Raspberry Pi vs Arduino

Bij de meeste Arduino workshops die ik geef, wordt gevraagd wat nu precies het verschil is tussen een Arduino en een Raspberry Pi (RPi). Het gegeven antwoord: “De RPi is veel meer een computer dan de Arduino en kan dus ook andere dingen dan alleen in en output pinnen aansturen”. Maar veel verder kwam ik niet met mijn uitleg. Anders dan voor het opzetten van een eigen mediacenter (die echt super is en ik elke dag gebruik), had ik de RPi niet gebruikt. In Nederland zijn er nog geen echte workshops RPi. Toen de mogelijkheid zich voor deed om een tweedaagse cursus te volgen in Engeland (picademy, gesponsord door Google), heb ik die dan ook maar met beide handen aangegrepen. De doelen voor mij voor deze cursus:

1 ervaring opdoen met de RPi,

2 de RPi vergelijken met de Arduino,

3 de didactische meerwaarde van de RPi voor het Nederlands onderwijs te onderzoeken,

4 de mogelijkheden voor een workshop RPi in Nederland te onderzoeken,

5 uitkomsten te rapporten aan de makers in Nederland zodat ook jullie een keuze kunnen uit de verschillende platforms.

cybnkezweaaulsg-jpg-largeBeginnend met punt vijf, werk ik elk doel hieronder uit.

1) Van te voren had ik mij aardig ingelezen over de diverse mogelijkheden van de RPi. Onder een van de geraadpleegde bronnen zat ook de gratis Magpi education. Een aantal van de programma’s die naar voren kwamen in het blad, had ik al verder uitgewerkt voor een eigen project.

Op dag 1 van de cursus werd er voornamelijk gewerkt met de tutorials die in de Magpi beschreven staan. Zo werkten we met SonicPi, Python in combinatie met GPIO (ledjes aansturen en bedienen van een camera) en Python in combinatie met Minecraft. Voor mij was het jammer dat het programmeren niet zo ver ging en dat mijn voorbereiding eigenlijk te goed was.

Op dag 2 moesten we aan een eigen bedacht project werken. Dit gaf de mogelijkheid om de diverse mogelijkheden verder te verkennen. Zo was er een informatica docent die minesweeper maakte in Minecraft. Als project probeerde ik de Arduino te laten communiceren met de RPi. Dit werd helaas vaak verhinderd door een power shortage waardoor de RPi herstartte.

Al met al heb ik wel ervaring opgedaan en gezien wat je met een RPi kunt, maar naar mijn idee had dit ook in de helft van de tijd gekund.

2) Zowel de RPi als de Arduino hebben voor- en nadelen. De Arduino is uitstekend geschikt om te leren hoe physical computing werkt vanuit de basis: het direct uitlezen van elektronica. Het verwerken van data in grafieken etc. vereist dan wel altijd weer een computer. De RPi is goed geschikt als computer. Je kunt er diverse programma’s op installeren en gebruiken. Maar voor het uitlezen van elektronica is de RPi naar mijn idee minder geschikt. Door het ontbreken van een analoge pin (wel mogelijk met een explorerhat, een uitbreiding voor ongeveer €15,-) moet je elektronica op een andere manier uitlezen. Daarnaast maak je bij het programmeren in Python veelal gebruik van voorgeschreven code. Naar mijn idee zie je dan nog steeds niet goed wat er in de microcontroller gebeurt en hoe de pinnen aangestuurd worden. Vergelijk de twee onderstaande code maar eens met elkaar: if(digitalRead(button)==HIGH){} (arduino) button.wait_for_press(): (RPi)

Ik houd het dus maar bij de Arduino in mijn lessen natuurkunde, maar voor leren programmeren wil ik best een keer wisselen naar RPi.

3) De meerwaarde van de RPi ligt vooral bij het leren programmeren. Als docent kun je zelf de goedkope computer (€35,-) beheren, programma’s installeren, en een nieuwe Operating System opzetten als er iets fout gaat. Ook kunnen diverse programma’s gecombineerd worden. Een combinatie van sonicpi, python en minecraft geven samen een meer gamegevoel aan minecraft doordat het interactiever wordt. Zo kun je met sonicpi achtergrond muziek afspelen en een geluidje afspelen als je karakter springt. Ook kun je games ontwikkelen in minecraft met behulp van python.

Voor natuurkunde zie ik wel de mogelijkheden om data eenvoudig te verkrijgen, te verwerken en door te sturen. Maar met behulp van een photon, zusje van Arduino, kan dit ook eenvoudig verwezenlijkt worden en heb je de voordelen van een grote en krachtigere computer weer tot je beschikking. Overigens zijn de genoemde programma’s niet alleen voorhanden op de RPi maar kun je daar ook een gewone computer voor gebruiken.

4) Door de vele programma’s die al op de RPi staan, is het lastig om focus aan te brengen in een workshop. Als workshopleider kun je nooit alle vragen aan, omdat die alle kanten op kunnen gaan. Ook mijn vragen tijdens de cursus konden alleen door de aanwezige programmeurs (en ook niet allemaal) beantwoord worden. Dit maakt het organiseren van een workshop waarin iedereen geholpen wordt met zijn/haar hulpvragen lastig. Wel zou een algemene indruk gegeven kunnen worden wat je met de RPi kunt doen. Als deelnemer kun je dan thuis verder met het ontwikkelen van expertise. Als je zoiets ziet zitten, laat het maar weten en kan ik kijken wat er gedaan kan worden. Ik heb overlegd met picademy, maar zij zullen niet naar Nederland komen.

Al met al was het een aardige nascholing die wat mij betreft zeker in de helft van de tijd kon. De raspberry pi is een aardig computertje waarmee je prima leerlingen kunt laten klooien. Maar voor de natuurkunde les zie ik op dit moment weinig meerwaarde t.o.v. de goedkopere Arduino.

Wat leren ze dan?

Op de conferentie #fablearn werd vastgesteld dat het maakonderwijs toe is aan een volgende fase. Na veel proberen, vrijheid en plezier moeten we ook moeilijke vragen onder ogen zien. Hoe verhoudt maakonderwijs zich met een curriculum bijvoorbeeld. Wanneer je er Papert op naslaat, of wanneer je het aan Gary Stager vraagt, is het antwoord duidelijk. Het is eerste wat je zou moeten doen wanneer je leerlingen echt wil laten leren, is het curriculum uit het raam gooien. Een interessant idee. Maar niet mijn werkelijkheid. Ik voel die aantrekkingskracht van revolutie best wel eens! Toch kies ik voor evolutie. Gewoon omdat er teveel niet duidelijk is en de inzet, de ontwikkeling van leerlingen, te groot is. Ik ben ook gewoon gek op het systeem. Voor mij is maken een manier voor mijn leerlingen om zich te uiten. Om hun ideeën naar buiten te brengen.

Do away with curriculum. Do away with segregation by age. And do away with the idea that there should be uniformity of all schools and of what people learn. – Seymour Papert

In deze blogpost beschrijf ik een aantal manieren waarop maakonderwijs ingezet kan worden. Het prachtige van onderwijs is dat het een oneindige hoeveelheid tinten grijs heeft. Bij het maakonderwijs is dat niet anders. Misschien is het wel sterker, we vieren de diversiteit heel graag. Voor dit soort blogposts is het wel een probleem. De indeling die ik hier kies is niet precies en dient alleen maar als aanknopingspunt om te kunnen beginnen of om er discussie over te kunnen voeren. Wanneer ik kijk naar de vele verschillende projecten, die ik heb langs zien komen, die op mijn school draaien, kun je grofweg drie categorieën onderscheiden. Opdrachten waar leerlingen vrij worden gelaten, opdrachten met een helder kader waarbinnen vrijheid is en het volgen van recepten en/of handleidingen. Hier is de vrijheid van de leerling laag. Je zou maakopdrachten langs deze as van oplopende vrijheid kunnen indelen. De grenzen zijn natuurlijk vloeibaar maar ik sta stil bij deze drie: vrijheid, kaders en recept. Je zou het het ‘hoe’ van het leren kunnen noemen. Omdat curriculum gaat over wat (“Wat leren ze dan?”) neem ik dat ook mee.

