentie Maakonderwijs Populier: programma

Op vrijdag 21 juni a.s organiseren we een mooi gevulde Maakbijeenkomst in de Makerspace van de Populier. Met eten en gratis! Zo langzamerhand worden de contouren van het programma duidelijk en we zijn er heel blij mee.

Lezingen

  • Wytske de Man van de Alan Turingschool in Amsterdam komt vertellen over de plaats van het Maakonderwijs op de basisschool waar heel Nederland naar kijkt
  • Jean Pierre Nelk van het Stedelijk Gymnasium Schiedam vertelt over het vak Ontwerpen en Maken.
  • Christel Evers van Sinelab over het implementeren van STEAM-onderwijs binnen het PO en VO

Workshops

  • Jorg Duitsman: robot + lesmateriaal
  • Joek van Montfoort borduurmachine programmeren
  • Jeroen van den Ende: Micro:bit
  • Cobie van de Ven: Ontwerpdagboeken om te reflecteren op PO-Maakprojecten (LEGO. Green screen etc)
  • Per-Ivar Kloen: blauwdrukken binnen en buiten het curriculum
  • Rolf van Oven: papier en koperen circuits
  • Guerillaworkshops: neem je spullen mee en verras ons!

Inschrijven kan hier: https://www.lucasacademie.nl/themalijnen/innovatie?aid=54&activiteit=Themaconferentie-Maakonderwijs:-Maken-binnen-het-curriculum

Leuk als je komt!

Arjan van der Meij
Per-Ivar Kloen

Techniek gaat het maken!

Er zijn vier lerarenopleidingen techniek voor het algemeen vormend onderwijs in Nederland. Deze lerarenopleidingen vechten voor het behoud van hun bestaan. Het lage studentenaantalmaakt dat we moeten verantwoorden waarom we blijven opleiden. In het algemeen vormend onderwijs, vmbo-T, havo en vwo, heeft het schoolvak techniek geen status verworven en dreigt het van de lessentabel te verdwijnen. Dat is een gemiste kans voor het bèta onderwijs. Met het verlies van het vak techniek dreigt ook de aandacht voor maken, in de bèta technische context van het algemeen vormend onderwijs, te verdwijnen.

Een andere beweging die opkomt is die van de Maker Movement. Hierin wordt gepromoot dat leerlingen aangezet moeten worden om vanuit vrije expressie dingen gaan maken. Er wordt gesteld dat leerlingen hier heel veel van leren, maar vanuit het traditionele onderwijs wordt hier erg kritisch naar gekeken. Er is een levendige discussie ontstaan of Maker Education wel een effectieve vorm van onderwijs is. Toch blijkt er in de literatuur over Maker Education een sterke aanwijzing te liggen voor de relevantie van het techniek onderwijs voor algemeen vormend onderwijs. Dit visiestuk bepleit dat het vak techniek een nieuwe invulling moet krijgen, namelijk die van maakonderwijs.

 

Afbakening

Maken is een fundamenteel menselijke activiteit (Vossoughi & Bevan, 2014). Als mensen zijn wij in staat om de wereld vorm te geven naar onze eigen behoeften. De plekken op de wereld waar geen gemaakte producten van mensen zichtbaar zijn, zijn schaars. In de gemaakte wereld waarin wij leven is het maken onderdeel van onze cultuur en hoort daarom in het onderwijs thuis. Zoals Vygotsky stelt, de ontwikkeling van kinderen wordt door de cultuur wordt ingegeven en de cultuur is maatgevend is voor wat betekenisvol is voor de ontwikkeling van kinderen (Doorn, 2018). De omgeving waarin wij leven is een hoogtechnologische omgeving  (Ros, Lieskamp & Heldens 2017) waarin het ontwikkelen van producten centraal staat. Alles wat wij gebruiken is gemaakt. De passende definitie voor maken in deze context is te definiëren als het ontwerpen, construeren, testen, repareren en verbeteren van een grote variëteit aan objecten, waarbij gebruik wordt gemaakt van eenvoudige en complexe technologieën en waarbij disciplines als kunst, natuurwetenschap, engineering en wiskunde toegpast worden (Bevan, 2017).

Principes van Maker Education

Maker Education is een beweging die opgekomen is in de USA, rondom Massachusetts Institute of Technology en hierin wordt een speelse benadering van het leren gepropageerd. Maker Education heeft als uitgangspunten dat:

doen veel belangrijker is dan weten;

het belangrijk is om inzichten en kennis te delen met anderen;

vrij proberen zonder precies te weten wat het gaat worden van waarde is;

een project iteratief benaderd moet worden;

er gaat kracht uit van iets moois te maken;

de ontwikkeling van kinderen niet leeftijdsgebonden is;

leren heel persoonlijk is en ieder moet zijn eigen route moet kunnen kiezen;

technologie relevant is en

heteigenaarschap van het leren volledig bij het kind zelf ligt (Smartbrief, 2013).

Maker Education wordt gekoppeld aan puur ontdekkingsgericht leren. Het constructionistisch gedachtegoed van Papert dat zuiver ontdekkingsgericht, speels leren benadrukt, wordt in de Maker community omarmt (Ackermann, 2001). Dit zie je terug in de benadering van Maker Education, waarin leerlingen hun eigen opdrachten kiezen en hun eigen route bepalen om tot het realiseren van een werkend product te komen.

Leeropbrengsten van Maker Education

“They repearedly highlighted how they were thinking about and doing things they had never even thought about before.” (Vossoughi & Bevan, 2014)

Leerlingen kunnen concrete leeropbrengsten realiseren tijdens het maken. Breukelen (2017) beschrijft in zijn proefschrift leeropbrengsten bij conceptverwerving van elektrische circuits onder zorgvuldige begeleiding bij maakopdrachten. In de review study van Vossoughi (2014) worden voorbeelden genoemd van leeropbrengsten uit maakopdrachten die passen bij de kerndoelen van het bètaonderwijs. Ze noemt dezelfde opbrengsten als Bevan (2017) te weten, inzicht in elektrische circuits, kracht en bewegen, energie overdracht, oorzaak en effectrelaties en handigheid in het gebruik van gereedschappen, gevoel voor materiaalkeuzes. Voor het wiskundeonderwijs benoemt ze opschalen en meetvaardigheid. In de artikelen wordt uitgebreider ingegaan op de opbrengsten op meta-cognitieve vaardigheden. Vossoughi noemt het opwekken van interesse, toewijding, het ontwikkelen van een dieper begrip van concepten en processen. Ze stelt dat jongeren zichzelf gaan zien als denkers, creërders en ontwikkelaars van kennis en dat ze hierdoor leiderschap, zelfvertrouwen en een verrijkt zelfbeeld ontwikkelen (Vossoughi & Bevan, 2014).

Relevantie van Maker Education

Voor het onderwijs zijn drie perspectieven voor het maken van werkende producten van maatschappelijk belang (Vossoughi & Bevan, 2014). Het eerste perspectief is het ontwikkelen van een nieuwe mindset voor ondernemerschap en creativiteit. Chris Anderson beschrijft in zijn boek “Makers, de nieuwe industriële revolutie” hoe nieuwe technologieën in combinatie met de kracht van internet nieuwe perspectieven en kansen biedt om te ondernemen (Anderson, 2013). Een tweede relevantie wordt gevonden in de mogelijkheid die het maakonderwijs biedt voor een betekenisvolle oriëntatie toekomstig bèta technologisch werkveld. Bevan (2017) benoemt in dit kader de ontwikkeling van 21steeeuwse vaardigheden als creativiteit en engineering skills, zoals probleem oplossen, kritisch denken en samenwerken. Het belang van deze vaardigheden voor de beroepsvoorbereiding voor nog niet bestaande beroepen wordt onderschreven onder andere door Kirschner en Stoyanov  (2018) in “Educating youth for nonexistent/not yet existing professions”. Tot slot wordt maakonderwijs gezien als een rijke constructivistische of constructionistische leeromgeving (Rosenfeld Halverson, 2014), (Bevan, 2017).

Het spanningsveld tussen Maker Education en regulier onderwijs

Leren door maken en scholing zijn geen begrippen die uitwisselbaar zijn en in de schoolcontext gaat leren over scholing (Halverson & Sheridan, 2014). Het schoolse leren is formeel en is gebonden aan specifieke leeropbrengsten. Het wordt sterk betwist of de constuctivistische en constuctionistische benadering van kennis verwerven een effectieve strategie is voor formeel leren. In het veelvuldig geciteerde artikel: Why Minimal Guidance During Instruction Does Not Work van Kirschner, Sweller en Clark (2006) wordt uitermate kritisch gekeken naar constructivistisch, ontdekkend, probleemgestuurd, experimenteel en onderzoekend gestuurd onderwijs. Ze stellen dat gebrek aan begeleiding van leerlingen bij de constructivistische benadering voor het verwerven van kennis niet effectief is en leidt tot misconcepten. Klahr (2004) toont aan dat een zelf-ontdekkende leerstrategie zelfs niet leidt tot het ontwikkelen van een beter concept van onderzoek doen. Mayer (2004) toont in  “Should there be a three-strikes rule against pure discovery learning?” aan dat een totaal vrije leeromgeving, zoals het constructivisme voorstaat, niet effectief is. Echter, Etmer en Newbey (1993) definiëren constructivisme niet als een open ongeleide leeromgeving, maar als een leertheorie waarbij de lerende betekenis nodig heeft om kennis te verwerven en de context waarin de lerende zich bevindt, invloed heeft op de manier waarop de lerende kennis verwerft. Kirschner (2006), Klahr (2004) en Mayer (2004) opponeren daarmee tegen een interpretatie van het constructivisme, maar niet op het constructivisme zelf. De artikelen zijn daardoor niet passend in hun onderbouwing, omdat ze zich verzetten tegen interpretatie tegen het constructivisme en niet tegen het constructivisme zelf. Ze wijzen echter wel op het effect van begeleiding van leerlingen tijdens ontdekkingsgericht leren.

Voor de effectiviteit van maakonderwijs bij het verwerven van concepten is het interessant om de vergelijking te maken met practica. Practica slagen er doorgaans ook niet goed in om leerlingen nieuwe kennis en inzichten te laten verwerven. Hier ligt dus een parallel met maakonderwijs. Practica worden pas leerzaam als ze doelgericht worden ingezet en er in slagen om hands-on en minds-on werken bij leerlingen aan te spreken (Miller & Abrahams, 2009), (Sande, 2016). Om de koppeling tussen minds-on en hands-on werken bij leerlingen tot stand te laten komen hebben leerlingen voldoende “open” opdrachten nodig waar ze zichzelf vragen bij kunnen stellen. Voor maakonderwijs geldt dit ook. Breukelen (2017) beschrijft onder andere hoe ontwerponderwijs begeleid moet worden om tot gerichte leeropbrengsten te komen.

Relevantie van maken voor regulier onderwijs

In “Situated Cognition and the Culture of Learning” beschrijven Brown, J. S., Collins, A., & Duguid, P. (1989) het belang om een leeromgeving te creëren die representatief is voor context waarin concepten toegepast worden. Het is niet als vanzelfsprekend dat concepten die theoretisch worden verworven ook kunnen worden toegepast. In het artikel wordt gesteld dat de wijze waarop het inzicht in een concept zich ontwikkelt afhankelijk is van de context en de cultuur waarbinnen het concept wordt verworven. Voor de bèta vakken binnen het algemeen vormend onderwijs betekent dit dat het onderwijs moet voorbereiden op een toekomstige beroepsrepresentatie. In het bèta onderwijs ligt het accent op het kennismaken met de wetenschappelijke methode. Toch zal slechts een klein aantal leerlingen die voor hun carrière kiest in bèta terecht komen in het wetenschappelijk onderzoek. Doorgaans zullen alleen de leerlingen die vwo volgen doorstromen naar de wetenschap. Een groter deel van de leerlingen, havo en vmbo, komt in de wereld van engineering terecht waar producten ontwikkeld en gemaakt worden. Dan is er ook nog een fundamenteel verschil tussen wetenschappelijk onderzoek en technologisch onderzoek. Wetenschappelijk onderzoek richt zich op het vinden van een wetmatigheid om een natuurlijk fenomeen te verklaren en technologisch onderzoek vindt vaak meerdere oplossingen voor hetzelfde probleem (Atkin, 1990). In deze situatie is de wetenschappelijke methode ook niet leidend. Maakonderwijs past beter bij de context en cultuur van productie, engineering en technologisch onderzoek dan de huidige benadering van het aanleren van de wetenschappelijke methode en is passender als beroepsrepresentatie.