Bij elke categorie sta ik stil bij het hoe en bij het wat, geef ik voorbeelden van projecten en geef een aanzet voor een beoordeling.

Vrijheid

De opdrachten waar de vrijheid het grootst is zijn opdrachten waarin leerlingen maken wat ze willen. Het maakt niet uit wat het is, je maakt wat je zelf wil. We hebben vaak maar één restrictie: het moet een werkend product opleveren. Je zou kunnen zeggen dat je bij dit type opdracht niet weet hoe er geleerd wordt, maar je weet ook niet wat er geleerd wordt. Dat er geleerd wordt is vaak wel helder. Bekijk het onderstaande filmpje van The Children’s Museum in Pittsburg maar eens.

Curriculum

Dit staat natuurlijk haaks op een curriculum. Ik vermoed dan ook dat Papert een Stager met dit idee over onderwijs praten. Toch heeft het ook z’n waarde voor een onderwijsprogramma met een curriculum. Het leren vindt op allerlei niveaus plaats: kennis, vaardigheden en metavaardigheden. Overigens hebben de leerlingen wel vaardigheden en kennis nodig om te kunnen starten. Het probleem is dat je wanneer je leerlingen de vrijheid geeft je van te voren niet weet waar het leren plaats vindt en wat er precies geleerd wordt. Een ander probleem is de factor tijd. Omdat er veel verschillenden projecten zijn is het slecht in de hand te houden qua tijd. Deze manier van leren leent zich misschien wel het slechtst om pure kennis over te dragen. De kwaliteit van leren is daarentegen vaak wel hoog. Ze leren echt heel goed van dit soort projecten. Het zou een onderzoek waard zijn maar ik denk dat het langetermijngeheugen vaker wordt aangesproken.

Gezien de tijd en de onzekere opbrengst is het ook zoeken naar plekken binnen het curriculum. Wij gebruiken dit soort opdrachten aan het eind van een traject. Zoals de laatste module bij NLT: de meesterproef (2015 en 2016). Door handig de modules te kiezen (exameneisen afgedekt) hebben we aan het eind zo’n tien weken ‘over’ om ons eigen programma te volgen. Leerlingen maken iets wat ze willen en waar een uitdaging inzit. Zo kunnen laten zien wat ze hebben geleerd.

Het mooiste van dit soort opdrachten is de motivatie. Die is vaak extreem hoog. De efficiënte puber hebben we vaak zien veranderen in een hardwerkende kluizenaar zonder horloge. Het is misschien wel hét smeermiddel om tot leren te komen. De heilige graal van het onderwijs, motivatie.

Het is overigens wel een kunst om leerlingen tot een goed een haalbaar project te brengen. Vooral leerlingen die baat hebben of gewend zijn aan een duidelijke structuur hebben problemen met dit soort opdrachten. Het is een kwestie van zelf veel doen. Hierdoor zijn dit soort projecten vaak slecht overdraagbaar. Door ervaring hebben we een richtlijn. We zorgen dat het idee van een leerling haalbaar is en daarna schaalbaar (groter, gekker, beter, mooier…). Docenten kunst hebben vaak een schat van ervaring met dit soort processen en zijn dan ook een rijke bron om raad te plegen.

You don’t teach the maker mindset. The practice creates the mindset. – Dale Dougherty

Met dit soort opdrachten werk je vaak ook aan een cultuur binnen school. Omdat je als docent ook niet alles weet deel je je leerstrategien met je leerlingen, gebruik je andermans expertise (collega, extern, leerlingen) en staat het leren echt centraal. Het is prachtig om te zien dat leerlingen zelf om feedback vragen, elkaar helpen en vooral volhouden om iets voor elkaar te krijgen. Er is focus.

Beoordelen

Het boordelen is vaak lastig. Hoe vang je een proces waar je van te voren niet weet hoe en wat? Voor de meesterproef gebruiken we een matrix.

eindbeoordeling-meesterproef

Hierbij stelt één as de uitdaging voor (de opdracht luidt: “maak iets waar een uitdaging in zit“), de andere as is het product zelf. Je zou kunnen zeggen dat de ene as het “hoe” en de andere het “wat” voorstelt zonder dat het verder goed is in te delen. Het zijn vaak beschrijvende termen die je gebruikt. We geven de beoordeling vooraf en het werkt eigenlijk heel goed. De leerlingen kunnen hun proces vaak goed duiden. Door een matrix te gebruiken kun je ook goed de leerlingen vergelijken door ze allemaal in dezelfde matrix uit te zetten. Kloppen de onderlinge verhoudingen? Het zijn vaak goede gesprekken.

Samenvattend:

  • motivatie is heel hoog.
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is lastig en kost tijd.
  • goede basis nodig: kennis, vaardigheden.
  • op gespannen voet moet het curriculum: tijd en beoordelen.
  • de opbrengsten zijn vooraf onduidelijk.
  • slecht overdraagbaar.

Kaders

Wedstrijdjes zijn vaak voorbeelden van maakopdrachten die wat meer ingekaderd zijn. Eén van de langstlopende opdrachten op de Populier, makered avant la lettre, is de muizenvalautorace. Al vijftien jaar maken de eindexamen leerlingen met natuurkunde in het pakket een auto die de energie van een veer uit een muizenval aangedreven wordt. De opdracht is weer simpel: maak een auto die het verst komt met de energie een muizenval. Anders dan opdrachten met totale vrijheid, is hier de opbrengst en eigenlijk ook de beoordeling (de uitslag van de wedstrijd) helder. Er is nog steeds heel veel vrijheid: je bepaalt zelf hoe je de auto maakt. De motivatie voor dit soort opdrachten is hoog. Met wedstrijden is het wel uitkijken, niet alle leerlingen zijn competitief ingesteld. Dit is makkelijk op te lossen door verschillende ‘prijzen’ te hebben. Beste ontwerp, mooiste product, al is dat weer lastig te beoordelen. Een mooi voorbeeld van een race waarbij veel meer leren heeft plaatsgevonden dan alleen het maken van het autootje, is de Nerdy Derby van Jaymes Dec. Kijk hier voor het prachtige project. (inclusief al het materiaal)

 

Curriculum

Het kan ook nog meer naar het curriculum toe. Je kunt het hoe of het wat vastleggen. Maak een product waarmee je de functies van de lever duidelijk maakt aan een klasgenoot. Dit is een voorbeeld van een maakopdracht waarbij het wat, vast ligt. De functies van de lever is gewoon kennis die je normaal ook zou behandelen bij biologie. Je kunt dit vervangend gebruiken.

Beoordelen

Het beoordelen kan weer met een matrix waarbij je nu een as veel beter kunt beoordelen. Zijn de functies (spreek er bijvoorbeeld 5 af) uitgelegd, dan verdien je een punt. Het product kan weer op de andere as. Hier zal het weer meer beschrijvend zijn, bijvoorbeeld slecht naar goed.

beoordeling-maak-een-animatie

Naast het wat kun je ook het hoe vastleggen. Maak een animatie met scratch waarmee je de signaaloverdracht in zenuwcellen duidelijk maakt. Naast het wat ligt nu ook het hoe vast. Je moet scratch gebruiken. Je zou met de klas vooraf kunnen vaststellen waarop je gaat letten. Als voorbeeld hier de matrix gebruikt bij een NLT module. De leerlingen hadden verschillenden niveaus van voorkennis (wel biologie/geen biologie) maar moesten allemaal weten hoe signaal overdracht werkt. Door deze opdracht waren alle leerlingen actief (motivatie), hebben ze allemaal wat geleerd en helpen de animaties mij als docent om inzicht te krijgen op welk niveau ze zitten. Doordat het hoe en wat vastligt is deze opdracht ook makkelijker te beoordelen en over te dragen.

Samenvattend:

  • motivatie is hoog
  • creëert een cultuur van leren.
  • begeleiden is makkelijker.
  • past makkelijker in het curriculum maar tijd blijft een aandachtspunt.
  • goede basis minder een noodzaak, die bouw je op.
  • een deel van de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • goed overdraagbaar.