Maken als rijke leeromgeving inrichten

Maakonderwijs heeft de potentie om een rijke leeromgeving te zijn voor leerlingen vanwege de koppeling tussen concepten, de gemaakte wereld en de ruimte om een intrinsieke leerervaring te kunnen creëren. Als leerlingen een vrije keuze hebben in wat ze gaan maken, zodat ze er zelf betekenis aan kunnen geven, en mits goed begeleid om de projecten te laten slagen, draagt dat bij aan de intrinsieke motivatie (Ryan & Deci, 1985). Reshnick (2011) benoemt met name de voorwaarden om leermogelijkheden niet onbenut te laten: low floors, high ceilings and wide walls. Dit staat voor laagdrempelig om mee te beginnen, veel kansen voor uitdagingen en vrije ruimte om voor benaderingsverschillen. De vrije keuze in maakopdrachten maakt het leerdoelgericht werken in de onderwijspraktijk echter wel lastiger. Kirschner et al. (2006) , Klahr en Nigam (2004) en Mayer (2004) benadrukken de toegevoegde waarde van de begeleiding van leerlingen bij het verwerven van kennis en dat geldt ook over kennis over het toepassen van concepten en procesvaardigheden. Er ligt dus een uitdaging om het traditionele techniek onderwijs te verrijken met de kracht van Maker Education om tot een rijke leeromgeving voor leerlingen te komen. En dat is van belang omdat de  eerder geschreven situatieschets aantoont dat techniekonderwijs op scholen verdwijnt, terwijl de arbeidsmarkt voor technisch opgeleiden onder zware druk staat.

De gemaakte wereld is van de leerling

De invulling van het vak techniek, en daarmee ook het curriculum van de lerarenopleiding Science&Technology zal gebruik moeten maken van de kracht van Maker Education. De vrijheid die daar in geboden wordt om eigen projecten te kiezen en de eigen moeilijkheidsgraad te kiezen leidt tot een krachtige leeromgeving. Dat het vak techniek deze beweging moet gaan maken komt omdat het vak in het algemeen vormend onderwijs geen positie heeft verworven. Het is een vertaling van hout- en metaalbewerking als in het beroepsonderwijs, met een accent op vaardigheden. Dit is geen adequate invulling ten behoeve van de toekomstige beroepspresentatie die passend is voor vmbo-T, havo en vwo. Het is maatschappelijk relevant om het techniek onderwijs opnieuw vorm te geven zodat het voorbereidt op een werkzaam leven in een economie die grotendeels draait op ontwikkeling en productie van producten. Maar het is relevanter voor de ontwikkeling van leerlingen. Door middel van het maken van “dingen die werken” die voor de leerlingen zelf betekenisvol zijn, krijgen ze de kans om de concepten uit het bèta onderwijs door te ontwikkelen en toe te passen. Maar bovenal gaan ze hun gemaakte wereld om hen heen beter begrijpen en hun eigen rol in deze wereld zien.

 

Bibliografie

Ackermann, E. (2001). P Piaget’s Constructivism, Papert’s Constructionism: What’s thedifference?

Massachusetts: MIT publications

Anderson, C. (2013). Makers de nieuwe industriele revolutie.New York: Nieuw Amsterdam.

Atkin, J. (1990). Teach science for science’s sake: For Global Competentitiveness, try technology. Education Week, 32

Ackermann, E. (2001). Piaget’s Constructivism, Papert’s Constructionism: What’s the difference?

Massachusetts: MIT publications

Bevan, B. (2017). The promise and the promises of Making in science education. studies in science

education, 53, 81.

Breukelen, D. H. (2017). Teachting and learning science through design activites.Delft: TUDelft.

Brown, J. S., Collins, A., & Duguid, P. (1989, jan-feb). Situated Cognition and the Culture of Learning. Educational Researcher, V18(1), 32-42.

Doorn, E. v. (2018). www.stibco.nl.Opgehaald van Stichting stiBCO: www.stibco.nl

Ertmer, P. A., & Newby, J. T. (1993). Behaviorism, Cognitivism, Constructivism: Comparing Critical Features From an Instructional Design Perspective. preformance improvement quartely, 43 – 71.

Halverson, E. R., & Sheridan, K. M. (2014). The maker movement in education. Harvard Educational Review, 498.

Kirschner, P., Keller, J., Clark, R. (2006). Why Minimal Guidance During Instruction

Does Not Work: An Analysis of the Failure of Constructivist, Discovery, Problem-Based, Experiential, and Inquiry-Based Teaching,educational psychologist, 41(2), 75–86

Kirschner, P. A., & Stoyanov, S. (2018). Educating Youth for Nonexistent/Not Yet Existing Professions. Educational Policy, 1-41.

Klahr, D., & Nigam, M. (2004). The equivalence of learning paths in early science instruction. Psychological sceince, 661-667.

Mayer, R. E. (2004). Should there be a three strikes rule against pure discovery learning. American Psychologist, 14-19.

Miller, R., & Abrahams, I. (2009). Practical work: making it more effective. SSR, 59-64.

Papert, S. (1980). Mindstroms. Childern, computers and powerful ideas.New York: Basic Books.

Resnick, M. (2011). scratching the surface with Mitchel Resnick. Opgehaald van High Tech in the Hub: http://www.hightechinthehub.com/2011/02/scratching-the-surface-with-mitchel-resnick/

Resnick, M. (2017). Lifelong Kindergarten.Massachusetts: MIT Press.

Ros, L.H., Lieskamp, M., Heldens, H. (2017). In Leren voor Morgen(pp. 18-31). Utrecht: Pica.

Rosenfeld Halverson, E., Sheridan, E. M. (2014). The Maker Movement in Eduaction. In

Harverd Educational Review, 497-498.

Ruijters, S. (2012). Canon van het leren. In M. R.-J. Simons (Ed.), Canon van het leren(pp. 625-635). Deventer: Kluwer.

Ryan, R., & Deci, E. (1985). Instrinsic Motivation and Self-Determination in Human behavior.New York: Plenium.

Sande, R. v.d. (2016). Hoe effectief zijn practica? Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek, 1-9.

Smartbrief(2013, 08). Opgehaald van www.smartbrief.com: https://www.smartbrief.com/original/2013/08/why-maker-movement-matters-educators

Vossoughi, S., & Bevan, B. (2014). Making and Tinkering: a revies of the literature. Committee on Succesful Out-of-School STEM Learning, 5-6.