Recept

Bij recepten of handleidingen is het leren vaak lineair. Je weet wat ze leren, vaak in opeenvolgende stappen, en het hoe staat ook vast. Recepten is een goede manier om vaardigheden, technieken en basiskennis aan te leren. Omdat de opbrengst vaak zo uniform is wordt het ook vaak ingezet wanneer de veiligheid belangrijk is. Om te leren solderen bijvoorbeeld. Motivatie is vaak wel een probleem. je zal aan je leerlingen duidelijk moeten maken waarom ze dit moeten leren.

Curriculum

Omdat recepten zo duidelijk zijn in hoe en wat vind je ze veel terug in een regulier curriculum. Waneer je aan maakonderwijs wilt ga doen is makkelijk om nieuwe techniek en vaardigheden in het curriculum te plaatsen. Programmeren, solderen, digitaal ontwerpen, je kunt ze allemaal met handelingen bijbrengen en ergens onderbrengen. Het maakt dat het ook uitstekend overdraagbaar is. Het is niet voor niets dat je juist veel handleidingen voor vaardigheden op internet vindt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de classes van Instuctables.

 

 

Het is natuurlijk mooier wanneer leerlingen zelf de noodzaak voelen om te leren. Vaardigheden en recepten kunnen vaak makkelijk naar een opdracht met kaders worden gebracht.

Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee. – Antoine de Saint-Exupéry

Voor het programmeren in Scratch heb ik handleidingen klaarliggen voor leerlingen die vastlopen. Daarnaast zijn er leerlingen die zelf Scratch leren door te proberen, gebruiken ze elkaar of mensen buiten het lokaal via internet (fora, youtube). Omdat ik er niet op uit ben om leerlingen te leren programmeren; ik wil dat ze hun ideeën leren uitdrukken; is het niet zo erg dat ze zelf hun routes volgen. Wanneer je zeker wil weten dat ze allemaal een voorwaardelijke loop begrijpen, zal je wellicht een andere strategie moeten kiezen. Het plaatsen van vaardigheden in een groter project is een goede manier om het motivatieprobleem op te lossen. Bij een project LED-objecten is de opdracht het maken van een object dat licht geeft. De leerlingen krijgen eerst allerlei gave voorbeelden te zien en gaan daarna aan de slag met een standaardpracticum waarmee ze serie- en parallelschakelingen maken. Daarna mogen ze hun eigen idee najagen en de kennis toepassen.

Beoordelen

Het beoordelen is vaak goed te doen. Afvinken, rubrics, cijfers, het kan allemaal makkelijk wanneer het wat en hoe vastliggen. Doordat recepten vaak lineair zijn lenen ze zich ook goed als as in de matrix die we bij kaders een vrijheid gebruiken. Zo kun je bijvoorbeeld vaardigheden eerst los aanleren, daarna in een project laten terugkomen en vervolgens indirect een rol laten spelen wanneer leerlingen de vrijheid krijgen. Wanneer je goed kunt solderen ben je eerder geneigd die vaardigheid te gebruiken in een project. Wanneer je goed kunt solderen zal je product ook beter werken.

Samenvattend:

  • motivatie is laag
  • creëert een gemeenschappelijke basis.
  • begeleiden is makkelijk.
  • past goed in het curriculum.
  • goede basis geen noodzaak.
  • de opbrengsten zijn vooraf duidelijk.
  • uitstekend overdraagbaar.

Deze blogpost is hopelijk een aanzet tot delen van ervaringen en een discussie over lastige vragen rond maakonderwijs. We willen proberen de komende tijd een aantal posts te schrijven rond het beginnen met maakonderwijs. Dus, doe mee, denk mee en klim in de pen!

Per-Ivar Kloen

Maken met NASA

jplNASA Jet Propulsion Laboratory maakt de raketten voor al die coole missies die NASA uitvoert. Deze dames en heren doen heel moeilijke dingen. Niet voor niets luidt de uitdrukking voor iets dat niet heel ingewikkeld is:

It’s not Rocket Science!

Daarmee suggererend dat dat pas echt moeilijk is. En dat is ook zo.

De mensen die daar werken zijn in feite de ultieme makers. Dat wat zij maken moet echt werken, en soms hangen er zelfs levens vanaf. Dat is, kortom, aan de andere kant van het spectrum van de swagometer bijvoorbeeld.

Toch zijn deze makers ook vrolijke makers die maken niet alleen maar zien als werk maar bij wie dat meer is. Dat laten ze in onderstaande filmpjes heel goed zien. Voor de zesde keer, zo schijven ze, hielden de secties 352 en 355 hun jaarlijkse Pompoen-snij-wedstrijd. En dat pakken ze heel serieus en vrolijk aan!

rolf-hut-knotgekke-surpises-high-200x312Weer een mooi voorbeeld van een traditie, Halloween, waarbij Maken een belangrijke rol speelt. In Nederland breekt binnenkort weer de Sinterklaastijd aan en gaan we en masse (doen we dat nog) surprises maken. Lees het pleidooi van oud kamerlid Anne-Wil Lucas hiervoor nog eens. Vrolijke maakwedstrijdjes, evenementen. Daar zijn er echt veel te weinig van! Check ook het nieuwe boek Knotsgekke Surprises van Rolf Hut met illustraties van Marten Hazelaar.

Makers van alle soorten en maten, leeftijden, kennis, kunde en vaardigheden hebben vaak één ding gemeen: het plezier dat ze hebben in het maken en daarna tonen van hun product!

 









Kritiek op Maker Education

We zeggen het vaak tegen onze leerlingen: door kritiek word je sterker, beter. En dus verwelkomen we een kritisch stuk. In onze schoot geworpen door Jelmer Evers:

Nancy Bailey is, zo lees ik op haar site,  een schrijver die zich sterk maakt voor Public Schools (de alleen maar door de overheid gefinancierde schoolsoort, tegenhanger van de Charter Schools, die ook privaat worden gefinancierd) en Speciaal Onderwijs. Ze is docent geweest en hoofd van een school en is gepromoveerd op het gebied van Educatief leiderschap.

Het is een zeer kritisch stuk. Ze stelt als eerste vast dat Maken een grote vlucht aan het nemen is in de Verenigde Staten: 1400 scholen in 50 staten bij elkaar een miljoen leerlingen (van de vijftig miljoen). Als ik het goed lees heeft ze vier belangrijke kritiekpunten:

1 We weten niet goed of het werkt, Leren door maken en leertijd is schaars. Maken kan nooit het formele leren vervangen.

But if schools incorporate just making projects, when will students formally study biology, chemistry, physics and other sciences and subjects? What about social studies, civics and P.E?

Ik ken de situatie in de VS natuurlijk niet precies maar dit lijkt me wat overdreven. De Maker Educators uit de VS die ik ken, zullen helemaal niet alles willen vervangen door Maker Education. En wij hier in Nederland al helemaal niet. Zoals ik vaak zeg een schrijf, zoeken we naar de goede plaatsen om Maken een plek gegeven. Formeel leren blijft belangrijk.

2 Iedereen kan Maker Educator worden en dat is niet goed voor de beroepsgroep.

With the Maker Movement, anyone with a craft or skill can be considered a teacher. The Internet is rampant with people excited to share their novel Maker Movement ideas. Credentialing falls by the wayside. Even students can teach other students.

Het is belangrijk, vind ook ik, dat de beroepsgroep beschermd wordt. Niet iedereen is een leraar. Dus dat is een goed punt. Ik zie alleen nog helemaal niet dat dit aan het gebeuren is. Bijna alle Maker Educators die ik ken, hebben een formele Lerarenopleiding gehad in een of ander vak. ook de Amerikaanse. Lijkt me in ieder geval dus nóg niet een probleem. De angst voor een leraar voor een miljoen leerlingen is voor wat betreft Maker Education niet waar, integendeel. Zoals ik ook al zei in de Podcast, kost Maker Education juist heel veel man- en vrouwkracht! Dit lijkt me gezocht.

3 Er is een te grote invloed van marktpartijen op Maker Education

The Maker Movement relies on outside partnerships. This is privatization in action.

De eerste groep die ze noemt, lijkt me ongevaarlijk: de musea. Ik denk dat bijvoorbeeld het Exploratorium in San Francisco en NEMO hier in Nederland ongevaarlijk zijn en zelfs heel goed kunnen ondersteunen. Verder weet ik dat bedrijven inderdaad nare dingen kunnen doen. Dus wellicht is dit in de Verenigde Staten een probleem dat goed in de gaten gehouden moet worden. Het enige voorbeeld van een bedrijf dat met de Maker Movement meegroeit, is Autodesk en die doen echt goede dingen zoals Instructables.com in de lucht houden en software gratis beschikbaar stellen voor leerlingen en fablabs.

4 Er gaat geld van Public Schools naar technologie en Maker Movement producten.

The Maker-Movement has one thing in common—money-making devices and software to fill “Maker Spaces.”

Ik kan niet inschatten of dit echt gebeurt. En op welke schaal en hoe erg dit is. Het is een gerechtvaardigde zorg dat dit niet de eerste prioriteit moet hebben, lijkt me. Maar scholen maken keuzes.

In de samenvatting noemt ze bovenstaande argumenten nog eens. Het lijkt me wat voorbarig om dit zo hard te roepen. Haar laatste zin begint goed maar ontspoort volgens mij volledig, ook in de Amerikaanse context:

Students will never get back the time they had to learn, and their futures and ours could be in jeopardy.

In gevaar? Lijkt me overdreven

Arjan van der Meij

Presentatie Professor Iversen

 

schermafbeelding-2016-10-25-om-21-57-41Ole Sejer iversen is hoogleraar aan de Universiteit van Aarhus In Denemarken en momenteel voor een paar maanden met zijn gezin in Stanford CA USA. We (Per-Ivar en ik) hebben Ole al een aantal keer ontmoet. In Delft bij de promotie van Fenne van Doorn op 30 maart 2016, in begin mei bij de FablabatschoolDK conferentie in Silkeborg en Per ontmoette Ole vorige week nog op Stanford bij de Fablearn Conference. Via Facebook kwam ik zijn presentatie tegen die hij nog gaat uitspreken. In Denemarken doen ze heel serieus onderzoek aan Maken en Leren. Best een beetje jaloersmakend.tltl

Klik hier voor de oorspronkelijke plek van het bericht.

De cijfers alleen al zijn indrukwekkend:

  • 6 wetenschappers
  • 4 gemeentes
  • 30 scholen
  • 670 docenten
  • 5000 studenten
  • 60 opgeleide docenten

Het is dan ook niet gek dat er goed onderzoek uitkomt. Maar naast het onderzoek doen ze daar ook aan het uitbouwen van het gedachtegoed o.a. door middel van het mede bouwen van FABlabs op scholen en doen ze ook veel aan trainen van docenten. Al met al een zeer ideale situatie. Het onderzoek laat zien dat leerlingen Digitale fabricage best moeilijk vinden. Daar is nog veel werk aan de winkel dus. Ook (misschien is dat wel de oorzaak) missen docenten ook nog de juiste vaardigheden, technisch en didactisch, om maakonderwijs op de juiste wijze te geven. Het kader van de Design Circle kan houvast bieden.

Arjan van der Meij

President Obama: Ik ben een nerd!

Ik geef het toe: ik ben idolaat van deze man. Al zo vaak heeft hij dingen gezegd die zo raak zijn. En niet alleen over wetenschap. Maar daar weet hij ook zo precies te zeggen hoe het zit. Op 13 oktober 2016 hield de president een toespraak op Carnegie Mellon Universiteit in Pittsburgh. Het onderwerp: de toekomst van innovatie. Een prachtige toespraak die het waard is om helemaal te zien. Maar halverwege zegt hi iets moois:

Transcript:

I’m a science geek, i’m a nerd and I don’t make any apologies for it, I don’t make any apologies for it. It’s cool stuff and it is that thing that sets us apart, that ability to imagine and hypothesise and then test and figure stuff out and tinker , make things and make them better. And then break them down and rework them.

Tsja, wat moet je daar nu aan toevoegen. Hoewel. Dit is ook mooi. Obama heeft een aantal kinderen benoemd tot Kid Science Advisors. Lees hier het verslag van één van hen.

Arjan van der Meij

Podcast over Maakonderwijs

aoo_banner_v1Als eerste de Podcast van Don Zuiderman en Karen Jong, Anonieme Orang-Oetan genaamd. Don en Karen zijn een nieuwe serie begonnen. Dit was de tweede in de serie. De vorige ging over onderwijsmythes (zeer het beluisteren waard), de volgende zal gaan over Professionalisering (met o.a. René Kneyber, Jelmer Evers Frans Droog en Jaap Versfelt). En deze ging dus over Maakonderwijs.

Per-Ivar en ik togen naar Utrecht waar we in een nondescript kamertje en heel leuk en lang gesprek hadden met Don en Karen. De vragen ware scherp en kritisch en Per en ik hebben hopelijk het verhaal genuanceerd vertelt. Verder hoor je aan het begin Astrid Poot die, zoals we altijd weer merken, heel goed kan vertellen waarom maken zo goed is voor iedereen. Ook een prachtig en overtuigend pleidooi voor haar Klooikoffers. Verderop horen we Gerald van Dijk die een aantal terechte kritiekpunten naar voren brengt over met name de didactiek. Hij eindigt, als een echte gentleman met een mooi compliment over onze “cowboymentaliteit”. Rolf Hut doet (zoals vaker) het onmogelijke: drie knutselprojecten uitleggen op de radio! Verder nog een impressie van de Makersbuzz van Cubis met Lonneke Jans. Ook Juf Maike reageert vanuit het perspectief van de basisschool. De column van Don maakt het helemaal af “Meer buurmannen in het onderwijs!“.

Luister hier: 

Of beluister het via iTunes.

Arjan van der Meij

 

 

Nederlands (dag 6)

De nachten zijn weer helder en dat is goed te merken. Het is koud als ik wakker word. Mijn lichaam blijft zich verzetten tegen het andere ritme en om 04.30 uur ben ik al weer klaar wakker. Vandaag is de Nederlandse dag. Op het programma vandaag een bezoek aan Anouk Wipprecht bij Pier 9 en Corine Brouwer. Anouk behoeft geen introductie denk ik. Als dat toch zo is dan is dat een schande, klik hier om het te herstellen. Corine is een lerares scheikunde, ze woont nu een jaar met haar gezin in Californië.

Om 12.00 uur word ik bij Pier 9, de coolste makerspace ter wereld, verwacht. Nog genoeg tijd om eerst mijn koffer in te pakken en nog een broodje te halen bij, jullie raden het al, mijn vrienden van de Driftwood Deli. Terwijl ik in het zonnetje mijn broodje zit te eten, zie ik mailtjes van de andere fellows voorbij komen. We zijn allemaal trots om deel te mogen zijn van deze gemeenschap. Dat je Fablearn Fellow bent geworden is geen prijs of oorkonde. Het is een uitnodiging om samen te werken om het maakonderwijs verder te brengen. Dat is natuurlijk niet voorbehouden aan alleen fellows (hier later meer over). Om die trots te laten zien besluit ik nog een trui te kopen. Ik heb net genoeg tijd om nog even langs Stanford te gaan. Er zijn 10 verschillenden parkeervakken met allemaal eigen bordjes erboven. Ze houden hier van regeltjes. Ik parkeer mijn auto, heel illegaal, op een laden en lossen plek. Zo’n doen Europeanen dat, haha. Licht gehaast door mijn burgerlijke ongehoorzaamheid scoor ik nog een trui. Bij de kassa krijg ik uitgebreid complimenten voor mijn keuze. Ik heb weer de best mogelijke keuze gemaakt, topkwaliteit! Right.

Deze diashow vereist JavaScript.

Terug naar de auto. Ik stel de TomTom in naar Pier 9. De route voert deze keer over de 280 i.p.v. de 101. Wat een verschil! Veel minder exits, veel rustiger en het belangrijkst, veel mooier! Het is genieten, wat een geweldig landschap waar ik door heen zoef. Met de Perfect Chart van St. Paul op Spotify aan is het gewoon een feestje. Ook het laatste stukje over Front Street, waar alle pieren aan liggen, is erg mooi.