 

 

De micro:bit relaisbox

Wij geven les met de micro:bit en proberen deze digitale wereld zoveel mogelijk met de echte wereld te verbinden. Hoe kan dit nou beter dan met een micro:bit stopcontacten aan- en uitzetten? Hiervoor hebben wij de relaisbox gemaakt. Leerlingen hoeven zich niet druk te maken over onoverzichtelijke draden of verschillende spanningen en kunnen zich concentreren op het programmeren. Door pin 0 en pin 1 aan te sturen kunnen ze de stopcontacten aan- en uitzetten en met pin 13 tot en met pin 16 kunnen ze de ledlampjes aansturen. Hij is makkelijk te programmeren en als je programma op de micro:bit staat hoef je deze alleen nog bovenop in de insteekgleuf te stoppen. Wij hebben dit kastje gemaakt voor de sciencemodule ‘Hello, world’ waarbij leerlingen met de micro:bit leren programmeren.

 

 

Benodigdheden:

  • Hout
  • Lasercutter
  • Twee 3-volt relais
  • Micro:bithouder
  • Voldoende dikke en dunne snoeren
  • 2 transistoren
  • Printplaatje
  • Weerstanden
  • Stopcontacten
  • Soldeerbout + soldeertin
  • 3 volt adapter
  • 2 rode en 2 groene ledlampjes

Hieronder is het bestand voor de doos:

micro:bit relaisbox

 

Stap 1

Allereerst hebben we een printplaat gemaakt voor het signaal. Met een transistor hebben we een invertor gemaakt zodat het signaal van de micro:bit wordt omgekeerd. Dit is nodig omdat de relais klikken bij een laag signaal. Om het voor de leerlingen overzichtelijker te maken zorgen we er met een invertor voor dat het signaal wordt omgekeerd. Zo gaat de ledlampjes en de relais aan bij een hoog signaal en uit bij een laag signaal. Zoals je kunt zien is de collector verbonden met het relais. De basis is via een weerstand verbonden met de micro:bit en de emitter met de ground.

 

Stap 2

Naar de relaismodule gaat 3 volt en de signaaldraden. Daarnaast gaat de bruine fasedraad naar de kroonsteen waar de elektriciteit de doos binnen komt. De zwarte schakeldraad gaat naar de aan te sturen stopcontacten.

 

Stap 3

Soldeer op pin 0 en pin 1 de signaaldraden die naar de printplaat gaan. Daarnaast gaat er 3 volt van de adapter naar de micro:bit houder.

Als u nu de nul- en de drie voltdraad aan een contact zet heeft u het onderste deel gemaakt.

Stap 4

Nu is het tijd om de stopcontacten aan te sluiten. De zwarte schakeldraden die van de relais komen zijn de 230 voltdraden die naar het stopcontact gaan. De blauwe draden zijn de nuldraden en de groen-gele draad is de aardedraad.

 

 

Stap 5

Sluit het kroonsteentje aan zoals hieronder te zien is. Houd er rekening mee dat de antistekker waar de 3V-adapter in zit, is aangesloten met een blauwe en een bruine draad. Alle draden die er in gaan komen uit de stekker die aan de buitenkant van de doos zit.

 

Stap 6

Sluit de ledlampjes aan. Aan de korte poten van de ledlampjes is de grounddraad gesoldeerd. Op de lange poten van de ledlampjes zijn de gele signaaldraden gesoldeerd. De lampjes zijn afgewerkt met een klodder lijm uit een lijmpistol om ze op hun plaats te houden.

 

Stap 7

Soldeer de signaaldraden op de juiste gaten voor de juiste pinnen en zorg dat de ground draad verbonden is met de ground.

Stap 8

Verbind de draden met het eurostekkerstopcontact en schoef dit stopcontact vast aan de doos. Stop daarna alles netjes in de doos.

 

Stap 9:

Lijm je doos in elkaar.

 

Proceedings Fablearn Netherlands 2018

Op vrijdag 28 september op de Fablearn conferentie in Eindhoven worden zes papers gepresenteerd van Nederlandse wetenschappers op het gebied van Maker Education. Deze geven een breed beeld van de staat van het Maakonderwijs in Nederland. Het is een mooi document geworden.

U kunt ze nu al downloaden. Klik daarvoor hier.

Zie ook: Tien redenen om Fablearn NL 2018 te bezoeken.

Tien redenen om Fablearn NL 2018 te bezoeken

Op vrijdag 28 september is het zover: de eerste Nederlandse Fablearn conferentie in Eindhoven. Een conferentie waarin we de staat van het maakonderwijs opmaken en vooruitkijken. Hieronder vind je tien redenen om deze conferentie te bezoeken:

  1. Het programma is enorm divers. Dat betekent dat je kunt luisteren, zelf kunt maken, kunt praten, kunt kijken en nog veel meer
  2. Het vindt plaats in de meest innovatieve stad van Nederland en een van de meest innovatieve steden ter wereld: Eindhoven. En dat ga je merken.
  3. Je kaartje voor Fablearn op vrijdag geeft je ook toegang tot de Maker Faire op zaterdag en zondag. Echt het allerleukste uitje, geschikt voor jong en oud. “Een mix van spelen met techniek, creativiteit ontdekken en verbaasd staan van inventiviteit.Klik hier voor het ongelooflijk uitgebreide programma. En kijk hieronder hier voor een video-impressie van vorig jaar.

 

  1. De allerleukste maker van Nederland komt spreken en dingen laten zien: Rolf Hut! Die moet je minstens één keer in je leven hebben zien spreken!
  2. Heel veel makers die op de Maker Faire staan, komen al op vrijdag speciaal voor de leraren van Fablearn. Dus als je zaterdag en zondag niet kunt, krijg je al een hele mooie doorsnee van de vrolijke maaksels.
  3. Je kunt zelf ook lekker op je eigen niveau aan de slag! Workshops, kettingreacties, Masterclasses. Eigenlijk te veel om uit te kunnen kiezen. En het zijn geen workshops met post-its, je gaat echt aan de slag!
  4. Je kunt luisteren naar internationale topsprekers op het gebied van Maken. Naast de inmiddels welbekende Sylvia Martinez is Sam Aaron er ook. Hij geeft met zijn eigen programmeertaal Sonic Pi een live optreden. Dit is echt een uniek optreden! (en daarna zelf te doen met het gratis Sonic Pi)
  5. Zo’n beetje alle maakdocenten uit Nederland zullen aanwezig zijn. Mensen uit de praktijk, die de dag ervoor nog in de klas stonden. Als je wel een vaker een conferentie bezoekt, weet je dat dat vaak de allergrootste opbrengst is: contact met gelijkgestemden.
  6. Op maakbijeenkomsten komen werelden bij elkaar. Je ontmoet net zo gemakkelijk een kunstenaar als een wetenschapper, er zijn hele oude makers en hele jonge, zeer ervaren en groentjes.
  7. De kracht van maken moet je ongefilterd ervaren. Pure trots, onversneden enthousiasme, dat voel je pas echt als je er bent. Je moet het echt meemaken!

Klik hier voor het programma, hier voor de website en hier om direct kaarten te kopen.

<<noot voor redactie: Best lastig om dit terug te schroeven van de 100 redenen die ik had, naar slechts 10…>>

Verslag van de PATT36 conferentie

Pupils Attitude Towards Technology

Dit is een internationale conferentie met vertegenwoordiging vanuit:

Ierland, UK, Nederland, Israël, Nieuw Zeeland, Australië, USA, Hawaï, Zweden, Zuid-Afrika en mogelijk nog meer landen, maar ik heb niet iedereen gesproken. Vanuit Nederland waren de TUDelft, Hogeschool Utrecht en Fontys Hogescholen vertegenwoordigd.

De deelnemers aan de conferentie deden bijna allemaal aan onderzoek, maar wel op veel verschillende manieren. Er waren High School docenten, die naast hun docentschap onderzoek doen, beleidsmedewerkers die onderzoek doen of interesse hebben in de ontwikkelingen, lerarenopleiders die ook onderzoek doen en/of interesse hebben in de laatste ontwikkelingen, PhD Students en Professors. Over 4 dagen verspreid zijn er 17 parallelle sessie aangeboden waarin papers werden gepresenteerd, die gepubliceerd zijn in een grote conferentiebundel.

De conferentie ging over (technisch) ontwerpen met kinderen, voor zowel het basis onderwijs als het voortgezet onderwijs: hoe maak je de leeropbrengsten zo groot mogelijk. 

De lezingen over het basisonderwijs die ik heb bijgewoond, hadden in veel gevallen te maken met hoe taal de kinderen kan helpen om tot meer diepgang te komen. Taal kan helpen om leerlingen sterker te laten ervaren in welk onderdeel van het ontwerp proces. Het kan ze helpen om met elkaar te praten over hun ideeën, en zo wat meer los te komen van hun eerste idee. En taal kan helpen om de opdrachtgever beter te begrijpen en het resultaat van de opdracht, de gekozen oplossing, goed over te brengen aan de opdracht gever. Er was ook een presentatie waarin aangetoond werd dat hele jonge basisschool kinderen al in staat zijn om een probleem vanuit meerdere perspectieven te beschouwen, mits ze daar op de juiste manier tot uitgenodigd worden.

Bij de presentaties over High School education viel mij op dat er veel onderzoek gedaan wordt naar de juiste interventies om het ontwerp de juiste kant op te krijgen. Er wordt ook intensief gekeken hoe jongeren met elkaar communiceren over het ontwerpen, met het idee om daarna te onderzoeken welke interventies het meest effectief zijn om de jongeren bij hun ontwerpen te helpen.

De keynotes waren sprekers uit Ierland en het Ierse onderwijs. De eerste lezing van de minister van hoger onderwijs en het ontvangende instituut: Athlone Instituut of Technology. Maar de keynotes van de dagen die volgenden waren mensen uit de praktijk, met een goede staat van dienst. Zij vertelden over hun ervaringen en verworven inzichten over de jaren heen over techniek onderwijs met kinderen. En deze keynotes waren ontzettend inspirerend. Ze omvatten wat maak onderwijs voor leerlingen betekent en wat ze er van leren.

Het belangrijkste woord dat in de Ierse context gebruikt wordt voor dit onderwerp is design, en dat interpreteer ik wat meer naar engineering, of product design. De leerlingen in Ierland maken veel (werkende) producten gedurende hun middelbare schooltijd. In Ierland staan er 4 technology vakken op het rooster van de middelbare school die afgesloten worden met een centraal examen. De leerlingen hoeven niet alle vakken te kiezen. En niet alle scholen bieden alle 4 de afstudeerprogramma’s aan. Deze programma’s lopen gedurende de hele middelbare schooltijd, en dus niet alleen in de onderbouw. Er werd gesproken van vijfde jaars. Nu heb ik geen volledig beeld gekregen van het Ierse onderwijsstelsel, dus ik weet niet hoe zij hun niveaus in delen en hoe deze te vergelijken zijn met onze indelingen. Opmerkelijk was dat het onderscheid van niveau in geen enkele presentatie gemaakt werd, wel werden er soms leeftijden genoemd. Mogelijk kun je concluderen dat in Ierland niveau in het onderwijs een minder grote rol speelt.

De vier technologieprogramma’s die er aangeboden worden zijn:

  • Design and communication graphics
  • Technology
  • Architectural Technology
  • Engineering Technology

Deze diashow vereist JavaScript.

Het eindexamen in deze vakken bestaat uit een portfolio van 17 pagina’s, waarin leerlingen hun opdracht: de designbrief en hun proces en de technische tekeningen zo goed mogelijk presenteren. Er is klaarblijkelijk in Ierland voldoende ervaring op gedaan om deze portfolio’s en eindproducten als eindexamen te kunnen beoordelen. De leerlingen krijgen ruim de tijd om hun projecten te ontwerpen. Tijdens het examenjaar wordt hier aan gewerkt. En de opdrachten die ze krijgen zijn heel vrij. Het is duidelijk dat de leerlingen er veel eigenaarschap in kwijt kunnen.

Tijdens een presentatie van een ervaren docent werd er ingegaan op wat leerlingen leren van het ontwerpen. En dan blijkt dat er op meta niveau duidelijke leeropbrengsten te benoemen zijn, die door de hele community wel worden gedeeld. De discussie ging ook over vakoverstijgend werken en de behoefte die gevoeld wordt om die volgende stap te gaan maken. Dit leverde een bijzondere discussie op. Er werd tijdens deze discussie gesproken over welke leerinhouden onderliggend aan het ontwerpen aangeleerd zouden moeten worden. Maar dit leidde tot het gedragen inzicht, dat als het onderwijs over ontwerpen gaat, dan moeten ze ontwerpen leren. En al ontwerpend komen ze de content die ze nodig hebben vanzelf wel tegen. Content is geen doel op zich, dat is het ontwerpen. En toen we in het middagprogramma een presentatie kregen van de eindproducten van vier verschillende middelbare scholen, dan weet je dat het zo is. Deze producten waren zo ontzettend rijk, dat het onmogelijk is om dit te maken zonder heel veel te leren. Maar het leerproces, en dus de verworvenheden zijn daarmee niet voor alle leerlingen hetzelfde. Echter, de gedeelde kennis is hoe je ontwerpt en hoe je zelf kennis eigen maakt  om het ontwerp te realiseren. En de waarde van deze kennis werd gezien, gedeeld en bewonderd.