Pier 9, ik ben er. Lekker parkeren voor de deur (rib -1). Ik ben precies op tijd. Je hebt een afspraak met een Nederlandse of niet. Voor het inchecken vul je zelf je gegevens in op een touchscreen. Slim! Of de baliemedewerkster is gewoon lui. Dat kan ook. Verveeld is ze volgens mij wel. Met mij Exploratorium t-shirt aan zie ik er zeker niet genoeg start-up uit, ze kijkt me nauwelijks aan en ik krijg met een routineus handgebaar mijn sticker. Gelukkig duurt het niet lang of Anouk komt naar beneden lopen. Meteen begint ze te kletsen en vraagt ze naar mijn t-shirt. Ik hang de toerist uit, vertel ik haar. Beter de dingen goed dan half doen. Ze waardeert de grap denk ik en giechelt een beetje. We gaan in een behoorlijk tempo door Pier 9. Anouk vertelt me dat ze hier zo’n beetje dag en nacht is. Er is geen betere plek toch? Om de machines te mogen bedienen volg je classes. Wanneer je dat afrondt mag je de machine bedienen maar nooit alleen. Na kantooruren moet er een …, ik vergeet het woord. Het was een heel goed woord, laten we het op buddy houden (shoparone, thanks Anouk). Je moet dus met iemand zijn wanneer je de machines bedient. Of dat alleen voor de grote apparaten, zoals de waterjet, en mega CNC-frezen, ben ik vergeten te vragen. Maar het zit allemaal slim en logisch in elkaar. Zoals bijvoorbeeld ook de keuken. Op elk kastje staat wat je er kan vinden. Handig met zoveel bezoekers.

We lopen door en komen na wat andere ruimtes (hout- en metaalwerkplaats) aan bij de 3D-printers. Hier werkt Anouk veel mee. Haar favoriete apparaat rukt ze open om de ingewanden te laten zien. Twee koppen om mee te printen. Flexibel met hard materiaal, of verschillende kleuren, wateroplossend supportmateriaal met iets anders. Het is allemaal mogelijk op deze printer. De kwaliteit is fantastisch! Dit is 3D-printen! We hebben het even over onze moeite iets goeds te doen met de 3D-printers. Dat zijn geen 3D-printers, je kunt er niet zoveel mee, vind ze. De laatste Ultimaker is ze wel iets enthousiaster over. Maar toch, pas op de machines zoals ze bij Autodesk staan wordt het goed en bruikbaar. Als je kinderen een eerste ervaring geeft, dan moet die heel goed zijn! Een goede raad, lijkt me. Er worden veel nieuwe filamenten getest. Eén van de redenen waarom er ‘artist in resendence’ zijn bij Autodesk.

Het is weer een slim concept, mensen die de grenzen van de mogelijkheden opzoeken, met de producten aan de haal te laten gaan. We lopen verder het hart van instuctables op. De meeste bureaus zijn leeg. Ze zijn op lunchbreak. Jammer wel, graag had ik even gevraagd of ze de instuctable van Jort en Seef kennen. Die is behoorlijk populair. We stoppen bij het bureau van Shalom. Er wordt een prototype in m’n handen geduwd van een elektronica platform van Autodesk, samen met een 3D-print van de Ember. Dit is de vloeistof 3D-printer van Autodesk zelf. Indrukwekkend! We steken over en komen bij een bureau met schoenen aan. Het materiaal waar de schoenen van gemaakt zijn komt uit de 3D-printer. Twee ‘artists in resendence’ zijn met elkaar gaan samenwerken. De ene was met structuren bezig, de andere met schoenen. Zo werkt dat dus hier. De som is groter dan de delen. Het allerlaatste kamertje is van Anouk. Daar liggen allerlei spullen voor haar nieuwste jurk. Ik mag er niet teveel over zeggen (klinkt stoer toch?) maar het wordt geweldig!

Ze vertelt over haar werkwijze. Ze heeft spijt dat ze niet een grotere achtergrond in programmeren heeft. Fijn dat een formele opleiding gewaardeerd wordt op zo’n ultra hippe plek. Toch lukt het haar. Het is mooi om te kijken hoe ze zich beweegt tussen de spullen. Je ziet het, dit is haar plek. Veel van de dingen die de gebruik worden hebben we op school ook! Goed om te zien. Wat een geweldig canvas is een Arduino met wat elektronica toch! We sluiten af met een kop koffie op de bank. Er lopen voortdurend mensen Pier 9 binnen. Oh, ken je die? Die heeft dat opensource platform voor kunsthanden gemaakt. Zo gaat het nog wel even door. Ik vraag of ze nog tegen dingen aanloopt. Die zijn er. Ik krijg een inkijk in de wereld van iemand die op de hoogte is van de grenzen van onze technische mogelijkheden. Ze heeft een paar hele scherpe inzichten. De mooiste vind ik die van zelfrijdende auto’s. Die moeten verboden worden, of wij moeten allemaal digitaal zichtbaar zijn voor de auto. Er is een digitale aanwezigheid van onszelf nodig. We moeten in een netwerk hangen zodat de auto’s precies weten waar we zijn. Dan gaat het nooit mis. Die koppeling tussen de fysieke en digitale wereld komt in het werk van Anouk ook steeds sterker naar voren. Jurken die interfacen (wat is hier een goed Nederlands woord) met je lichaam. Hoe ver moet dat gaan? Wanneer je dadelijke en kunstnier hebt die online is, is die dan te hacken? Het is niet gek dat ze dat noemt. Ze komt uit de hackerscene. Maar ze heeft een punt. Hoever gaan we daarin?

Ze sluit af met een waarschuwing. De technologie haalt ons in! We voeren deze discussie niet! Daar moeten we nu mee beginnen. Ik zag het nog niet eerder zo scherp maar voel het ook aan. Het lijkt me een taak voor het onderwijs. We moeten onze kinderen kennis laten maken met deze nieuwe mogelijkheden zodat ze op z’n minst een keuze hebben. Het idee om eens iets met big data (dat kreeg ik ooit na het lezen van dit boek) popt weer in m’n hoofd op. Ze moet verder. We huggen Amerikaans en sluiten af met een High-Five. Een harde. Met een tintelende hand loop in Pier 9 uit. Deze chick is badass!

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Nog iets van drie uur te gaan in deze bijzondere stad. Ga ik rechts naar het Exploratorium of links naar het Ferrygebouw. Rechts kan ik ook nog Market One meepakken. Daar zit het bureau van Autodesk met ‘the gallery’. Dit stuk ken ik nog niet. Het wordt linksaf. In het Ferry gebouw zijn allerlei leuke winkeltjes. Ik koop wat souvenirs voor mijn meiden en voor Arjan. Deze trip mag ik de Amerikaanse TomTom van hem lenen en regel is, je neemt een souvenir mee (iedereen die naar de VS gaat mag hem lenen). Naar Market One! Het is even zoeken naar de juiste plek. Uiteindelijk wijst een strenge bewaker me de weg. Hij maakt een opmerking over mijn t-shirt. Waar kan ik mijn diploma ‘tourist’ ophalen? De man kan er niet om lachen. Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik niet zo mierzoet wordt behandeld. Ik doe nog een beetje onnozel en met zichtbare tegenzin loopt hij met me mee om de weg te wijzen. Op de plaats van bestemming aangekomen blijkt ‘the gallery’ dicht voor bezoekers. Het geven van tegengas, Anouk me heeft gestuurd, haalt niets uit. Het levert wel een boek op. Iemand teleurstellen, dat kan natuurlijk niet. Ik stop het boek in m’n tasje met de andere spullen. Toch maar even het Exploratorium? Het is zo moeilijk in deze stad.Zoveel dingen te zien te doen. Elke bezienswaardigheid lijkt zijn eigen zwaartekrachtveld te hebben. De hoofdredactie van Make zit ook op een paar minuten lopen. Zal ik dat doen? Brutaal binnenlopen en zeggen dat een abonnee van het eerste uur uit Nederland er is. Ik voel ook het Exploratorium aan me trekken. Ik besluit me als een satelliet te laten gaan en te zien werk zwaartekrachtveld vat op me krijgt. Het Exploratorium wint.

Deze diashow vereist JavaScript.