Er werd tijdens de conferentie ook gesproken over Maker Education en hoe deze beweging in de UK zich ontwikkelt. Ik kreeg het beeld dat de beweging in de UK groter is dan in Nederland, maar ook daar wordt de connectie met het onderwijs niet makkelijk gemaakt. Het gedachtengoed achter de maker movement, vrijheid en delen, past niet goed bij de schoolcultuur. Daar heeft men toch wel meer de behoefte om het proces te kaderen. Al laten de inzichten uit de conferentie zien dat er wel degelijk heel veel gezamenlijke opvattingen bestaan.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

In Nederland begint de discussie steeds meer over computational thinking te gaan en over hoe we daar aandacht aan willen besteden in het onderwijs. Op deze conferentie waren er niet veel workshop die hier direct op in gingen, maar thinking skills waren wel een belangrijk topic. Een bijdrage uit Nieuw-Zeeland ging over de implementatie van Digital Technology in het curriculum, en hier was wel veel belangstelling voor. De uitdagingen die de auteur van het artikel benoemde, werden goed begrepen door de belangstellenden in de zaal, zoals uit de reacties bleek. Dus dit item speelt wel degelijk in meerdere landen.

Het thema meisjes was weer terug op de agenda gekomen, na een poosje wat minder aandacht te hebben gehad. De onderzoekster die met dit thema bezig was concludeerde in een review study dat er een gezamenlijk gedragen opvatting is dat meisjes minder interesse hebben voor technology, maar ziet nergens de afbakening of specificering van technology terug in de literatuur. En dat is natuurlijk interessant om nader te beschouwen.

Na afloop van deze conferentie ontstond bij mij het inzicht dat we in Nederland een heel beperkte visie hebben op techniek onderwijs op de middelbare school. Internationaal speelt techniek, of misschien liever gezegd technologie onderwijs een veel grotere rol in het onderwijsprogramma van het primair en secundair onderwijs. Wij hebben deze programma’s naar het beroepsonderwijs verplaatst. Het is niet zo dat daardoor in andere landen meer voor technologie studies wordt gekozen, ook in andere landen speelt de krapte op de technische arbeidsmarkt. Wat het wel oplevert is dat er onderwijs ontstaat dat actief leren en leerling gericht is. Deze leerlingen leren hun realiserend vermogen te ontwikkelen en theoretische kennis wordt betekenisvol verworven. De conferentie papers geven geen uitsluiting of dat dan ook duurzamere kennis is. Het gaat wel over creativiteit, samenwerken en systematisch onderzoekend denken. Misschien hebben we te weinig mensen in Nederland die de toegevoegde waarde van technologie onderwijs voor het funderend onderwijs kunnen duiden. De focus op instroom op de arbeidsmarkt lijkt mij niet de argumentatie om voor technologie onderwijs te kiezen. Maar het ontwikkelen van ruimtelijk inzicht, complexe denk strategieën, tactiele gevoeligheid, probleem analyserend vermogen, probleem oplossend vermogen, communicatieve vaardigheden, iteratief probleem oplossen, eigenaarschap, technische denk- en handvaardigheden lijken mij waardevol voor ieder kind om te leren. En het is niet dat bij andere vakken deze items niet aan bod kunnen komen, maar ik kan me geen vak bedenken waarbij deze vaardigheden alomvattend aangesproken worden. En ik denk ook dat deze vaardigheden niet exclusief voor het beroepsonderwijs zouden moeten zijn.

Volgend jaar gaat de conferentie naar Malta. Maar dat had niet nodig geweest om voldoende argumentatie te vinden om er volgend jaar weer bij te willen zijn.

Als je geen onderzoek doet, kost het wat meer moeite om de opbrengst van dit soort conferenties te zien. Toch kan ik iedere docent aan raden om dit om de zoveel jaar een keer te doen.

Verslag door Mandy Stoop (Fontys)

Maakchallenge op de Pedagogische Academie van de Hanzehogeschool Groningen

Maken is belangrijk! Daar moeten we jong mee beginnen en daarom moet het aangeboden worden in het basisonderwijs. Maar als je wilt maken in de klas, dan heb je een leerkracht nodig die hier affiniteit mee heeft en voldoende kennis en ervaring. Want het is natuurlijk best spannend om je leerlingen aan het werk te zetten met allerlei gereedschap en ze veel vrijheid te geven in de opdracht. Aanbieden op de Pedagogische Academie dus! En dat is wat we doen bij de Hanzehogeschool Groningen.

En daar was ie dan, op Twitter: de Maakchallenge 2018 van het Platform Maker Education. De perfecte opdracht om toekomstige leerkrachten, de eerstejaars studenten, kennis te laten maken met techniek. Hoe? Met maker education! Een paar kleine aanpassingen en hij was klaar voor gebruik. De grootte en vorm van de doos hebben we vrij gelaten (wat resulteerde in een kettingreactie in een doos van 1 x 2 meter…) en de voorwaarde dat er een koppeling met de vakinhoudelijke kennis en met de ontwerpcyclus moest zijn is toegevoegd. Vakinhoud leer je tenslotte het beste wanneer kennis wordt toegepast.

 

Naast een heldere opdrachtbeschrijving was er ook een voorbeeld nodig. Natuurlijk is er genoeg te vinden op internet, maar het is natuurlijk veel leuker om er één in de klas te hebben. Kim (collega uit het atelier) ging er mee aan de slag. Bij het maken liep ze tegen problemen aan die weer werden opgelost. Mooi! Hierdoor konden we de opdrachtbeschrijving nog verder aanscherpen. En zo werd ook het idee geboren dat het leuk zou zijn om de doos een thema te geven. Geen vereiste, maar misschien wel bonuspunten.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

De opdracht werd goed ontvangen door de studenten! Hier en daar wat onzekerheid: ‘Ik ben helemaal niet technisch’ en ‘Ik denk niet dat ik dat kan.’ Geeft allemaal niks! We gaan gewoon aan de slag en we bieden ondersteuning waar nodig. Maar leer vooral ook van elkaar! De kettingkaartjes en het ontwerpvel werden uitgedeeld en de studenten gingen hard aan het werk om het eerste ontwerp op papier te zetten. Wat opviel is dat de ene klas (student) veel houvast had aan de uitgedeelde kettingkaartjes, maar dat het bij de andere klas (student) juist zorgde voor een soort remming in creativiteit. Iets om rekening mee te houden bij de instructie. De kaartjes kun je gebruiken ter inspiratie, maar kijk ook op bijvoorbeeld YouTube naar verschillende Rube Goldberg machines en nog belangrijker: wees creatief!