Nog twee uur te gaan voordat ik Corine op Cayote point ontmoet. Aangekomen aan de kassa besluit ik de opmerking over mijn shirt voor te zijn. Strike first! Of ik korting krijg met mijn Exploratorium t-shirt. “Wearing a t-shirt doesn’t do it, sorry” antwoordt de man chagrijnig. Wat dan wel? Student of leraar. Ha, dus werd het korting! Ik zal vooral wat beelden laten zien want we hebben al eerder over dit museum geschreven. Het is de plek op aarde met de grootste verwonderdichtheid. Er is een nieuw stuk, Science of Sharing. Het is weer briljant gedaan. Je kunt allerlei beroemde sociale experimenten , zoals het prisoners dilemma, naspelen. Zo goed. Je moet wel telkens met twee of meer zijn. Voor het eerst voel ik me wat alleen. Het levert wel een inzicht op. Verwondering moet je delen. Of beter gezegd, verwondering leidt tot delen. Tot sociaal zijn. Omdat het zo rustig is en er niemand is om mijn verwondering mee te delen, neem ik genoegen met dit inzicht. Het wordt tijd om verder te gaan. Tijd om SF gedag te zeggen en de neus van de auto naar het zuiden te richten.

Corine heeft een van haar favoriete stekkies uitgekozen om met me af te spreken. Coyote point, net naast het vliegveld. Het is mega druk op de weg en er zijn werkzaamheden. Ondanks dat ik een uur had uitgetrokken voor de reis van een half uur, kom ik te laat aan. Corine wacht me op en begroet me Amerikaans met een hug zonder zoen. We beginnen gelijk over onderwijs te kletsen. Over de ervaringen van Corine met het systeem in de VS. Het is een oneerlijk systeem zo luidt de conclusie. Eigenlijk missen ze het VMBO hier. Dat iedereen maar naar college wordt geduwd gaat haar aan het hart. Het valt niet altijd mee om hier les te geven. Regelmatig gaat haar telefoon. Het zijn ingesproken berichten van school. Het is hier heel gebruikelijk om belangrijke schoolinformatie met zo’n bericht via de telefoon te verspreiden. In Nederland zouden we dat met een brief of email doen. Dat werkt hier niet. De telefoon is het enige middel om ook de low-income gezinnen te bereiken. We genieten van het uitzicht en kletsen verder. Corine heeft komkommers en wat te drinken meegenomen. Ze had gevraagd wat ik wilde eten. Groente graag. Dus werden de chips nu komkommers. Het is lekker om over het onderwijs te kunnen praten. Voor mij is het ook verhelderend. Nu eindelijk spreek ik met iemand die beide systemen kent. Ondertussen vliegen de vliegtuigen in tandems naast elkaar aan op SFO. Echt heel gek om te zien. Omdat het koud begint te worden, lopen we langs de waterrand terug. Op drie minuten afstand zit een Mexicaan. Heel erg goed eten verzekerd Corine me. Door een typische low-income wijk (veel latino’s en één wasserette voor de hele wijk) komen we aan. De tent zit vol en we bestellen ons eten. Het is inderdaad heerlijk. Super nacho’s! Zo heette het gerecht. Vlak voordat we weer uit elkaar gaan laat ze me een uitnodiging voor een feestje van docenten zien. Het is in Palo Alto. Het is mooi geweest en ik wil de avond rustig doorbrengen. De lange en intensieve dagen begin ik nu pas te merken. We huggen en op de snelweg zwaaien we nog. Wat bijzonder om een collega in Californië te spreken. Dank je wel!

Deze diashow vereist JavaScript.

Dat was het dan. Nog één keertje naar de Deli, nog één nachtje in de VS. Het is een geweldige ervaring geweest. Het is dat je ideeën niet in een koffer bewaart want anders zou ik zeker extra moeten betalen. In het vliegtuig kan ik straks lekker m’n hoofd laten gaan. Het zwaartekrachtveld van thuis begint voelbaar te worden, het trekt meer aan me. Ik wil naar huis.

San Francisco (dag 4)

img_9760Op twitter zag ik Arjan mij een compliment geven voor de verslaglegging van deze reis. Dat is lief maar ik moet zeggen, het is door Arjan dat ik dit doe. Hij heeft op de vorige trip ons laten zien hoe waardevol het is. Daarnaast voel ik ook een verantwoordelijkheid en een noodzaak om het te doen. Het geld dat ik krijg voor deze reis is publiek geld en we hebben elkaar hard nodig wanneer we het maakonderwijs goed willen doen. Dus delen moet! Zoals Sylvia zegt, we moeten waken voor wanneer het nieuwtje eraf is. Dan komt het erop aan. Ik zie het maar als een manier van maakproces ‘hoe maak je maakonderwijs’ te documenteren. Het is daarnaast een fijne manier van je gedachten ordenen. Het is nodig, de dagen zitten supervol met indrukken, activiteiten en daardoor ideeën. Het gaat allemaal net wat sneller hier en het voelt alsof ik al weken weg ben.

De dag begint dit keer wat rustiger. Ik heb een globale afspraak met Maria Anderson om haar ergens rond 10u op te pikken. Maria is architect van opvoeding. Ze heeft een deel van de digitale fabricage module ontworpen die gebruikt wordt om leraren op te leiden om maakonderwijs te geven. Zoals we al eerder schreven, de Denen hebben het goed voor elkaar! Voor het ontbijt ga ik weer naar mijn favoriete zaak, The Driftwood Deli op El Camino Real. Ze kennen me inmiddels en begroeten me heel vriendelijk. De broodjes zijn van galactische klasse. Ze hebben zelfs tijgerbrood! Dutch crunch, noemen ze het. Ik vertel maar weer het verhaal dat wij Dutchies het ‘tiger bread’ noemen. Ze vinden het mooi en overwegen om de naam te veranderen. Het is het meest favoriete broodje, er worden er 120 van per dag verkocht. Tijdens dit gesprek merk ik dat ik gestopt ben de zinnen die ik wil uitspreken eerst in het Nederlands te vormen. Ik denk in het Engels! Ik moet lachen om dit inzicht en loop grinnikend de winkel uit.

Nadat ik heel Amerikaans mijn broodje in de auto heb opgegeten, rij ik richting het hotel waar de Denen zitten. Het is even verderop op El Camino Real. Als het goed is zie ik daar mijn mede fellow Ana nog even. Ik neem het boek ‘Delft Design Guide’ als een cadeautje voor haar mee. Het is een klein ding dat ik terug kan doen omdat we door Mads Bo-Kristensen in Denemarken als vorsten zijn behandeld. (verslag hier te vinden) Ana vond het teveel. Blame Mads, zei ik haar. We hebben het heel even over het boek en Ana vertelt dat ze het in de FabLab bibliotheek gaat zetten. De bibliotheek en het FabLab zitten bij elkaar en er is een dubbele set boeken aanwezig. Eén set die altijd in het Lab blijft en een andere set waarvan je boeken kunt lenen. Weer een mooi voorbeeld van Danisch Design. Ik moet nog even wachten op Maria, er is wat gesteggel over de rekening. In het dure Sherington Hotel betaal je apart voor je ontbijt en je crapy wifi. Wat ben ik blij dat ik niet in een hotel zit! Kijk maar eens naar onderstaande foto. Go airbnb! Ik knuffel Ana en Maria en ik vertrekken naar SF.

img_9745

Na een rit van 45 minuten parkeren we voor het Exploratorium. Het plekje op aarde waar de verwonderdichtheid het grootst is. Ik scheur een rib uit mijn lijf en we laten de auto achter. We zijn iets te vroeg. We (of eigenlijk ik, Maria hoopt mee te sneaken) hebben om 1u een afspraak met de geweldige jongens van de Tinkerringstudio. De educatieve afdeling van het museum. Gelukkig is de shop van het museum open. We lopen naar binnen en ik zie de ogen van Maria groter worden. Wat een gave zaak! Het is een snoepwinkel voor nerdjes. De shop is lekker rustig en we nemen onze tijd. Nadat we onze buit hebben afgerekend hebben we nog tijd over om even snel bij de zeeleeuwen op Ficherman’s Wharf te gaan kijken.