 

‘Mogen we ook buiten de doos beginnen? Kunnen we ook carbid gebruiken? Wij willen graag een vulkaan maken met bakpoeder en azijn! Als we nou een heel scherp mes laten vallen op deze ballon! Zou een boek zwaar genoeg zijn om ervoor te zorgen dat de schaar dit touw doorknipt?’ Veel ideeën, goede maar ook minder succesvolle. De voorraad kosteloos materiaal in ons atelier werd goed gebruikt. En ook de apparaten zoals de kolomboor, de elektrische zaag, de bandschuurmachine, de soldeerbout en allerlei verschillende gereedschappen kwamen uit te kast. De opdracht bleek precies te doen wat wij voor ogen hadden. Studenten verdiepen zich in de vakinhoud. Ze leren over hefbomen, pneumatiek, materialen, vormen, verbindingen, energieomzettingen etc. Ze leren gebruik te maken van verschillende apparaten en gereedschappen. Daarmee overwinnen ze (soms) angsten waardoor ze dit straks ook eerder in de basisschool gaan uitvoeren met de leerlingen. Want eerlijk is eerlijk: als je zelf nog nooit een boormachine hebt vast gehouden, dan ga je dat waarschijnlijk ook niet met de leerlingen in je klas doen.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Dat kennis over de vakinhoud echt nodig is bleek ook uit de discussies die de studenten met elkaar hadden over de kettingreactie. ‘Als je nou die dinges beweegt dan gaat ie dat doen en raakt ie dat andere ding die weer zo gaat bewegen.’ Erg verwarrende gesprekken. Die technische woordenschat moet dus uitgebreid worden. Een mooi link met taal en iets om aandacht aan te besteden in de lessen. Het idee om een thema in de doos te verwerken bleek ook direct een klein probleem te zijn. Veel studenten begonnen met het mooi maken van de doos. Er werd volop geverfd en met glitters gestrooid waardoor de eigenlijke opdracht, het maken van een werkende kettingreactie, een beetje naar de achtergrond verdween. Dit leverde aan het eind weer veel stress op want er was te weinig tijd! Aandachtspuntje voor volgend jaar dus: eerst je kettingreactie werkend krijgen en dan pas bezig met het uiterlijk.

 

De weken vlogen voorbij. Waar je eerst nog vooral gefrustreerde geluiden hoorde veranderde dat langzamerhand in geluiden als ‘Woohoooo!’, ‘Yes!’, ‘Jippie hij doet het!!’. Het hielp ook dat onze ateliermedewerkers Kim en Irene steeds klaar stonden om net even dat extra zetje te geven om de studenten verder te helpen. En gisteren was het dan eindelijk zover: de eindpresentaties.

Bijna 40 kettingreacties stonden klaar in het atelier om gestart te worden. De spanning was voelbaar. Tafels werden beschermd zodat er niet per ongeluk tegenaan gestoten werd. Dominosteentjes werden in positie gebracht. Ballonnen werden opgeblazen en er werd nog snel gezocht naar een aansteker voor de waxinelichtjes. ‘Het lijkt wel een Science-fair mevrouw, net als in die Amerikaanse high school films.’ En zo was het ook. Iedereen was stil en keek aandachtig naar de kettingreacties van medestudenten. Wanneer ze aan de beurt waren vertelden ze vol trots over hun eindproduct. Niet alles liep soepel, soms moest er even een knikker aangetikt worden. Maar gelukkig hebben ze ook allemaal een slow motion filmpje ingeleverd van een goed werkende kettingreactie. Dus dat komt helemaal goed met de beoordeling.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Wat een geweldige opdracht was dit. Een blijvertje in onze Science lessen op de Pedagogische Academie. Niet alleen omdat ze veel kennis en ervaring op hebben gedaan, maar ook omdat het zelfvertrouwen van de studenten hierdoor een enorme boost heeft gekregen. Astrid en Per-Ivar, bedankt voor het opzetten van deze maakchallenge!

 

Op de hoogte blijven? Volg mij/ons op Twitter: @josina_koning / @HanzePA

 

Fablearn: grootste maakfestival van Nederland!

Op 28-30 September organiseert MakerEducation.nl de Fablearn Conference en Eindhoven Maker Faire 2018. Deze dagen geven we het beste uit het maakonderwijs en de Nederlandse maker movement een podium. Want maken, creativiteit en nieuwe technologie verdienen een permanente plek in het onderwijs. 

Fantastische (inter)nationale sprekers, hands-on workshops, exportsessies, heel veel vrolijke makers! Klik hier voor een uitgebreide beschrijving.

Voor al mijn maakvrienden alhier: Koop nu je Early Bird kaartjes met korting! 

Koop hier je tickets en gebruik de kortingscode onderwijspartners 

Coolest Projects International Dublin

Mijn naam is Marloes van der Meulen. Oprichter van CoderDojo in Wommels (2014) en Raspberry Pi Certified Educator. Ik geef maak- en programmeerlessen op scholen, bij bibliotheken en cultuurinstellingen. Graag vertel ik in dit blog over het bezoek wat ik samen met mijn kinderen bracht aan Coolest Projects International in Dublin op zaterdag 26 mei 2018.

Coolest Projects International is een evenement wat in 7 jaar tijd is uitgegroeid tot een groot inspiratie- en maakevent voor kinderen tussen de 7-17 jaar: A world-leading showcase that empowers and inspires the next generation of digital creators, innovators, changemakers and entrepreneurs!” De organisatie is in handen van de CoderDojo Foundation.

De projecten zijn verdeeld in verschillende categorieën zoals hardware, scratch, websites, apps en games. Aan het einde van de dag worden er in diverse categorieën awards uitgereikt tijdens een gezamenlijke afsluiting.

Deelnemers nemen in hun eigen omgeving deel aan een CoderDojo, Code Club of Raspberry Jam en laten op deze dag aan elkaar zien wat ze gemaakt en geleerd hebben. Dit jaar waren er 1.000 kinderen met zo’n 700 projecten afkomstig uit 15 landen. Vorig jaar was ik er met mijn oudste zoon en hij vond het de mooiste dag van 2017. Dat wilde Niels, onze jongste zoon van 11, dit jaar ook meemaken!

Daar gaat wel wat aan vooraf…

Het afgelopen halfjaar werkte hij aan zijn project: een “mini smart home”. Een project waar alles in zat, teleurstelling, succes, werkende dingen die kapot gingen en het huis onderging meerdere gedaantes.

Bijna alle ideeën die hij aan het begin had, bleken niet haalbaar. Zo wilde hij graag een filmpje op een 1,4 inch scherm tonen met een Raspberry Pi Zero. Hij is er zelfs een dag voor naar mijn broer geweest. Lukte niet. Dan maar geen tv in huis! Een mini haardvuur in de schouw met een servo, crêpepapier en een ledje. Lukte niet. Uren (samen) YouTube kijken, testen en weer doorgaan.

Uiteindelijk vonden we bij de Action een letterbak in de vorm van een huis. Het huis bleek precies in de deksel van een iPad doos te passen, daardoor ontstond er een tuin! Mijn man deed een oproepje op zijn werk, Niels kreeg 10 reservedozen. Altijd fijn om achter de hand te hebben. Toen stond de basis en zag hij het voor zich. De Raspberry Pi Zero werd gebruikt voor een securitycamera en timelapsein ‘het kantoor’. Met een Arduino, een keypad en een lcd scherm maakte hij een de deurvergrendeling. Een temperatuur- en luchtvochtigheidssensor verwerkte hij in de tuin (ook met een Arduino). Bijna alles gekoppeld aan apps op zijn telefoon via bluetooth. Als je op de deurbel drukt, krijgt hij een sms ‘please open the door’. Het zonnepaneel op het dak zorgt voor de ledverlichting. Tot slot creëerde hij een disco op zolder. De inrichting van het huis printte hij met de 3D-printer. Een stukje nepgras in de tuin zorgde ervoor dat alle apparatuur netjes weggewerkt werd. Het huis was niet helemaal af, Niels had nog meer ideeën, maar het was tijd om naar Dublin te gaan! Voor vertrek maakte Niels nog een filmpjemet de app Quiken een infographic met Canva.

Het is zover: CoolestProjects International
We zijn al vroeg aanwezig, zou alles nog werken? Wat vinden ze van mijn project? Hij zet alles klaar en sluit de stekkers aan. Alles doet het! Vanaf dat moment is het alleen maar 100% genieten. Op je toegangskaart staat hoe laat je de jury kunt verwachten. Je vertelt over je idee en laat zien hoe het werkt. Zijn juryleden zijn Bill Liao (1 van de oprichters van CoderDojo) en Philip Colligan (CEO Raspberry Pi Foundation). Hij vertelt trots over zijn werk en wordt verlegen van de complimenten, ze zijn onder de indruk! In de loop van de dag laten we hem zien dat zijn huis ook online veel aandacht krijgt!

Er is meer te doen op Coolest Projects

Wat dacht je van een les: “hoe open ik hangsloten”? Een zaal vol met Arcade-games, oefenen met een levensgroot breadboard, een escaperoom, workshop Led wearables maken, een les dronevliegen, spelen met diverse robots en Minecraft. We komen tijd te kort. Als het lawaai en alle indrukken je te veel worden, dan kun je terugtrekken in een geweldige prikkelvrije ruimte.

Coolest Projects omarmt je en geeft je zelfvertrouwen een enorme boost. Zowel deelnemers als ouders/begeleiders ontmoeten gelijkgestemden en je vertrekt met een hoofd vol nieuwe ideeën! Het blijft bijzonder om te zien wat er op zo’n dag gebeurd en wat het met je doet…. Meer over Coolest Projects lees je hier en hier.

Niels was van plan om zijn project te ontmantelen en de verschillende onderdelen een plek te geven rondom en in ons huis. De tip van Per-Ivar om zijn huis te laten zien op de makerfaire in Eindhoven bracht hem aan het twijfelen. Misschien toch doorbouwen en in september zijn huis ook aan Nederlandse kinderen laten zien? En lukt het in de komende periode om een tv aan te sluiten? In september weten we het!

CoderDojo Nederland heeft (voorzichtige) plannen om ook in Nederland een Coolest Projects event te organiseren. Wil jij meehelpen of meedenken? Stuur dan een berichtje naar contact@coderdojo.nl.

Koop nu je early bird kaartje voor het grootste Maakfestival!

Van 28 september t/m 30 september vindt het grootste Maakfestival van Nederland plaats in Eindhoven. Ontdek wat meer dan 250 creatieve makers te bieden hebben, ga zelf aan de slag tijdens een maakworkshop of bezoek een masterclass van een internationale spreker voor inspiratie over maakonderwijs. De ticketverkoop is nu van start, met een speciaal tarief voor vroege vogels!

Drie dagen lang geven we het beste uit het maakonderwijs en de Nederlandse maker movement een podium.

Vrijdag 28 september FabLearn onderwijsconferentie

Het festival wordt op vrijdag 28 september afgetrapt met de eerste Nederlandse FabLearn-conferentie. Het evenement nodigt mensen uit onderwijs, beleid en wetenschap uit om kennis te maken met maakonderwijs en ervaringen uit te wisselen. Het doel is maken, creativiteit en nieuwe technologie een permanente plek in het onderwijs te geven en ieder kind de kans te geven de uitvinder in zichzelf te ontdekken. Samen met innovatieve professionals die met handen, hoofd en hart vorm geven aan de wereld van morgen. Het onderwijsprogramma wordt verzorgd door MakerEducation.nl en FabLearn, een initiatief van Stanford University. In het kader van dit evenement, is een Maakchallenge uitgezet op scholen (PO en VO) en er worden vouchers uitgegeven aan het onderwijs voor een bezoek aan een Fablab in de buurt.
Informatie en tickets FabLearn onderwijsconferentie

Zaterdag 29 & zondag 30 september Eindhoven Maker Faire

Aansluitend is er op zaterdag 29 en zondag 30 september een landelijk evenement voor jong en oud. Eindhoven Maker Faire is een gezinsvriendelijk festival dat de afgelopen jaren door meer dan 10.000 mensen bezocht werd. Tijdens dit festival staan uitvinding, creativiteit en vindingrijkheid centraal. Je kunt er aan de slag met 3D-printers, robots maken en besturen, upcycling, voedsel maken, hacken, installaties bouwen en deelnemen aan workshops, masterclasses en ontmoetingen. Van entertainment tot installaties, alles is zelfgemaakt.
Tickets voor de Maker Faire Eindhoven