 

img_9752

 

We zijn precies op tijd terug. In het museum wacht Sebastian ons op. We krijgen een badge en lopen naar binnen. Onderweg word ik herkend door één van de Amerikanen die ook meelopen naar binnen. Jij bent die gast van de ATtiny breakout. I love it! Het it raar om mee te maken. We gaan de Tinkeringstudio binnen. Naast nog wat mensen zijn mijn mede fellows Mario, Mathias en Sofia er ook. Wat cool! Ryan en Sebastian leggen uit dat ze graag ideeën willen delen. We maken een rondje en al snel blijkt er een gemeenschappelijk thema: papieren circuits. Of eigenlijk is het nog preciezer. Dit kunstwerk van Jie Qi is wat een aantal van bewoog om met papieren circuit en het programmeren van ATtiny’s aan de slag te gaan. (klik hier voor een schatkamer aan mooie projecten)

 

Nadat iedereen zijn verhaal had wordt het meer informeel. De een loopt rond en maakt foto’s, de ander geeft een demo, er worden veel ideeën gedeeld. Ik praat eerst even met een onderzoeker waarvan ik de naam vergeten ben. Hij doet precies het type onderzoek waar naar mijn oproep een vraag over kreeg. Het leek me slim om te proberen deze onderzoeker te koppelen aan de student van wie ik een vraag kreeg. Het was een leuk gesprek. Wat ik vooral opvallend vond is dat hij heel objectief bleef. Directe instructie, wat in hier in rijk SF een soms een vies woord lijkt, werd niet vergeleken of afgezet tegen het maakonderwijs. Ze zijn complementair. Ze hebben elkaar echt nodig. Je kan niet creatief zijn zonder kennis. Iets wat ik Arjan ook vaak hoor zeggen. Zijn onderzoek is nog niet af maar hij stuurt me zijn draft versie. Het is lekker rommelig in de studio. Ik voel me daardoor thuis. Fijn allemaal spulletjes, halve projecten, te grote projecten die je niet wilt weggooien maar telkens in de weg liggen. Ik herken het.

Deze diashow vereist JavaScript.

Ik zie Sofia staan en loop naar haar toe. Ze is bezig met de kleine papieren elementen die je kunt programmeren via Scratch. Ze vertelt me dat dit oorspronkelijk haar idee is. Ze is een bekende binnen de Scratch gemeenschap en doet geweldige dingen.

 

We beginnen te praten. We vinden dit idee beide te gek. Je kunt het verhalend gebruiken waardoor er ruimte is voor fantasie. Zodra de fantasie aan gaat, gaan er meer dingen aan. Het is een hele natuurlijke en drijvende kracht achter leren. We hebben allebei ideeën om het verder te brengen. Omdat we als fellows volkomen vrij zijn in wat we doen, besluiten we dit samen op te pakken. Het is goedkoop, divers, toegankelijk maar niet te makkelijk. Low floor, high ceiling, wide walls. We sluiten af met een high-five en lachen. Het loopt anders dan ik had gedacht. Ik had de hoop meer te gaan klooien. Toch is deze snelkookpan van ideeën ook wel een leuke ervaring. Ik krijg nog een prototype van Jie Qi te zien. Een simpel bordje dat je kunt programmeren en aansluiten op je papieren circuit. Heel cool! En als je dat zegt, dan krijg je er eentje mee. Probeer maar, ik hoor het wel. Ik heb zojuist hetzelfde gedaan en al mijn ATtiny materialen om te zeefdrukken weggeven. Zo gaat dat dus bij makers. Het is tijd om te gaan maar niet voordat er een selfie is genomen vond Ryan. Kijk! Wat een fijne gasten zijn dit.

img_9783

 

De andere fellows vertrekken naar het vliegveld. Het is gek, maar ik ga ze echt missen. Mathias verzekert me dat we elkaar snel weer zien. Buiten blijf ik met Maria over. Voorzichtig informeert ze naar mijn plannen. Zullen we anders samen de stad inlopen en straks eten. Dat is gezelliger dan alleen. Ik had opgezien tegen het alleen zijn, het alleen eten, maar ik ben bijna nog niet alleen geweest. Let’s go!

Het is leuk om met een architect door de stad te lopen. Maria kijkt met andere ogen naar haar omgeving, dan ik. Ze legt me uit wat ze mooi vindt en waarom. Ik krijg ook wat achtergrond informatie. Het financieel district waar we doorheen lopen vind ze saai en lelijk. Soulless. We stoppen regelmatig voor foto’s en plekken om mooie lijnen te kunnen zien. Het zet me aan het denken. Wat heeft kennis toch een grote invloed op je perspectief. We vinden het maar niets waar we lopen. Wanneer we een hele coole fietsenzaak tegenkomen (ik vergat foto’s te maken, ik was te druk met kwijlen) besluit Maria actie te ondernemen. Waar moeten we heen om wat te eten, een beetje gezellig en goed. De fietskoeriers die er rondhangen overleggen en we krijgen instructies. Het is vlakbij. Het bleek 45 minuten lopen. Maar ze hadden gelijk. We vonden een geweldig Mexicaans restaurant, waar ze de portie wel goed hebben. Na het werkelijk heerlijke eten en geweldig bediening drinken we ook nog koffie in deze fijne wijk (Hayes Valley). Daar gaan de porties trouwens weer wel mis. Een kleine latte blijkt een soepkom te zijn. We krijgen die zonder blikken of blozen overhandigd dus het is geen candid camera. Maria neemt een taartje bij de koffie. Eén van de taartjes heet ‘Danoise’, bij wijze van grap bestel ik die.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

We lopen een uur terug naar de auto. Maria wijst me erop hoe snel de atmosfeer in stad kan veranderen. Van de cosy wijk waar we waren naar de lelijke hardheid van Marketstreet met de vele daklozen. Het is soms letterlijk een kwestie van de hoek omgaan. Het valt me op dat de daklozen ook nog eens volkomen in etniciteit gescheiden zijn. Bevreemdend en het neemt iets van het enthousiasme dat ik voor deze stad voel weg. Lastig.

Deze diashow vereist JavaScript.

Na een uur zijn we bij de auto. Maria belt een taxi en niet veel later wordt ze opgehaald. Ik ben altijd welkom in Velje, vertrouwt ze me toe. Tijd om mijn ‘wheels’ op te zoeken en naar huis te rijden. Terwijl ik wegrij vallen met de lichten van de Bay Bridge direct op. Ik neem snel een foto. Even later zie ik het Stadion van de Giants, ik neem weer een foto. Het dringt tot me door, dit was weer een rijke dag. Met 65 mph op de teller zoef ik tevreden naar huis.

 

Fablearn (dag 3)

Ok, poncho aan en op weg voor dag drie van Fablearn. Regen in Californië maar niemand klaagt. Iedereen is zich bewust van het waterprobleem, de grote droogte van de afgelopen jaren. Nou ja, iedereen, in de superrijke buurt waar ik logeer staan er toch wat sproeiers in de tuinen aan. (Later hoor ik dat dat een flinke boete op staat. Na regen mag je een dag niet sproeien. Ik denk nier dat een boete een probleem is in deze wijk.) Ik sluit me bij de meeste mensen uit Californië aan, ik klaag ook niet. Met een poncho en capuchon op vallen me weer andere dingen op. In veel tuinen staan bordjes voor de verkiezingen. Het zijn lokale verkiezingen, voor het schoolbestuur, voor de gemeenteraad. Het is allemaal heel erg op de persoon gericht, ik kan geen lijn ontdekken of er ook partijen bij betrokken zijn. Getuigen de foto hieronder zijn de wensen, ondanks de rijkdom, overal in de wereld gelijk.

img_9643

Niet veel later steek ik El Camino Real over naar het terrein van Stanford. Het voelt al een heel klein beetje als mijn Stanford. Ik neem mezelf voor later een trui te kopen. Op het terrein worden over tenten opgebouwd voor het alumni-weekend dat er aan komt. Het is een bijzonder jaar want Stanford is 125 jaar oud. Van de aanstekelijke leuke Jeannine Huffmann hoor ik dat ze begonnen zijn als landbouw universiteit. Vandaar al dat mooie groen 🙂

Het wordt weer een drukke dag. Dit is het programma voor de zondag:

  • Educator Ignite Talks
  • Research Panel #2
  • Young Maker & Demo Poster Session
  • Sunday Afternoon Workshops & Educator Roundtables
  • Young Maker (Student) Panel #2
  • Closing Keynote – Erica Halverson & Richard Halverson
  • Conference Wrap-up

Net als op dag twee zal ik me een beetje richten op de dingen buiten de grote zaal. Als het goed is komen alle onderdelen later online. Vooral de keynotes zijn de moeite waard om nog eens terug te kijken. Ik houd me niet helemaal aan deze richtlijn want soms neemt het pure enthousiasme het over. Zoals tijdens de educator ignite talks. Het is al inspirerend om te zien wat andere docenten doen, maar soms denk je, dit MOET ik ook doen. Dat is het geval wanneer Jaymes Dec begint te vertellen. Hij is een fellow uit het eerste cohort. Ze worden senior fellow genoemd maar verzetten zich hiertegen. Wat weer aanleiding voor de nieuwbakken fellows is om ze te plagen. Anyway, Jaymes vertelt over de Nerdy Derby. Een prachtig gemaakte racebaan waar leerlingen (alleen meiden bij Jaymes) hun eigen gemaakte autootjes van een helling laten afroetsjen. Niet een echt ‘meisjes’ ding maar toch werkt het. de racebaan staat centraal in de kantine van de school. Er worden door de leerlingen allerlei wedstrijden verzonnen en gehouden in de pauze. Wie is het eerst beneden, (duh), wie is het laatste beneden (hahaha) en wie is “Queen of the Hill’, wie laat zijn autootje precies op de heuvel stranden. Wat te gek! Dit wil ik ook! Maar er zijn ook problemen. Er beginnen meiden geheime “skunkworks” werkplaatsen op te zetten onder tafels. Er is ‘ineens’ interesse in elektronica. Er wordt vals gespeeld met motortjes! Dit leidt weer tot een nieuwe wedstrijd, wie is het snelst weer boven aan de baan, de heuvels op dus. Het volgende probleem is de rommel. Omdat de ruimte ook als kantine dient moet er opgeruimd worden. Daar hebben de meeste meiden niet zo’n trek in. De oplossing is de invoering van Derby Dollars. Met een opgeruimde plek verdien je Derby Dollars waarmee je weer extra materiaal kunt kopen voor je autootje. Er ontstaat een heuse economie die de echte dollars soms vervangt. Zo cool! En dat allemaal met een racebaan. Dit MOETEN we ook op de Populier. Gelukkig gaat het ook hier weer op, makers delen alles. Nu moet ik nog een grote CNC frees zien te vinden, iemand?

Deze diashow vereist JavaScript.

In de pauze die volgt blijken meer fellows een trui van Stanford te willen kopen. We beginnen volgens mij allemaal een beetje trots te worden dan we bij deze mooie gemeenschap horen. De Stanford store is om de hoek en we knijpen er even tussenuit. Dat even werd al snel wat langer, wat een keuze! Er zijn wel 10 verschillende merken en die hebben allemaal weer verschillende varianten. Maar het lukt, ik vind een klassieke Amerikaanse sweater met Stanford erop. Ik krijg aan de kassa complimenten voor mijn keuze. Heel Amerikaans. Snel terug om wat eten te scoren. Het eten is overigens goed geregeld. Op het ontbijt na, geen vette rommel maar quinoa met veel groente en weinig vlees. Er is zelfs een vega optie. Tijdens de lunch praten we over onze projecten, delen we ideeën en vertellen we elkaar over hoe we wonen. Zo vertelt Daniel me over de huurprijs van $2600/maand in NYC waar hij woont. “It’s actually a good deal.” Wat?! Nadat ik mijn kin weer van de tafel heb geraapt is er nog net genoeg tijd om te eten voor het allemaal weer begint.

Het programma gaat verder in de grote zaal. Leerlingen presenteren in twee zinnen hun project. Het moet als lokkertje dienen voor de posterpresentatie direct hierna. Er zijn leerlingen uit diverse landen, waaronder Polen en Thailand, aanwezig. Hieronder volgen wat plaatjes en beelden uit die sessie. Er was helaas te weinig tijd om met alle leerlingen te spreken. Dat was echt zo jammer want ik heb zulke gave verhalen gehoord. Kippenvel. Bij allemaal zie je enorm zelfvertrouwen, omdat ze de projecten zelf hebben gedaan, omdat ze zelf dingen wilde leren. Een mooi voorbeeld is een meisje met een klok. Ze heeft met een Arduino een klok gemaakt. “Ik snap nu als echt hoe een klok werkt vertelt ze me. En ik snap nu pas hoe je moet programmeren. Daarvoor deed ik projecten met een Arduino en gebruikte ik andermans code. Dat is niet echt leren dus heb ik dit zelf geprogrammeerd.” Omdat ze vaak de code van andere niet begreep heeft ze veel werk gemaakt van de comments (kleine regels met uitleg) in haar code. “Zo kunnen andere leren en niet alleen dom kopiëren.” Ik kreeg hier even les van een leerling met een, zo dacht ik, simpel project. Dit moet ik zelf ook gaan doen. Wat een les.

img_9674

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Hierna was het weer haasten naar het volgende onderdeel, de workshop van de dag: Units to build up, down, and out: possibilities with a laser cut building system. De workshop wordt door Erin Riley gegeven. Ze is docent kunst en ook één van de senior (hihi) fellows. Eigenlijk zou ik hier een hele aparte blogpost over moeten schrijven. Wat een prachtig materiaal. Hier zit zoveel liefde in. Erin is een baas! Het zijn zoveel indrukken dat ik niet weet waar te beginnen. Zoveel slimme technieken. Ze heeft een systeem bedacht dat in elkaar klikt waarmee je doosjes kan maken. Die doosjes kan je voor van alles gebruiken. Vandaag maken we er een lamp van. Om een voorbeeld te geven van hoe slim, mooi en handig Erin de dingen doet, we krijgen allemaal een eigen placemat met daarop de onderdelen die we nodig hebben. Zo hebben we een eigen werkplekje en we weten wat we nodig hebben. Het ziet er ook nog eens fantastisch uit! Sjonge wat een goed idee! Omdat ik weer helemaal opging in mijn eigen lamp heel ik niet veel foto’s. De foto’s die ik heb, staan hieronder. Ook Erin deelt weer alles met ons. Voor wie interesse heeft, laat het weten. Dit was briljant!

 

img_9726

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Om het lab uit te komen kosten bij velen veel moeite. Je wil nog even dit maken, een beetje zus doen. We moesten er bijna uitgestuurd worden. Maar het lukt en we zitten allemaal klaar in de grote ruimte voor het laatste onderdeel, de slotkeynote. Ik ga hier niet teveel over zeggen (ik moet zo weer weg en deze blogpost moet af!). Het was interessant maar het ging vooral over de VS. Dit zijn de drie dingen die ik opgepikt heb:

  • Maken en leren moet zich niet alleen beperken tot de scholen. Bedrijven, universiteiten, bibliotheken, overal moet het maakonderwijs kunnen plaatsvinden.
  • We moeten de goede voorbeelden die er zijn niet kopiëren en overal invoeren. We moeten ons richten op het delen en de dialoog over de verschillende projecten.
  • Diversiteit, diversiteit. Voor iedereen op zoveel mogelijk manieren denkbaar. Bij de vragen voegde Jakub er nog en diversiteit aan toe. Niet alleen de VS.

Het zit erop. Het is voorbij. Mensen vallen elkaar in de armen, koffers worden gepakt. Deze gemeenschap, waar ik me nu zo onderdeel van voel, gaat uit elkaar. Ik voel opwinding, trots en weemoed. Na afscheid te hebben genomen gaan we nog één keertje met een paar fellows een biertje drinken. We vieren het goed, we zijn er nu toch, want we weten, dit is niet de laatste keer dat we elkaar zien! De fellows zijn tot een fellowship geworden. Dank jullie wel!

 

img_9663

https://theta360.com/s/p0Bjcp3f2NW675ShK9aiXZqFM